Empire Exhibition Trophy

Empire Exhibition Trophy

In 1938 denkt Groot-Brittannië nog steeds dé wereldmacht te zijn, maar in werkelijkheid zijn ze allang voorbijgestreefd door landen als de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie en Duitsland. Dit alles door de erfenis van de Eerste Wereldoorlog, waar Engeland zware verliezen leed en een gevoel van defaitisme aan overhield. Om dit maar niet onder ogen te hoeven komen deed Prime Minister Neville Chamberlain alles wat in zijn macht lag om een oorlog met Duitsland te voorkomen en laat Duitsland zijn gang gaan in Europa. Achteraf zou dat toegeeflijke gedrag tevergeefs blijken te zijn, want Hitler’s plannen behelsden meer dan Sudetenland alleen. Toch leek in 1938 een wereldoorlog nog ver weg en Groot-Brittannië wilde laten zien dat ze nog serieus te nemen waren als grootmacht. Een van de manieren die ze daarvoor hadden was de British Empire Exhibition, een Expo voor alle landen die bij het British Empire hoorden.

In 1938 was Glasgow de stad die deze expositie mocht organiseren. Dit had twee redenen. De eerste was dat Glasgow de expositie voor het laatste in 1888 georganiseerd en men het daarom mooi vond om het vijftig jaar later opnieuw in die stad te houden. Tweede reden was dat Glasgow langzaam aan het opkrabbelen was van de crisis die in de jaren twintig en dertig. De stad had te maken met hoge werkloosheidcijfers, overbevolking en sektarisch geweld. Men hoopte dat dit evenement voor een positieve boost zou kunnen zorgen. Glasgow was per slot van rekening nog altijd, in naam, de “Second City of the Empire”.

De plek waar de expositie zou plaatsvinden was Bellahouston Park, een gigantisch park in het zuidwesten van Glasgow in de buurt van Ibrox, het stadion van de Rangers. Het hoogtepunt van de expositie moest de “Tait Tower” worden, een toren van bijna 100 meter hoog van waaruit je over heel Glasgow kon uitkijken. Uiteindelijk zouden er maar liefst twaalf miljoen mensen de Empire Exhibition bezoeken in de acht maanden dat hij bestond. Het was een groot succes.

Een van de speerpunten van de “Empire Exhibition”  was het voetbaltoernooi dat tijdens de Expo zou plaatsvinden. Vier Schotse en vier Engelse clubs speelden een toernooi. Even werd nog overwogen om een nieuw stadion te laten bouwen in Bellahouston Park, maar dat was natuurlijk gekkenwerk in een stad waar al zoveel gigantische stadions stonden. Als locatie werd daarom voor het dichtbij gelegen Ibrox gekozen. Het toernooi zelf zou een ruime twee weken in beslag nemen. Er werd gekozen voor een knock-out systeem waarbij in de eerste ronde de Schotse clubs elkaar niet konden loten. Er zouden dus vier “Battles of Britain” gaan plaatsvinden, een term die twee jaar later een heel andere betekenis zou krijgen, toen de Luftwaffe en de R.A.F. elkaar bestreden in luchtgevecht dat zijn weerga niet zou kennen.

De organisatoren schreven vier clubs uit Schotland aan om deel te nemen aan het toernooi. Deze vier clubs waren op dat moment de vier beste clubs van Schotland. Als eerste was daar Celtic, dat net kampioen was geworden. Een extra motivatie voor Celtic om deze Cup te pakken was dat ze in 1938 precies vijftig jaar bestonden. Rangers was als gastheer natuurlijk ook aanwezig. The Gers waren op dat moment de grootste club ter wereld: ze trokken de meeste toeschouwers en ook qua prijzen was er geen club die zo succesvol was. Rangers zouden een jaar later, in 1939, ook weer kampioen worden.

