Tom van Hulsen

Tom van Hulsen

Er zijn weinig Nederlandstalige boeken over Engels voetbal. Veel te weinig. Je hebt “You’ll Never Walk Alone” van Laurens Blommendaal en “De Voetbalhelden van Engeland” van Eimer Wieldraaijer, allebei gepubliceerd in de jaren negentig. Jarenlang verscheen er niets totdat Tom van Hulsen afgelopen april “Kick & Rush” uitbracht, een verzameling verhalen over Engels voetbal. Van Hulsen schrijft wekelijks een column over Engels voetbal op de site van VI, ook “Kick & Rush” genaamd. Het boek is een verzameling van zijn columns en verhalen die hij in de papieren editie van de VI schreef, aangevuld met een paar nieuwe stukken. DT116 toog naar Gouda voor een gesprek met Van Hulsen over zijn passie voor het Engelse voetbal en zijn liefde voor Ipswich.

Om met de deur in huis te vallen: hoe wordt een jongen van vijftien uit Kudelstaart fan van Ipswich Town?

“Het begon allemaal met de transfers van Arnold Mühren en Frans Thijssen naar Ipswich Town in 1978, waar Bobby Robson op dat moment manager was. Vanaf dat moment zat ik iedere zaterdagmiddag om drie uur met een koptelefoon op naar de BBC te luisteren. Het signaal was niet al te best, maar ik kreeg er genoeg van mee om het allemaal te volgen. Het Nederlandse voetbal kwam na het WK van 1978 in een dip terecht, maar in het buitenland deden sommige spelers het erg goed, zoals Mühren en Thijssen. Zij waren echte helden in Engeland en hebben het voetbal daar, zeker bij Ipswich, veranderd. Er kwam meer voetbal in de ploeg en helden zijn ze daar nog steeds, zelfs al is het meer dan dertig jaar geleden dat ze daar speelden.”

Was je alleen fan van Ipswich toen de twee Nederlanders er speelden of nog steeds?

“Mijn speciale interesse ging in het begin wel specifiek uit naar die twee, maar het hele elftal vond ik geweldig. Ik kan nog altijd het elftal van toen zo opdreunen. Voor mij persoonlijk het mooiste elftal dat er ooit is geweest. Mühren en Thijssen zijn natuurlijk wel de trigger geweest, maar het gaat me niet alleen om die twee. Ik had, en heb, nog altijd veel met de club. In Nederland heb ik niet echt een favoriete club. Als ik echt zou moeten kiezen zou het FC Utrecht zijn, omdat ik nu in Utrecht woon en mijn dochter werd geboren op de dag nadat ze de beker wonnen tegen Feyenoord. Vanuit het ziekenhuis hoorde ik het feest in De Galgenwaard. Maar Ipswich Town is mijn echte liefde. Ik probeer ze altijd zoveel mogelijk te volgen. Dat doe ik via de website waar je beelden kunt zien van de wedstrijden en interviews met de spelers. En natuurlijk zie ik ze regelmatig langskomen bij de Football League Show.”

De Football League Show is voor ons Engelandfreaks een soort heilige graal. Is dat programma wekelijkse kost voor je?

“Zeker. Ik kijk het niet op zaterdagavond, maar meestal op maandag. Ik werk dan vijftien uur op de redactie, omdat het blad aan het eind van die dag naar de drukker moet. Als ik dan eindelijk thuis ben, kijk ik de Football League Show als ontspanning. Goed programma ook. Vooral die stukjes ‘Potted History’ van Mark Clemmit over de verschillende clubs, zijn erg goed. Iedere club heeft ook een verhaal, meer dan in Nederland. Zo’n stukje maken over, pak hem beet, RKC, lijkt mij en stuk lastiger.”

Je bent journalist en hebt ongetwijfeld later in je carrière Mühren en Thijssen wel eens ontmoet. Hoe was dat om je idolen van vroeger te interviewen?

“Ik heb veel voetballers gesproken in mijn loopbaan en soms valt dat wel eens flink tegen. Dan hebben ze niets te melden of zijn ze totaal ongeïnteresseerd. Daar was ik natuurlijk wel wat bang voor met Mühren en Thijssen, maar ik moet zeggen dat het juist erg leuke gesprekken waren. Vooral met Frans Thijssen heb ik regelmatig contact. Hij belde me afgelopen week nog vanuit Vancouver waar hij probeerde aan de slag te gaan bij Vancouver Whitecaps, de club waar hij zelf ook nog voor heeft gespeeld. Hij hoopte als trainer in de jeugdopleiding aan de slag te kunnen, maar net toen hij er was besloot de clubleiding het budget voor de jeugd terug te draaien. Dat is helaas dus niets geworden. Arnold Mühren is wat gereserveerder, maar is ook vriendelijk. Allebei zijn het normale, goede jongens gebleven. De ontmoeting met mijn jeugdidolen was dus zeker geen.”

