Tom Egbers & That Final Day

Tom Egbers

In de week dat er allerlei artikelen verschijnen over “That Final Day” mag een interview met het brein hierachter niet uitblijven natuurlijk. Zonder Tom Egbers (55) hadden we namelijk nooit deze documentaire gezien. Ik was erg benieuwd hoe het allemaal in zijn werk is gegaan en reisde daarom afgelopen zondag af naar Hilversum. Wat is een betere plek om Willem II te zien degraderen, tegen Ajax nog wel, op een plek waar volgens Gerard Cox zelfs de mensen die de stekkers in de stopcontacten doen voor Ajacied zijn. Als je een gifbeker leegdrinkt, moet je het goed doen. Maar als je met iemand over Bradford City ‘claret and amber, prachtig’ kunt praten, maakt een 5-0 nederlaag niets meer uit.

Tom Egbers is Anglofiel. Dat is niet zo vreemd gezien zijn Engelse genen. Zijn moeder, afkomstig uit de West Country, kwam op jonge leeftijd tijdens een schoolreisje in aanraking met een slagerszoon uit Almelo. Ze werden verliefd en op 18 oktober 1957 werd Tom, vernoemd naar zijn Engelse opa Thomas, geboren. Ondanks dat hij opgroeide in Almelo en fan werd van Heracles, was zijn Engelse kant nooit ver weg.

“Mijn moeder kwam uit de buurt van Weston-super-Mare, een kustplaatsje net iets onder Bristol. Wij gingen er wel eens op vakantie en ik kreeg soms pakkertje vanuit Engeland en dat was natuurlijk razend interessant. Er woont nog altijd familie van mij, maar mede door werk kom ik er niet zo heel vaak. Ik heb door mijn roots wel iets met de West Country, waartoe ook Exeter behoort. Die band heb ik overigens ook met de stad Liverpool. Mijn opa kwam uit Ierland op zoek naar werk en zoals de meeste Ieren zette hij voet  aan wal in Liverpool. Nog altijd heeft 70% van de mensen in Liverpool een Ierse voorouder. Honderd jaar geleden was Liverpool de rijkste stad ter wereld, maar de Ierse arbeiders waren daar in de vochtige kelders aan het wegrotten. Toch heb ik een fascinatie met die stad en zeker met de muziek daar. Eigenlijk is Liverpool helemaal niet zo groot. Haal voorsteden zoals Crosby en Kirkby eraf en het is niet veel groter dan Utrecht, maar als je ziet wat daar allemaal vandaan komt. Ongelooflijk. De stad heeft twee clubs die in de Premier League spelen en ontelbare bands zijn afkomstig uit de stad. The Beatles, waar drie van de vier leden Iers bloed hadden, Gerry and the Pacemakers, The Searchers en zo kan ik maar doorgaan. Die muzikale traditie komt door de vele Ierse invloeden, want Ieren kunnen goed zingen. Liverpool was ook de doorvoerhaven van veel mensen die naar Amerika wilden. De vlaggenmast van een van die schepen, de SS Great Eastern, staat al decennialang naast The Kop van Anfield. De muziek, de geschiedenis, het voetbal, alles is met elkaar verweven in Liverpool.”

Veel mensen met een dubbele nationaliteit hebben vaak moeite als hun vaderland en moederland tegen elkaar spelen. Anglofiel Egbers kiest toch voor Nederland als beide landen tegen elkaar spelen.

“Als het Nederlands elftal tegen Engeland speelt, ben ik gewoon voor Nederland. Ook in 1996, toen het EK in Engeland was en de wedstrijd op Wembley werd gespeeld, hoopte ik dat Nederland zou winnen. Maar een van de mooiste momenten die dag vond plaats nadat het Wilhelmus was gespeeld. “God Save the Queen” werd ingezet en 80.000 man zongen dat mee. Dat was zo indrukwekkend om mee te maken. Het kippenvel stond centimeters dik op mijn armen.”

Gezien zijn voorliefde voor Engels voetbal was het niet gek dat Egbers “That Final Day” maakte. Ondanks dat niet iedereen op de redactie even enthousiast was, zette Egbers het idee door en daardoor werden Swansea en Exeter bekende clubs bij een gedeelte van de Nederlandse voetballiefhebbers.