Als derde Schotse club werd Aberdeen aan het deelnemersveld toegevoegd. Zij waren cijfermatig de nummer drie van Schotland geweest in de voorbije jaren en was dus een logische deelnemer. In 1937 was de club nog tweede geworden, vóór Celtic, en geen enkele club uit Glasgow of Edinburgh reisde graag af naar het hoge noorden waar de Noordzee op de rotsen beukte en er meer schapen waren dan inwoners. De vierde en laatste Schotse club was Heart of Midlothian. Hearts had net een superprestatie geleverd door tweede te worden in de schotse competitie, slechts drie punten achter Celtic. Dit was de hoogste eindpositie van de club sinds het laatste kampioenschap in 1897. Al met al stond er dus een geweldig sterk deelnemersveld uit Schotland, waar de Engelsen angstig naar keken.

In Engeland was ondertussen ook bekend geworden dat er een Engeland v Schotland toernooi zou worden gehouden in Glasgow en veel clubs hoopten op een uitnodiging. Een club wilde er zelfs voor betalen en ondanks dat de club niet zo’n grote naam had op dat moment mochten ze mede daardoor toch komen. Deze club was Chelsea, op dat moment niet meer dat een middenmotor op het hoogste niveau in Engeland. Ze waren in 1938 maar net in het linkerrijtje geëindigd. Chelsea op papier de minste club van de acht. De club had wel een bepaalde uitstraling doordat er altijd wel veel mensen met geld op de tribune te vinden waren, maar op het veld was het allemaal niet zo denderend wat de mannen uit West-Londen lieten zien.

Behalve Chelsea, kwam er nog een deelnemer uit Londen. Brentford, nu misschien een kleine naam, maar destijds een grote club. De drie jaar ervoor waren ze vijfde, zesde en zesde geworden in de competitie. Brentford en Chelsea zijn natuurlijk leuk en aardig, maar de organisatie zocht ook echte toppers uit Engeland. Kampioen Arsenal kwam helaas niet voor ze en de kampioen van 1937, Manchester City was gedegradeerd (ondanks dat ze van alle clubs op het hoogste niveau de meeste doelpunten hadden gemaakt, een bizarre statistiek). Een degradant uit Engeland zou niet echt serieus genomen worden door de Schotse pers en dus ging de zoektocht verder.

De kampioen uit 1936 was natuurlijk wel een mooie aanvulling met als extraatje dat de club in de buurt van Schotland speelde. Sunderland had op dat moment een recordaantal Engelse kampioenschappen (zes maar liefst) in zijn prijzenkast staan en had in 1937 de meest prestigieuze beker van allemaal gewonnen: de FA Cup. Tel daarbij op de vele Schotse immigranten in Sunderland en een publiekstrekker van jewelste was gevonden. Als vierde club slaagde de organisatie er ook in om een topper aan te trekken. Men wilde graag een club uit Liverpool (wegens de gelijkenis tussen die stad en Glasgow) en had de keuze uit Everton en Liverpool. Beide waren vier keer kampioen geworden, maar waar Liverpool nog nooit de FA Cup had gewonnen waren de Toffees al twee keer succesvol geweest in die competitie. Dat gaf de doorslag en de uitnodiging werd verstuurd naar Goodison Park en gretig geaccepteerd. Everton zou overigens het jaar na deze Empire Exhibition Cup kampioen van Engeland worden, waardoor het toernooi met terugwerkende kracht nog meer glans kreeg.

De loting zorgde voor twee droomlotingen voor de organisatie (laten we het op toeval houden en niet op warme en koude balletjes): Celtic mocht het opnemen tegen Sunderland in de openingswedstrijd, terwijl de kwartfinales werden afgesloten met het blauwe treffen tussen Everton en Rangers. De andere paringen zorgden ervoor dat het chique Chelsea het mocht opnemen tegen de rauwdouwers uit Aberdeen en Hearts v Brentford was de laatste wedstrijd die uit de koker kwam rollen. Op 25 mei waren het Celtic en Sunderland die het toernooi mochten openen op Ibrox.

