The Eye of Bangor

voorkant31matches

“Wat vinck jij toch veel, mannetje DT116”, krijg ik wel eens te horen. Gelukkig kan ik altijd zeggen dat het meevalt, want er zijn Duitse vinckers die gemiddeld vier a vijf wedstrijden in de week zien. En dan is er nog Thomas Rensen. Hij besloot in april 2011 te kijken of het mogelijk was om iedere dag van de maand een wedstrijd te vincken in Europa met de trein. Dat lukte hem. Hij vinckte daarvoor onder andere wedstrijden in landen als Wales, Slovenië, Oostenrijk en Luxemburg. Hij besloot er een boek over te schrijven: 31 Matches (dat is hier te bestellen).  Het is vandaag verschenen en ik mocht een voorpublicatie doen. Ik heb een van de drie Britse wedstrijden gekozen: Bangor City v Prestatyn Town in Wales.

Een verlaten stationnetje wordt geteisterd door regen. Uiteraard regent het. De trein gaat verder richting een tunnel in de verte. Als een van de weinigen ben ik hier uitgestapt. Via Brussel en Londen ben ik terecht gekomen in Wales. In Bangor om precies te zijn. Daar speelt de koploper van Wales. Nou ja, koploper … Toen ik mijn trip aan het plannen was, stond Bangor City zestien punten voor op de nummer twee. Nu staan ze gelijk met die concurrent, The New Saints. Een desastreus einde van het seizoen dreigt voor The Citizens, zeker als ze vandaag verliezen van middenmoter Prestatyn. Voor mij is het op de tweede dag al het meest westelijke puntje van Europa waar ik een wedstrijd bezoek. In eerste instantie was het de bedoeling om naar Dublin te reizen om daar een stadsderby te zien. Maar door een wat langzame boot tussen Ierland en Engeland was het onmogelijk om morgen op tijd in Londen te zijn. En ik moet in de omgeving van deze hoofdstad een wedstrijd zien om de dag daarna op tijd in Berlijn aan te komen. Ja, om zo’n trip te organiseren moet ik behoorlijk wat dienstregelingen en wedstrijdschema’s naast elkaar leggen. Dus wordt Ierland weer geschrapt en beland ik in Wales. Net zo mooi. Op bezoek bij Bangor City. Of zoals de club in eigen taal heet: Clwb Pêl-droed Dinas Bangor.

Ik beklim als laatste van de treinreizigers de trappen van het station. Bij de uitgang staat iemand. “Jij moet Thomas zijn”, klinkt het gedecideerd. Ik knik. Kan het moeilijk ontkennen aangezien ik de enige ben die met een enorme backpack dit stationnetje verlaat. Via internet had ik vooraf contact gezocht met de plaatselijke fans. Het is namelijk veel leuker om voetbal samen te kijken en stiekem hoop ik op een goedkope slaapplaats. Maar in eerste instantie gaat het om hun passie voor de sport en vooral voor hun team. De jongen die op me staat te wachten, noemt nauwelijks zijn naam, maar wijst naar de pub tegenover het station. “Daar zit iedereen.” Vanbinnen is het een typische Britse Pub. Geen muziek, overal tafeltjes met mensen van alle leeftijden, uiteraard aan het bier. Aan de muren hangen schilderijtjes met oude afbeeldingen van het dorp en de woeste zee. Ook de verwijzingen naar de marine ontbreken niet. Achter de bar hangen tientallen foto’s van de plaatselijke voetbaltrots en de onvermijdelijke, ietwat verbleekte blauwe sjaal van Bangor City. Dit is de stamkroeg van de meeste supporters en dat is te merken. Het loopt tegen zessen en de eerste fans hebben zich een paar uur voor aanvang al verzameld. Blauw is de hoofdkleur hier. En blauw zijn ook de benen van Mark, de fan die me vandaag ‘begeleidt’. Hij had gezegd dat ik hem in de pub zou treffen, maar niet dat hij iemand zou sturen om me van de trein af te halen en me die tien meter van station naar pub te begeleiden. Ik zit nog niet eens als de eerste pint al in mijn handen geduwd wordt.