Ik las in je boek dat Frans Thijssen in Ipswich nog altijd op handen wordt gedragen, terwijl hij hier eigenlijk al vergeten is.

“Dat is zeker zo. Thijssen vertelde me dat, toen hij in Ipswich was en de fans wisten in welk hotel hij zat, de foyer vol zat met mensen die uren zaten te wachten om hun plakboeken te laten signeren door hem. Hij is daar nog immens populair. Zelf ben ik daar ook getuige van geweest tijdens een oefenwedstrijd van Ipswich Town in Helmond Sport. Frans Thijssen was daar ook uitgenodigd om mee te doen tijdens een voorwedstrijd tussen supporters. De Helmonders hadden geen idee wie hij was, maar de Engelsen wisten dat natuurlijk wel. Hij wordt nog altijd op handen gedragen daar bij Ipswich, dat kon ik toen duidelijk zien. Veel mensen wilden met hem op de foto en er liepen zelfs fans rond met de naam ‘Thijssen’ achter op hun shirt. Na afloop werd hij in de kantine gehuldigd. ‘Dank aan de man die de Europa Cup naar Suffolk bracht!’, riep de speaker om. Die Helmonders wisten niet wat er gebeurde toen ze al die uitzinnige fans van Ipswich zagen juichen. Thijssen vertelde me naderhand dat hij meer handtekeningen had uitgedeeld dan de afgelopen tien jaar in Nederland.”

Heb je Portman Road wel eens bezocht?

“Ik ben er nu drie keer geweest. De eerste keer was in de jaren negentig tegen Derby County. Ik weet nog goed dat ik het heel bijzonder vond dat ik in Ipswich was. Vanuit Stansted kwam ik met de trein aan op het station en toen heb ik een foto gemaakt van het bordje waar “Ipswich” op stond, zo speciaal vond ik het dat ik daadwerkelijk in de stad was. En vanaf het station naar Portman Road is maar een klein stukje lopen. Eenmaal daar aangekomen was het wel heel bijzonder. Dan sta je dus bij het stadion staat waar je al vanaf je tienerjaren zo vaak over hebt gedroomd. Dat deed me wel wat. Bij het trainingsveld zag ik ook de tegels liggen met de namen van legendes van Ipswich. Natuurlijk lagen Mühren en Thijssen daar ook bij. Ik vertelde ze dat later, maar ze bleken dat zelf niet eens te weten.”

Je bent al lang fan van het Engelse voetbal en werkt al sinds 1992 voor VI, maar hebt pas sinds ruim een jaar je column “Kick & Rush”. Hoe kwam je daarop?

“Het idee voor een column over Engels voetbal kwam van Thijs van Veghel, die vanaf 1 augustus medehoofdredacteur van VI is. We wilden de site wat opwaarderen en kozen ervoor om “Kick & Rush” daar te plaatsen en niet in het blad. Iedere zaterdag behoort hij bij de tien best gelezen artikelen op de site en daar ben ik blij mee. Het proces voor het schrijven van de column begint al op maandagochtend. Bij wijze van spreken al onder de douche. Meestal lever ik hem vrijdagmiddag in, want zaterdagochtend komt hij online. Ik probeer altijd te schrijven met de passie van de fans in het achterhoofd. Inspiratie doe ik op uit boeken of sites die ik lees. Ik moet natuurlijk altijd rekening houden met het lezerspubliek van de site van VI. Ik vind het ontzettend leuk om over Southend of Brentford te schrijven, maar dat kan ik niet te vaak doen. Dat wordt gewoon minder gelezen. Stukken over Arsenal doen het altijd het beste. Die hebben de hoogste viewings. Ik had het niet verwacht, maar schijnbaar is dat nog altijd de populairste Engelse club in Nederland. Manchester United is een goede tweede en ook Swansea City is erg populair, sinds je daar de Nederlandse connectie hebt.”

En toen besloot je alles te bundelen en een boek uit te brengen?

“Dankzij het succes van “Gijp” en “Geen Genade” over Andy van der Meijde, heeft de boekentak van VI een vlucht genomen. Zo moesten we in het begin schrijvers zoeken en nu bieden ze zichzelf aan. Mede door het succes van “Gijp” en “Geen Genade” kon ik ook een boek laten drukken. Ik heb de columns en verhalen uit de VI her en der aangepast en heb enkele verhalen geschreven die niet eerder zijn gepubliceerd en zo kwamen we tot “Kick & Rush”.  Er zijn zo’n 3000 exemplaren gedrukt, maar hoeveel er precies van verkocht zijn weet ik het (afgelopen week werd bekend dat er een tweede druk komt, red.). Het is heel bijzonder om je eigen boek uit te brengen. Het doet me wel wat als ik ergens in Nederland een boekenwinkel in ga en mijn boek zie liggen. Dat geeft wel voldoening. Het is best een bevalling, want ik moest het naast mijn werk bij VI doen. Ergens in september is het idee om een boek uit te brengen gestart en april was het klaar. Het geeft me een trots gevoel. Misschien komt er wel een tweede deel, maar dat is nog niet zeker. Nu ik hoofdredacteur word, zal ik minder tijd hebben om verhalen te schrijven en alleen die columns vind ik wat mager voor een boek. Als ik zelf carte blanche zou krijgen voor een boek, zou ik het liefste wat schrijven over het elftal van Ipswich Town dat me begin jaren tachtig fascineerde. Ik zei het al eerder, maar dat is voor mij het mooiste elftal aller tijden.”