Vooraf was de organisatie bang dat er weinig mensen op deze wedstrijd zouden afkomen, omdat ze dachten dat weinig Bhoys zin hadden om op Ibrox de wedstrijd te komen kijken. Dat was een misrekening en 40.000 Celtic-fans zakten af naar het zuidwesten van de stad om hun club te gaan aanmoedigen. Sunderland had ook zo’n 10.000 fans meegenomen en de club werd bovendien gesteund door fans van de Rangers, die het niet prettig vonden dat de groen-witten hun tempel hadden overgenomen. Dit zorgde voor en na de wedstrijd voor kleine relletjes, maar over het algemeen verliep het vrij rustig. De wedstrijd zelf was erg evenwichtig en na 90 minuten stond de beginscore nog steeds op het scorebord.

Dat betekende een replay de volgende dag, want er stonden maar twee weken voor dit toernooi. Opnieuw stroomde Ibrox vol met Celtic- en Sunderland-fans. Celtic was ditmaal de sterkere en na 90 minuten stond het 3-1 voor de club uit Glasgow. Celtic had op dat moment twee uitstekende aanvallers, Crum en Divers, en die zorgden in deze wedstrijd voor het verschil. Crum maakte het openingsdoelpunt, terwijl Divers, na de gelijkmaker van Sunderland, met twee goals de zaak vakkundig afmaakte. Ondanks de constante stroom van Schotse talenten (zeker ook van Celtic) naar de rijkere zuiderburen, was een Schotse club er toch in geslaagd om een van de Engelse topteams te verslaan. De Schotse kranten genoten ervan om de Engelsen eens goed te kakken te zetten met deze, toch wel verrassende, overwinning van Celtic.

Een iets minder grote verrassing vond de dag erop plaats. Aberdeen was namelijk zwaar favoriet in de wedstrijd tegen Chelsea. Dat het echter zo makkelijk zou gaan als op deze middag had niemand verwacht. Aberdeen won met maar liefst 4-0 en liet Chelsea toch wel met de mond vol tanden achter. Iedere spelers van Chelsea verdiende namelijk een veelvoud aan salaris in vergelijking met de spelers van Aberdeen. De voorzitter van Chelsea had het liefst het hele elftal van Aberdeen een contract aangeboden en meegenomen naar Londen. Opnieuw stonden de Schotse kranten vol met patriottische teksten over de overwinning van een Schotse club op een Engelse club.

Twee dagen na de afdroogpartij van Aberdeen, op 29 mei, stond de derde Schotland-Engeland ontmoeting op het programma. Het kleine, maar sterke, Brentford moest het opnemen tegen Hearts. Hearts kon in Ibrox rekenen op de steun van het publiek, want waar Aberdeen nog een beetje werd gezien als een raar clubje uit het noorden was Hearts een soort zustervereniging van Rangers. Het publiek ging dan ook vol achter Hearts staan, die het erg moeilijk hadden tegen Brentford. De Londenaren lieten namelijk hun spelletje zien waar ze in Engeland veel lof mee oogsten; het balletje snel rond laten gaan over de grond. Pas ver in de tweede helft begon de wedstrijd richting de Schotten te kantelen. Uiteindelijk was dat net op tijd. De Edinburghse spits Briscoe scoorde het enige doelpunt en ook de derde Schotse club was door naar de halve finales.

Everton was de aangewezen club om de eer van Engeland te redden. Zij hadden echter de pech het op te moeten nemen tegen Rangers. Ondanks dat die club niet de regeerde Schotse kampioen was, was er geen twijfel over mogelijk dat dit de sterkste club van Schotland was. Celtic was al jaren aan zijn beste spelers aan het verkopen (Celtic werd tussen 1926 en 1954 slechts tweemaal kampioen van Schotland) en zou na WO II een marginale rol gaan spelen in het Schotse voetbal. Rangers was de enige Schotse club die geen spelers verkocht aan de Engelse clubs, want ze hadden geld genoeg. Everton was dus gewaarschuwd en was ook zeker niet de favoriet. Rangers speelde thuis en vooral na de overwinning van Celtic moesten zij deze wedstrijd, en het toernooi, winnen.