Maar goed, blauwe benen dus. Verbaasd kijk ik Mark aan. Hij draagt een blauwe legging. Hij heeft een blauw shirt aan. En naast hem ligt iets enorms wits. Het lijkt op een oog … Het is een oog! Werkelijk de meest wonderbaarlijke ontvangst ooit. Terwijl ik de eerste slok van het biertje neem, legt Mark het me uit. De mascotte van Bangor is ziek en dus mag hij deze avond in het pak. En wat het voorstelt? “Dat zie je toch? Het is The Eye! Omdat we hier in ons dialect zo vaak aye zeggen als een soort van stopwoordje, is dat ook onze bijnaam geworden. En daar hoort een mascotte bij die de naam The Eye of Bangor heeft en iedere thuiswedstrijd het publiek mag vermaken.” Duidelijk. “So, drink your beer, aye”, voegt Mark eraan toe. Mark zet zijn oog op en doet zijn grote blauwe schoenen aan. Een cycloop in het blauw, een reusachtig, wandelend oog. Onder zijn pak draagt Mark een groot kussen. De oorspronkelijke mascotte is ongeveer twee keer zo dik als Mark en alleen met het kussen zit het pak een beetje. Hij waggelt naar de deur van de pub, roept een laatste strijdkreet naar zijn vrienden, doet het oog weer af (anders past hij niet door de deur) loopt naar buiten en doet zijn oog weer op. Hij zingt liedjes van Bangor en gaat me voor naar het stadion. Farrar Road ligt niet ver van de pub vandaan. Het is een genot om tien meter achter The Eye of Bangor te lopen. Mensen kijken om, auto’s toeteren en Mark loopt enthousiast naar het stadion. Binnen vijf minuten staan we voor de toegangspoorten. Ik heb alleen nog geen tijd gehad om te pinnen (zoals gezegd, ik had niet verwacht van het station gehaald te worden) dus heb nog geen enkele pond voor een toegangskaartje. “Geen probleem”, zegt Mark en hij loodst me zo het stadion in en regelt zelfs een gratis programmaboekje voor me. Het enige nadeel is dat ik geen kaartje krijg. En dus heb ik geen mooi souvenir en mis ik nu al de kans om 31 kaartjes in te lijsten, als straks alles gaat lukken! Er zit niets anders op.

Ik leg mijn backpack, die ik nog steeds bij me heb, achter de balie van de supportersclub en loop met The Eye een rondje door het stadion. Het ziet er heerlijk Brits uit. Een verouderde tribune, een stukje niemandsland waar hekken omheen staan en een mooie staantribune achter het doel. Op de achtergrond van de tribune aan de lange zijde zie je huizen staan. Schots en scheef. Het waait nog steeds, je hoort de wind door de tochtige tribunes gieren. De cornervlaggen hier in dit stuk van Wales wapperen niet eens, ze staan gewoon strak van de wind. Alleen de regen is gestopt, maar verder staat niets een typisch Britse wedstrijd in de weg. Ik ga op de tribune achter het doel staan als de wedstrijd begint, samen met de meeste thuisfans, terwijl Mark als echte mascotte aan zijn taak begint om langs ieder vak van het stadionnetje te lopen. De keeper van de tegenpartij staat een paar meter voor ons. Hij is moeilijk te missen, want hij is echt enorm. Ik denk dat doelman Jeroen Verhoeven er twee keer in past, en dan overdrijf ik nauwelijks. De doelman lijkt meer op een mislukte darter dan op een betrouwbare sluitpost.