“Het idee voor het maken van een documentaire kwam in me op toen ik zag dat de degradatiestijd in de Third Division (nu League Two, red.) zo spannend was. Wat niemand weet, is dat toen het plan werd geopperd er nog zes clubs (Boston United, Bristol Rovers, Carlisle United, Shrewsbury Town, Swansea City en Exeter City, red.) konden degraderen en dat we alle zes die clubs in de weken voorafgaand aan de laatste speelronde hebben bezocht. We spraken met de clubs en met fans. Het was natuurlijk niet te hopen dat ze alle zes tot de laatste speeldag zouden strijden tegen degradatie, want zes cameraploegen naar Engeland sturen was niet te doen. Niet iedereen op de redactie vond het een goed idee. Mart Smeets vond het bijvoorbeeld helemaal niets. Het vervelende was dat we moesten tot de dinsdagavond in die laatste week voordat we zeker waren welke clubs nog konden degraderen. Boston en Bristol Rovers waren toen al veilig, maar we hadden nog altijd vier clubs over. Shrewsbury en Carlisle speelden toevallig die dinsdagavond tegen elkaar. Carlisle won met 2-3, waardoor zij veilig waren en Shrewsbury zeker gedegradeerd was. Erg goed, want nu waren op de laatste speeldag alleen nog Swansea en Exeter over. Als het zoals dit jaar was gegaan, met zeven clubs die er nog uit konden vliegen op de laatste dag, was het een ramp geweest. Nu was het scenario perfect, want niet alleen hadden we maar twee clubs over, ze speelden ook nog eens allebei thuis. Het kon bijna niet beter. Kees Jongkind ging naar Swansea en ik naar Exeter. Ik had namelijk meteen een klik met Dave Bennett (de Exeter-fan, red.) toen we daar vooraf waren.”

Ook al is het tien jaar geleden, nog altijd kijkt Egbers met veel plezier terug op “That Final Day”.

“Ik vind “That Final Day” nog altijd een van de mooiste dingen die ik ooit heb gemaakt. Alles viel goed. We hebben ons bewust gericht op de fans en hun beleving in plaats van op het voetbal zelf. Natuurlijk waren er een paar voetbalbeelden te zien, maar de reacties van de fans waren veel mooier om in beeld te brengen. Bij Swansea vond ik het stukje van de huilende dochter prachtig bij de 1-1. De vader troost haar, maar je ziet hem ook zorgelijk kijken als het daarna 1-2 voor Hull wordt. Met het scoreverloop hadden we ook zoveel geluk. Swansea komt voor en is veilig, dan komt Hull met 1-2 voor en is Exeter safe. Uiteindelijk wint Swansea met 4-2 en zijn zij gered en vliegt Exeter eruit. Je ziet dan Dave Bennett weglopen met zijn pa en hoort hem zeggen ‘Who needs the bloody Football League’ en zo is het ook. We hadden zoveel mooi materiaal en hebben uiteindelijk flink moeten snijden in materiaal dat óók prachtig was. Zonder onszelf op de borst te kloppen, mag ik wel zeggen dat we een goede keuze hebben gemaakt om de fans centraal te stellen in deze documentaire.”

Na “That Final Day” ging Egbers begin 2005 nog eens terug naar Exeter. The Grecians hadden 0-0 gespeeld tegen Manchester United op Old Trafford in de FA Cup en de NOS maakte een korte reportage over de return op St. James’ Park. Nu tien jaar later leek de tijd rijp om eens terug te kijken, maar Egbers heeft er bewust voor gekozen dat niet te doen.