Het was meer dan een toernooi geworden; het was een echte Engeland-Schotland strijd. Zelfs de Engelse pers begon zich de nederlagen van de Engelse clubs aan te trekken en Everton werd de bijna heilige taak opgelegd om te winnen om zo het Engelse blazoen te redden. Het was dan ook geen verrassing dat de wedstrijd spijkerhard was. De spelers van Everton werden door het publiek net zo hard aangepakt als de Celtic-spelers normaal kregen te voorduren. The Toffees lieten zich echter niet van de wijs brengen en kwamen op voorsprong. Die werd in de tweede helft nog verdubbeld. De spelers werden bespuugd na het laatste fluitsignaal, maar ze hadden de Engelse eer gered.

Celtic v Hearts en Aberdeen v Everton kwamen uit de loting gerold. Celtic v Hearts was geen genot voor het oog. Beide clubs wilden erg graag in de finale komen en durfden geen risico te nemen. Voor Celtic was dit de kans om populair te worden in Schotland. De club werd nog steeds als een vreemde, Ierse, eend in de bijt gezien. Ze hadden echter de kans om in de finale, als die tegen Everton zou zijn, het grootste deel van de natie achter zich te krijgen. Hearts wist zich in deze wedstrijd gesteund door veel “neutrale” Rangers-fans die alles behalve Celtic in de finale wilden hebben. De rivaal in de finale van zo’n prestigieus toernooi, dat zou onverteerbaar zijn. Helaas voor hen won Celtic met 1-0. Weer was het Johnny Crum die scoorde.

De andere halve finale leek vooraf minder spannend. Everton was huizenhoog favoriet, maar Aberdeen liet zien wel degelijk goed te kunnen voetballen. Everton had de beste spelers, maar door de enorme inzet van de spelers van Aberdeen hadden ze het nog erg moeilijk. De wedstrijd was een waar spektakelstuk. Everton, met spelers als Tommy Lawton (die later nog een recordtransfer zou maken naar Chelsea), Joe Mercer (een geweldige middenvelder), Thomas Jones (die bijna bij AS Roma had getekend, ware het niet dat er geen buitenlandse transfers mochten plaatsvinden) en Alex Stevenson (ex-Rangers en technisch een geweldige voetballer), speelde Aberdeen bij tijd en wijle helemaal zoek, maar op karakter scoorden de noordelingen nog twee goals. Dat was niet genoeg, aangezien Everton er drie maakte.

Er was sprake van een geweldige build-up voor de finale door de kranten aan beide kanten van de Hadrian Wall. Celtic werd ineens neergezet als de redder van Schotland, terwijl in Engeland Everton ineens de nationale trots was. Voor de fans van de Rangers was het erg lastig kiezen, want beide teams waren eigenlijk de vijand. Uiteindelijk kozen ze toch maar voor Everton, want Celtic met deze prijs zien was ondraaglijk. De meeste fans kozen er echter voor om gewoon niet naar de finale te gaan. De organisatie was even bang voor een leeg stadion, maar toen er uiteindelijk 82.000 betaalde mensen (er waren er ook nog duizenden en duizenden die zonder te betalen naar binnen kwamen) in Ibrox zaten bleek dat die vrees ongegrond was. Het toernooi zou de uitsmijter krijgen die het verdiende, ondanks het ontbreken van de thuisploeg en topfavoriet Rangers.