Nu je hoofdredacteur gaat worden van VI zullen de Engelandreizen zullen wel minder worden?

“Ik maak zo’n drie keer per seizoen de oversteek en dat zal ik blijven doen. Ik werk vaak in het weekend en heb nog jonge kinderen. Dan kun je niet zo vaak gaan als je zou willen. In het begin probeerde ik zo vaak mogelijk Ipswich te zien als uitclub, maar dan beperk je jezelf in je mogelijkheden. Dat heb ik dus laten varen. Tegenwoordig ga ik meestal naar clubs die ik nog niet gezien heb. Mijn eerstvolgende trip is in oktober. Momenteel heb ik Southampton – Swansea op het oog. Ik ben nog nooit bij Southampton geweest, dus dat lijkt me wel leuk. Een ander bezoekje dat nog op de verlanglijst staat, is een revisit aan Upton Park. Ik blijf West Ham een bijzondere club vinden en wil graag nog een keertje daar naartoe voordat ze verhuisd zijn. Overigens wil ik daarna óók naar het Olympisch stadion. Ik ben namelijk erg benieuwd wat ze daar van gaan maken.”

In je boek komt naar voren dat je liefhebber bent van de oudere stadions, iets dat ze bij Southampton helaas niet meer hebben. Wat is het mooiste stadion dat je hebt bezocht in Engeland?

“Ik heb veel mooie stadions gezien. Dat is bijna niet te kiezen. Portman Road is natuurlijk erg speciaal voor mij, maar ik vind het ook gewoon een mooi stadion. Twee van de oude tribunes staan er nog altijd en vooral die letters “Ipswich Town Football Club” op de Cobbold Stand zijn prachtig. Alle elftalfoto’s en nieuwe spelers poseren altijd voor die letters. In de Premier League zijn Craven Cottage van Fulham en Goodison Park van Everton mijn favorieten. Goodison vind ik mooier dan Anfield. Griffin Park en Roots Hall staan ook hoog op mijn lijstje. Mooie, oude stadions. Maar stadions hoeven van mij niet perse oud te zijn. Zo vind ik het herbouwde Wembley erg geslaagd en die boog geeft het stadion iets ‘eigens’. Brisbane Road van Leyton Orient, dat ik drie jaar geleden bezocht, vind ik ook geweldig. Je kan daar naast het veld een praatje maken met de spelers en vanuit de appartementen in de hoek een wedstrijd volgen. Erg apart. Stadions die me weinig deden, zijn die van Derby County en Reading. Dat vond ik echt van die gezinsstadions.”

Je hebt al flink wat bezoekjes aan Engeland achter de rug. Kun je er wat noemen waar je nog met een glimlach op terugkijkt?

“De wedstrijden die ik bezoek zijn meestal niet heel goed. Misschien dat Ipswich – Derby nog wel de beste wedstrijd was. Het was aan het eind van het seizoen en Ipswich speelde nergens meer voor. Ze kwamen achter en ik verwachtte er niets meer van, maar ineens leken ze de geest te krijgen. Ipswich, waar Fabian Wilnis toen speelde, ging er helemaal voor en won uiteindelijk nog. Een heel goede wedstrijd. Waar ik ook met genoegen op terugkijk, is de finale van de League Cup van afgelopen seizoen. Vooral de Bradfordfans maakten er een groot feest van. Zelfs bij 4-0 achter lieten ze het hoofd niet zakken. Voor hen was het een mooi dagje uit. Overal in Londen zag je ook fans van Bradford. Die van Swansea waren vooral met bussen en de trein gekomen en gingen weer snel naar huis na de wedstrijd, terwijl die uit Yorkshire er een weekendje van hadden gemaakt. Heel bijzonder. Dat maakt het Engelse voetbal zo mooi en daarom houd ik er zo van.”

2 Reacties op “Tom van Hulsen

  1. Mooi stukkie over een echte liefhebber. Zelfs onder journalisten bestaan ze dus nog😉

  2. Heb het boek gelezen en ondanks dat ik regelmatig de columns van Tom op VI.nl lees, toch genieten. Zoals in het Friesch Dagblad stond: “Hij heeft oog voor de typische eigenaardigheden in het Engelse voetbal.” (http://www.frieschdagblad.nl/index.asp?artID=64732). Mooiste stukken zijn wat mij betreft de verhalen die een kijkje achter de schermen geven: Arjan de Zeeuw, Gerard Wiekens en Southend United. Iedereen die regelmatig op deze site zit, moet dit boek in de collectie hebben.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s