“Ik heb mailtjes gekregen met de vraag of het geen idee was om tien jaar na dato terug te keren naar Swansea om te laten zien wat zij voor opmars hebben gemaakt. Natuurlijk is dat erg knap, maar ik vond dat het dan teveel van hetzelfde zou worden. Het zou hetzelfde kunstje zijn en dat wil ik niet doen.  Daarom hebben we het bewust niet gedaan. Misschien is het wel leuk om na 25 jaar weer eens terug te gaan, want dan ben je echt een hele generatie supporters verder. The Vetch is al weg en ik vrees dat St. James’ Park ook flink veranderd zal zijn. Je kunt dan goed de veranderingen in beeld brengen. Ik denk dat die groot zullen zijn, want het Engelse voetbal neemt steeds meer invloeden van het continent over.”

Egbers is helemaal bezeten van het Engelse voetbal en probeert, ondanks zijn drukke schema, zo goed mogelijk op de hoogte te blijven van alles wat er aan de overkant gebeurt.

“Ik volg het Engelse voetbal via Match of the Day en de Football League Show. Ik kijk die altijd zaterdagnacht, ook al duurt het tot half drie ‘s nachts. Zondag moet ik namelijk altijd werken en dan heb ik geen tijd om het te kijken. Het is dus laat, maar dat heb ik er wel voor over. Verder volg ik websites, waaronder die van jou (zo, dat willen we natuurlijk wel even in dit stuk vermelden, red.). Zo blijf ik op de hoogte van het mooiste voetbal van de wereld, want dat blijft het natuurlijk toch nog altijd. Werkelijk iedere club heeft een verhaal en dat weet jij ook, gezien je site. Je hoeft maar even te graven en je hebt al iets te pakken.”

Voor Egbers gaat het bij het Engelse voetbal, net zoals bij mij, niet om de grote clubs, de grote sterren en de prijzen, maar om de kleinere dingen. Het typische Engelse.

“Alleen al de manier waarop Engelsen ‘the club’ uitspreken. ‘The club’ is in Engeland zoveel meer dan alleen een voetbalteam. Bij ‘the club’ kom je elkaar tegen, wissel je verhalen uit en moedig je jouw team aan. Een voetbalclub in Engeland neemt in het leven van de fans een veel centrale rol in dan bijvoorbeeld in Nederland. Het gaat ook altijd om het eigen team en niet om de tegenstander te vernederen, dat vind ik mooi. Altijd naar jezelf kijken. Clubs aan de overkant hebben ook prachtige namen. Burton Albion. Albion, schitterend toch? Plymouth Argyle. Leyton Orient. Maak daar Leyton United van en het is ineens veel minder interessant. Of wat dacht je van Crystal Palace. Bij zo’n naam zie je ineens een kristallen paleis voor je. Schitterend. Ik ben sowieso heel gevoelig voor namen. In Nederland vind ik bijvoorbeeld Willem II heel mooi. Dat staat voor iets. De geschiedenis. De invloed van de koning op Tilburg. FC Tilburg was veel minder interessant geweest. Daarnaast heb je natuurlijk die geweldige stadions in Engeland. In Goodison Park zou ik wel eens willen rondlopen als het helemaal verlaten is. St. James’ Park en The Vetch waren natuurlijk ook prachtig. Klassieke stadions. Dat kwam goed uit voor de documentaire. En dan heb ik de kleuren nog niet eens genoemd. Claret & blue, waar zie je dat nog meer? Dat is toch schitterend? Of wat dacht je van het claret & amber van Bradford. Dat alles bij elkaar maakt Engeland voor mij hét voetballand.”

Vanwege zijn werk komt Egbers vaak in Engeland. Meestal is het de grote clubs, zoals Chelsea, Manchester United, Liverpool en Arsenal, want die spelen vaak in de Champions League. Soms komt hij bij kleinere clubs, als hij daar een reportage over maakt. Denk aan “That Final Day” en de eveneens prachtige documentaire over de stadionramp in Bradford.

“Ik moet natuurlijk vaak werken in het weekend. Ik kan dus niet zomaar naar Engeland toe voor mijn plezier. Wel ben ik afgelopen zomer bij een oefenwedstrijd van Weston-super-Mare (uit de Conference South, red.) geweest. Ze speelden tegen Swindon Town en ik ging er samen met mijn zoon heen. Een paar dagen later zou Weston-super-Mare weer een oefenwedstrijd spelen. De stadionspeaker riep dat om en zachtjes hoorde je ‘booh’ nadat de naam van tegenstander Bristol Rovers werd uitgesproken. De man achter de microfoon vond dat niet overtuigend genoeg en zei ‘come on, you can do better than that’. Hij zei opnieuw Bristol Rovers en toen hoorde je ineens heel hard ‘boooooooh’. De humor in de stadions vind ik een van de leukste dingen van Engeland.”