De fans zijn hoopvol eindelijk weer eens te kunnen juichen, maar na dertien minuten weten ze het niet meer zo zeker. Peter Hoy van Bangor City krijgt rood voor een ietwat harde charge. Ik vind het erg overdreven en zo te horen, delen de andere fans van Bangor mijn mening. Uit de mond van The Eye die toevallig net voor me langs loopt, klinken behoorlijk wat klanken die best wel eens vloeken zouden kunnen zijn. Mag een mascotte zulke taal bezigen? De thuisclub verliest inderdaad steeds meer duels in deze typisch Britse strijd. Bij rust staat een 1-2 achterstand op het bord. Dan begint een ware volksverhuizing. Want waar Bangor de eerste helft de kant van het thuispubliek op speelde, moet het nu spelen voor de lege onoverdekte staantribune aan de andere kant. En dat willen de fans niet, zij willen hun team van dichtbij zien scoren. En dus loopt iedereen van achter het doel via twee hekken naar de lange zijde. Daar in de hoek verzamelt iedereen zich weer, klaar voor de tweede helft. Een weinig verheffende tweede helft trouwens, Bangor verliest met 2-1. Eigenlijk had het 3-1 moeten zijn. Een middenvelder van Prestatyn Town haalt namelijk van 25 meter verschrikkelijk uit en pegelt de bal zo in de kruising. Maar precies achter de kruising zit in dit doel een verbindingsstukje tussen de paal en de lat. En dus gaat de bal met dezelfde vaart weer uit het doel. Heel het stadionnetje heeft het doelpunt gezien, behalve de scheidsrechter en de grensrechter. Veel maakt het de fans van Bangor niet uit. De koppositie is uit handen gegeven. De zestien punten voorsprong zijn verdampt. Mark heeft zijn pak allang uitgedaan en staat chagrijnig naast me.

In ijzige stilte lopen we na het laatste fluitsignaal met z’n allen terug naar de pub. Daar gaat het na enkele biertjes al wat beter. Ik krijg een T-shirt van Bangor, een pin en, heel leuk, een lidmaatschap van de supportersclub. Voor altijd ben ik nu een Bangor-fan. Mark vertelt tegen iedereen die het wil horen mijn plan om Europa door te reizen. Teleurstelling klinkt vervolgens na mijn antwoord op hun vraag de hoeveelste wedstrijd dit was voor me deze voetbalmaand. En er wordt een beetje lacherig gedaan over de wedstrijd die ik gisteren bezocht. Slechts een enkele man knikt instemmend. “Een ware fan, als je zelfs het lef hebt om die Engelse lafaards te aanschouwen.”

En ondanks dat het wederom Engelse bastards zijn, krijg ik meer bijval als ik over mijn volgende wedstrijd vertel: West Ham United – Manchester United. Een dronken jongen slaat zijn arm om me heen. Hij vertelt in hopeloos accentvol Brits over zijn West Ham. Want vrijwel iedereen steunt hier ook een team uit de Premier League. Niet zo fanatiek als dat ze Bangor City steunen, maar een voorkeur hebben ze wel. Uit zijn woorden maak ik op dat ik vooral mee moet zingen met het fantastische clublied van West Ham, omdat ze anders meteen zien dat ik een nepfan ben (alsof ze dat anders niet merken). Hij begint in een volle pub te zingen.

I’m forever blowing bubbles

Pretty bubbles in the air

They fly so high

Nearly reach the sky

Ik weet wat me te wachten staat morgen. In de pub zit toevallig ook een hotel en omdat Mark al teleurgesteld is afgedropen, en niemand anders me een slaapplaats aanbiedt wanneer ik zeg dat ik nog niet weet waar ik slaap vannacht, boek ik een kamer hier. Heerlijk, dat bloemetjesbehang aan de muren, niets traditionelers dan een Engels pub/hotel. Morgen met de eerste trein naar Londen. Oh, of Bangor mooi is? Geen idee. Ik heb werkelijk niets anders gezien dan het station, de pub, The Eye, het stadion en de weg ernaartoe. Mooi.

Treinkilometers: 798 kilometer (952 kilometer in totaal)

Tot slot: De thuishaven van Bangor City is ondertussen op wedstrijddagen niet meer te bezoeken. Op 27 december 2011 speelt de ploeg hier zijn laatste wedstrijd tegen … Prestatyn Town. De laatste wedstrijd wordt met 5-3 gewonnen, waarna een emotioneel afscheid volgt. Bangor City is nu verhuisd naar een moderner en waarschijnlijk minder charmant onderkomen (Nantporth Stadium). En vast niet meer zo dicht bij de pub.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s