Bob Shankly

Wie kent Bill Shankly niet en zijn uitspraak: “Football is not just a matter of life and death: it’s much more important than that.” Heeft hij overigens nooit gezegd, maar daar gaat het niet om. Bill Shankly is wereldberoemd en de grondlegger van het alles overwinnende Liverpool uit de jaren zeventig en tachtig. Maar in Dundee is niet Bill de beroemde Shankly, maar zijn broer Bob. Praat met oudere mensen in Dundee over Bob Shankly en de kans is groot dat ze urenlang blijven praten. Bob Shankly gaf de mensen van Dundee iets om trots op te zijn. Onder zijn leiding kon Dundee wedijveren met de grootmachten uit Glasgow en Edinburgh en zorgde ervoor dat de provincieclub in 1962 voor het eerst de landstitel won. Niet alleen dat, het jaar erop haalde Dunde zelfs de halve finale van de Europa Cup I. Bob Shankly is de held van blauw Dundee en daarom is er een tribune naar hem vernoemd, iets dat hij dubbel en dwars heeft verdiend voor zijn prestaties op Dens Park.

Dundee was al vroeg een topclub. In 1902, 1907 en 1909 werden The Dees tweede in de competitie. De eerste prijs werd ook al lang geleden gewonnen: de Scottish Cup in 1910. Ook daarna bleef Dundee altijd een goede ploeg op het hoogste niveau. Het zegt genoeg dat Dundee vanaf 1893 tot en met 1976, op een seizoen na, op het hoogste niveau speelde. Ze hoorden er gewoon bij en prijzen werden er ook gepakt. Eind jaren veertig, begin jaren vijftig hadden ze een geweldige ploeg. In 1949 werd bijna de titel gepakt. Een puntje kwamen ze tekort op Rangers, terwijl ze in 1951 derde werden. Die geweldige groep voetballers won ook prijzen. Zo werd in zowel 1952 (3-2 tegen Rangers) als 1953 (2-0 tegen Kilmarnock) de League Cup gepakt. Ook werd in 1952 de finale van de Scottish Cup gehaald, maar helaas verloren.

De goede generatie voetballers werd ouder en ondanks de mooie tijden die de fans met ze hadden beleefd, ontbrak er toch iets: de titel. De nieuwe selectie was net allemaal wat minder en de klasseringen eind jaren vijftig: tiende, dertiende en elfde, waren niet om over naar huis te schrijven. Pas in 1959 ging het weer de goede kant op en Dundee werd vierde. In oktober 1959 stapte manager Willie Thornton echter op, omdat zijn vrouw ziek werd. Vervanger werd Bob Shankly, die uitstekend werk had verricht bij Falkirk en Third Lanark. Hij was de man die van de jonge honden van Dundee een team moest maken. Twee maanden later zou zijn broer Bill dezelfde opdracht van Liverpool krijgen, die op dat moment in de tweede divisie zaten. Net zoals Bill, zou Bob het ook lukken.

Dundee had veel jong talent. Spelers als Alex Hamilton, Jimmy Gabriel, George McGeachie, Hugh Robertson, Ian Ure, Andy Penman en vooral Alan Gilzean zouden allemaal grote meneren worden. In 1960 eindigden The Dees als vierde en de talenten begonnen door te breken. Het jaar erop ging Dundee als Usain Bolt uit de startblokken. Alle zes de groepswedstrijden in de League Cup werden gewonnen en na acht wedstrijden in de competitie stond Dundee tweede. Daarna kreeg de onervaren ploeg last van blessures en ze zakten helemaal weg. Ze werden meteen in de knock-out fase uitgeschakeld in de League Cup en ook in de Scottish Cup was het snel over. In de competitie werd Dundee slechts tiende.

Shankly dacht na in de zomer van 1961 en dacht het ontbrekende puzzelstukje gevonden te hebben in de 37-jarige Gordon Smith. Smith was drie keer kampioen geworden met Hibs (hij was een van de zogenaamde Famous Five) en, nadat die club hem had laten gaan vanwege een hardnekkige blessure, ook met Hearts in 1960. Daar won hij ook de League Cup, maar het seizoen 1960/1961 werd een drama voor hem. Hij had veel last van blessures en men dacht dat het beter was voor hem om te stoppen. Shankly dacht daar anders over en vroeg Smith of hij bij Dundee wilde komen spelen. Die wilde dat wel al was het maar om het ongelijk van Hearts te bewijzen.

Het bleek een meesterzet te zijn geweest. Smith en spits Gilzean, bleken niet te stoppen. Na 21 wedstrijden hadden The Dees er achttien gewonnen, twee gelijkgespeeld en een verloren. In een week tijd waren Celtic en Rangers (met 1-5 op Ibrox) verslagen en stadsgenoot Dundee United was ook achteloos opzij gezet met 4-1. Zes punten stond Dundee los van Rangers en dit in het tweepuntensysteem. De titel leek slechts een kwestie van tijd, maar daarna ging het mis. In de zes wedstrijden daarop werden er vier verloren en geen enkele gewonnen. Ineens stond Dundee drie punten achter op The Gers en Celtic kwam ook al aardig dichtbij. Zowel in de Scottish Cup als de League Cup was Dundee al uitgeschakeld en met nog zeven competitiewedstrijden te gaan, leek het seizoen al over.