Egbers schreef twee boeken over de Zuid-Afrikaan Steve Mokone, die Almelo in vuur en vlam zette in zijn twee jaar bij Heracles. Het eerste, De Zwarte Meteoor, ging over de carrière van Mokone bij Heracles en het tweede, Twaalf Gestolen Jaren, over de veroordeling en gevangenisstraf van Mokone in de VS. Vorig jaar verscheen Rory Storm, hoe de koning van Liverpool werd onttroond door The Beatles, over zanger Rory Storm, Liverpool en muziek. Een boek over Engels voetbal ligt voor de hand, maar gaat dat er ooit komen?

“Ik ben wel van plan om ooit een boek over Engels voetbal te schrijven. Ik wil me dan focussen op de kleinere verhalen. Verhalen die nog niet vaak zijn verteld. Ik kan er nog geen termijn aan hangen, maar ooit breng ik het uit. Verhalen waar ik aan denk zijn dan veelal anekdotisch van aard. Om een voorbeeldje te noemen. Het WK 1986 in Mexico. In León speelden Frankrijk en Hongarije tegen elkaar. Kees Jansma ging er kijken, want ondanks dat Hongarije allang niet meer het Gouden Hongarije van Puskas was, had het land toch nog altijd iets magisch. Na de wedstrijd stond hij bij de bus te wachten en kwam er een Engelse journalist bij hem staan. Ze gingen praten en Jansma begon over zijn voetbalcarrière bij Alphense Boys. Uiteindelijk vroeg hij aan de Engelse journalist of hij ook zelf had gevoetbald. Die zei droogjes ‘Ja, 105 interlands voor Engeland. Bleek het Billy Wright te zijn.”

11 Reacties op “Tom Egbers & That Final Day

  1. Geweldig leuk artikel!

  2. Prachtig interview. That Final Day is historisch mooi, dit interview geeft nog eens een flinke verdieping erop. Dank!

  3. Heel leuk leesvoer, en ook heel herkenbaar. Bij de zin over hoe je bij de naam Crystal Palace meteen zo een paleis voor ogen ziet, dat was zo herkenbaar. Ik denk dat veel mensen zulke clubs met namen als Crystal Palace, Queen of the South, Leyton Oriënt, Nottingham Forest, Sheffield Wednesday … een zekere interesse wekt. Ik ontmoette zelfs enkele buitenlandse fans van, for gods sake, Bolton. Ik moet er meteen bijzeggen dat voor ik de club wat vaker aan de slag zag, ik het ook niet onaardig vond, puur vanwege die “Wanderers”. Ook slaat ie in het interview de nagel op de kop over supportersmentaliteit. Dat vind ik wel eens storend in de Benelux: fans die elkaar provoceren en meer het andere team beledigen dan het eigen team aan te moedigen. OK, je hebt in het UK ook banter, maar de balans lijkt daar toch eerder te neigen naar de liefde voor de eigen club eerder dan naar de haat voor de tegenstander.

    PS Joris: hoe krijg je zulke interviews geregeld?🙂 Ik bedoel, als je als beginneling (zij het artiest, sportman, TV figuur, …) al regelmatig interviewverzoekjes krijgt, kan ik me voorstellen dat iemand die al echt grote bekendheid opbouwde een enorme stapel verzoekjes krijgt. Om er dan uitgepikt te worden en voor zo een interview te worden uitgenodigd lijkt me niet eenvoudig. Ik heb 1x Orphaned Land (1 van mijn favoriete bands) mogen interviewen, was een soort verjaardagscadeautje van een vriendin. Had die geen perskaart vanwege haar inzet voor muziekmagazines, dan was dat allicht niet eens gelukt om in de buurt van de band te komen. Ik weet wel dat Twitter etc contact met een “bekend figuur” iets eenvoudiger maken dan hoe het vroeger ging, maar zelfs dan nog… Ik kan me voorstellen dat die man ook genoeg tweets krijgt dat hij ze onmogelijk allen kan verwerken. Hoe krijg je zulke interviews geregeld?🙂

    In elk geval een heel leuk stuk om te lezen.