Op een zonnige 10 juni komen beide teams uit de catacomben. Everton in zijn blauwe shirt met witte broek en Celtic in het karakteristieke shirt met groene en witte banen. Het is de belangrijkste wedstrijd tusseneen club uit Schotland en Engeland tot dan toe. De 22 spelers weten dat er in het beide land veel mensen op hen rekenen om de eer van het land te verdedigen. Het voelt vreemd aan, want de wedstrijd Engeland v Schotland is dan al vaak gespeeld, maar dat zijn landenteams. Ditmaal zijn het clubs die voor het land strijden. Celtic heeft, ondanks dat het op Ibrox is, duidelijk het thuisvoordeel.

Aan de andere kant had Everton weer de betere spelers. Dit team, dat in 1938-1939 dus kampioen zou worden, wordt wel eens omschreven als het beste Everton ooit. Misschien is het waar, misschien niet, maar het team heeft wat tragisch doordat de oorlog ervoor heeft gezorgd dat het nooit helemaal tot bloei heeft kunnen komen. Celtic trad aan met enkele fantastische spelers, maar er zaten ook wat middelmatige voetballers bij. De jeugdopleiding van Celtic was ongeëvenaard en zorgde continue voor nieuwe toppers, maar die werden snel weer verkocht. Het bestuur wilde namelijk zoveel geld verdienen aan de club. Een beleid dat tot 1965 zou duren, toen ene Jock Stein daar een einde aan maakte en sportief succes voor economisch succes stelden.

De wedstrijd zelf kenmerkte zich door een afwachtende houding in het begin. Pas in de tweede helft ging het helemaal los, waar vooral Celtic veel kansen creëerde met zijn vijf aanvallers die continue van plek switchen. Everton leek wat minder scherp dan in de voorgaande wedstrijden en ze mochten van geluk spreken dat het eindsignaal werd gehaald met een 0-0 stand. Ditmaal volgde er geen replay, maar een verlenging van tweemaal een kwartier. In de verlenging maakte het fittere Celtic het af. Opnieuw was het Johnny Crum, evenals Lawton een speler die een groot deel van zijn carrière in de rook op zag gaan door WO II, die het doelpunt maakte. Celtic kon de 1-0 voorsprong vasthouden en mocht na afloop de zilveren uitvoering van de “Tait Tower” in ontvangst nemen. Een kitscherige prijs die nog altijd prominent in het museum van Celtic te zien is.

Celtic was dus het sterkst gebleken op dit toernooi en kreeg veel lof van de pers. Ironisch genoeg ging het de verliezer van de finale een stuk beter af dan de winnaar. Everton werd kampioen van Engeland, terwijl Celtic tot 1954 moest wachten voor een nieuwe landstitel. De grootste verliezer van het toernooi, Rangers, zou de jaren na deze finale domineren als nooit te voren. Samen met Celtic liep het ook met het British Empire niet goed af, want dat viel helemaal uiteen na WO II. Het allerzuurste liep het af voor de Tait Tower, hét pronkstuk van de tentoonstelling. De toren, gebouwd om in de honderd jaar na de tentoonstelling uit te groeien tot het gezicht van Glasgow, werd in 1939 afgebroken. Dit omdat de toren teveel opviel en een makkelijk doelwit zou kunnen vormen voor de Duitse luchtmacht.

Een overzichtje van de resultaten:

 Kwartfinales:

25/05: Celtic v Sunderland 0-0

26/05: Celtic v Sunderland 3-1 (replay)
27/05: Aberdeen v Chelsea 4-0
29/05: Hearts v Brentford 1-0
30/05: Rangers v Everton 0-2

Halve finales:

03/06: Celtic v Hearts 1-0
04/06: Aberdeen v Everton 2-3

Finale:

10/06: Celtic v Everton 1-0 [82.000]

 95. Johhny Crum 1-0

Celtic:  Kennaway, Hogg, Morrison, Geatons, Lyon, Paterson,

Delaney, MacDonald, Crum, Divers, Murphy

Everton: Sagar, Cook, Greenhalgh, Mercer, Jones, Thomson,

Geldard, Cunliffe, Lawton, Stevenson, Boyes

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s