Maar er ontstaat iets in de spelersgroep van Dundee. Er wordt keer op keer met minimaal verschil gewonnen (2-3 tegen Raith, 1-0 tegen Hibs, 2-3 bij Stirling Albion, 1-2 bij Airdrieonians) en ze komen steeds dichterbij. Helemaal als stadsgenoot Dundee United stunt op Ibrox en met 0-1 wint. De achterstand is nog maar één puntje. Met nog drie wedstrijden te spelen, hebben allebei de clubs een derby. Dundee wint op Tannadice met 1-2 van United, maar Rangers speelt 1-1 tegen Celtic. Ze staan gelijk, hoewel Rangers op doelsaldo bovenaan staat. Dundee moet dan thuis tegen St. Mirren in ieder geval winnen. Dat doen ze: 2-0. Maar de echte vreugde komt pas als het publiek op Dens Park hoort dat Rangers heeft verloren bij Aberdeen.

Een puntje en dan waren The Dees kampioen. Het enige nadeel is dat die laatste pot van Dundee uitgerekend bij St. Johnstone is. Die club, uit het nabijgelegen Perth, wordt meer gehaat dan Dundee United én St. Johnstone speelt nog tegen degradatie. Op zich leek St. Johnstone wel veilig, aangezien alle drie de ploegen onder The Saints moesten winnen, maar ‘better safe than sorry’. Het was een soort veredelde thuiswedstrijd met duizenden fans die de reis naar Perth hadden gemaakt. In totaal zaten er 26500 man in het stadion, waarvan het merendeel uit Dundee kwam. Die werden gek van vreugde, toen Dundee met 0-3 won en de titel pakte. Voor de fans van St. Johnstone was het een verschrikkelijk dag, want niet alleen zagen ze hun aartsrivaal kampioen worden op hun eigen veld, maar alle concurrenten wonnen. St. Johnstone zakte van de veertiende naar de zeventiende plaats en vloog eruit.

Dundee zou het jaar erop slechts negende worden, maar verbaasde vriend en vijand in Europa door de halve finale te halen. In de eerste ronde wonnen ze met maar liefst 8-1 van FC Köln, waarna ook Sporting Lissabon en Anderlecht werden uitgeschakeld. Uiteindelijk bleek AC Milan te sterk in de halve finale en zouden de Italianen ook de finale winnen. Helaas werd het team in de jaren erop leeggekocht. Ian Ure (Arsenal) en Alan Gilzean (Tottenham) vertrokken naar Noord-Londen. De laatste stuiptrekking was de finale van de Scottish Cup in 1964, die met 3-1 werd verloren van Rangers.  Een paar maanden later vertrok Shankly naar Hibs vertrok, want hij was het beu dat de beste spelers de hele tijd vertrokken. Hibs had net Jock Stein aan Celtic verloren en was nog altijd een grotere club dan Dundee.

Dundee werd weer de middenmoter die ze altijd waren. Hibs had een kleine opleving onder Shankly en werd vierde, vijfde en derde, maar wederom raakte de manager gefrustreerd dat hij continue zijn beste spelers moest verkopen. In 1969 stopte hij daarom als manage. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan en in 1971 tekende hij voor Stirling Albion, dat terug wilde naar het hoogste niveau. Shankly slaagde daar bijna in, maar werd twee keer derde (alleen de top twee promoveerde) en toen vond hij het wel genoeg en werd hij bestuurslid van de club. In 1975 raakte Shankly zwaargewond tijdens een auto-ongeluk, waarbij ook zijn goede vriend Jock Stein bijna overleed. Hij raakte er weer bovenop, maar in mei 1982 kreeg hij een hartaanval. Een jaar nadat zijn jongere broer Bill was gestorven, stierf Bob ook.

2 Reacties op “Bob Shankly

  1. Mooi stuk. Ik wist dat Bill Shankly uit een echt voetbalgezin kwam, waarbij al zijn broers het tot profvoetballer hebben geschopt. Glenbuck, waar de Shankly-clan vandaan komt, was hoe klein ook sowieso vruchtbare grond voor getalenteerde voetballers. Leuk om te lezen dat Bob ook zijn sporen in het management heeft verdiend. Jock Stein overleed trouwens niet bij een auto-ongeluk, maar bij de WK-kwalificatiewedstrijd voor het WK ’86 tussen Schotland en Wales. Als ‘Hoop’ moet jij dat toch weten;-)

    • Het moet bijna zijn ipv bij. Dat auto-ongeluk is Stein helaas nooit echt meer te boven gekomen. Over het overlijden van Stein in Ninian Park heb ik zelfs wel eens wat geschreven.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s