    • Tom Egbers is een vaste lezer op mijn site en we hadden vooraf al wel contact. Vandaar dat het niet zo lastig was. Soms lukt het ook niet. Hans Kraay jr. wilde ik graag spreken over zijn tijd bij Brighton, maar mijn site was niet groot genoeg voor hem. Ook met Gus Uhlenbeek lukte het niet, maar meestal zijn mensen heel enthousiast. In dit soort interviews gaat alleen veel tijd zitten (voorbereiding, reizen, uitwerken), waardoor ik er niet al te veel doen.

      • Skype kan, mits beide partijen het gebruiken, die afstanden alvast wegnemen als probleem. Of het interview per email, hetgeen ik vaak doe voor mijn blog, maar je hebt wel het nadeel dat het niet zo vlot als een face to face gesprek waar je meteen antwoord op je vraag krijgt. Weigeringen zijn nooit leuk maar het ergerlijkste is wanneer men simpelweg niet antwoordt, hetgeen helaas wel frequent gebeurt. Een korte “nee, geen interesse” is toch het minimum aan beleefdheid dat je zou verwachten. Maar anderzijds maakt het de voldoening des te groter als iemand juist wel heel gastvrij en praatvaardig blijkt.

      • Heel leuk interview. Wat zou ik graag weer een nieuwe docu over het Engelse voetbal zien… Maar dat van Kraaij jr… Ongelooflijk… Ik vond het al een gemaakte flapdrol, maar nu zakt ie helemaal door het ijs. Erg jammer.

  4. Achteraf alleen maar goed dat die aandachtshoer geen aandacht heeft gekregen, maar het leek me wel mooi over die twee seizoenen bij Brighton.

  5. “Een voetbalclub in Engeland neemt in het leven van de fans een veel centrale rol in dan bijvoorbeeld in Nederland. Het gaat ook altijd om het eigen team en niet om de tegenstander te vernederen, dat vind ik mooi. Altijd naar jezelf kijken. ”

    Iets met een spijker en een kop. Mooi stuk Joris!

    • Ik heb er een dubbel gevoel bij. Dat ze vooral eigen team aanmoedigen en niet zo focussen op provoceren van de tegenpartij, vind ik ook heel mooi. Dat mis ik in vasteland-Europa wel eens, waar sommige clubs’ fans meer met het beledigen van de tegenstander bezig zijn dan met het aanmoedigen van hun eigen team.

      Dat de club een centraler rol in het leven speelt… Hier heb ik een beetje een dubbel gevoel bij. Uiteindelijk is en blijft het maar voetbal, het is en blijft een spelletje. Je kan het ook zo ver drijven dat je hele gemoed afhangt van die club, en dan overschrijd je ergens toch een beetje een grens. Nu ja, voor mij is kunst een passie, ik kan andere mensen geen fanatisme verwijten , alleen heb ik nog maar zelden een week slechtgezind rondgelopen omdat een concert tegenviel of zo. Sommige fans kunnen echt dagen van streek zijn om een nederlaag. Dat is toch bizar. Ik zeg niet dat het fout is, maar ik ben toch blij dat het bij ons net ietsje meer vanop afstand gevolgd wordt en mensen sneller de bladzijde omslaan na een wedstrijd. Ik heb in Turkije gewoond en hoewel ik het fanatisme van de fans enerzijds prachtig vond… er is een gezegde in Marokko (maar ook op vele andere moslimlanden van toepassing) “eerst komt Allah, dan het gezin, en daarna voetbal”. Als enkel je religie en het welzijn van je gezin nog belangrijker is dan voetbal, dan stel ik me toch enkele vragen.

  6. Pingback: Terraces & Floodlights: voorwoord | Doing the 116 Blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s