Afbeelding

Keith Masefield

Gisteren was het festijn #indenbanvanabe. Een geweldig initiatief. Ik wilde er natuurlijk op DT116 ook aandacht aan besteden. Maar ik ga niet zomaar iets over Abe van den Ban schrijven. Daar zijn andere blogs voor. Bij mij moet het een link hebben met Engeland. Zo kwam ik op stukjes over Haarlem tegen Arsenal, snorren, Schotten in Haarlem, nog meer snorren en Abe van den Ban die niet in Leicester speelde. Maar het mooiste leek me een interview met de voor mij bekendste Engelse speler van Haarlem: Keith Masefield. Uiteindelijk lukte het me om hem te spreken. Het ging over Barry Hughes, werken in het supportershome, zijn grote voetballiefde West Bromwich Albion en de snor van Abe.

Hoe zoek je iemand op? Tegenwoordig via internet, maar Masefield was niet te vinden. Ik vroeg aan de mannen van De Roodbroek of zij geen gegevens hadden, maar zij wisten alleen dat hij in Nederland woonde. Via-via kreeg ik van Edwin Struis het mailadres van zijn vrouw. Zoals Kees Zwamborn zou zeggen: “Dat is een aanknopingspunt”. En dat was het inderdaad. Zij gaf het verzoek door aan Keith, die niets met computers heeft, en gaf me daarna zijn telefoonnummer. Op dinsdag belde ik hem voor een afspraak en Keith kon donderdagavond wel. Mooi, want die Europa League spreekt me toch niet aan. Ik keek erg uit naar de ontmoeting, want voetballers die je alleen als Paniniplaatje kent zijn toch een soort grootheden voor mij.

Masefield woont in Hoofddorp, dus dat was eventjes een stukje karren. Uiteraard weer de gebruikelijke files in Brabant om die rivieren over te komen en het niet kunnen doorrijden op de A2 vanwege de trajectcontrole. Daarna vloog er nog bijna een vliegtuig in mijn bek, maar ik kwam toch heelhuids in Hoofddorp aan. De Tom-Tom faalde weer eens, want hij kende het huisnummer niet waar Masefield woonde en wilde op de snelweg dat ik een paar keer de vangrails in wilde rijden. Maar uiteindelijk vond ik het huis. Ik had verwacht dat Masefield geen matje meer zou hebben, maar gelukkig had hij dat nog wel. Het was nu wat grijzer en langer geworden. De snor was wel weg, maar zijn afkomst verloochende hij niet, want hij droeg een shirt van Umbro met de “Three Lions” erop.

Vertelt u eens over u jeugd in Engeland?

“Ik ben een echte Brummie, dus geboren in Birmingham. Ik ben overigens fan van West Bromwich Albion. Ik woonde daar dichterbij. West Brom ligt erg dicht bij Birmingham. Vroeger lag zelfs één tribune in de gemeente Birmingham. Ik ben altijd voor West Brom geweest. Nu nog altijd. Ik vind het beleid ook fantastisch. Afgelopen week keek ik West Brom v Chelsea en bij Chelsea stond Torres in het veld die vijftig miljoen had gekost. Vijftig miljoen, dat is geen enkele voetballer waard. Misschien alleen Messi. De gehele selectie van West Brom had zestien miljoen gekost. Dat vind ik knap. West Brom is de enige club die me echt aan het hart gaat. Je kunt maar voor een club zijn, vind ik. Toch heb ik er nooit voor gespeeld. Ik ben begonnen bij Aston Villa en daarvoor speelde ik in schoolteams. In Engeland heb je niet echt jeugdopleidingen. Je speelt voor je school. Als je goed genoeg bent, mag je voor de regio spelen en daar worden weer de beste spelers uitgekozen voor de county (provincie, red.). Voor die laatste werd ik uitgekozen. Warwickshire was mijn county en daar viel ik op, zodat ik aanbiedingen kreeg van profclubs uit de omgeving. Helaas niet van West Brom, maar er zaten goede clubs bij. Uiteindelijk viel mijn keuze op Aston Villa. Dat was lekker dichtbij en een grote club.”

Je hebt er een jaartje of vijf gespeeld. Hoe was het daar op Villa Park?

“Ik ging dus naar Villa en tekende daar een contract. In Engeland is dat gewoon werk. Je traint en daarnaast doe je allerlei klusjes. Een apprentice heet dat. Je maakt dan de kleedkamers schoon en poets de schoenen van een voetballer die je krijgt toegewezen. In mijn geval was dat Dougie George, die toevallig tegenwoordig een paar straten verderop woont hier in Hoofddorp. Ik bleef apprentice totdat ik een profcontract tekende. Op dat moment kreeg ik zelf een apprentice toegewezen. Overigens wordt daar niet op neergekeken. Het wordt gewoon als een baan gezien en je kunt er wat mee verdienen. Ik heb in totaal tien keer in het eerste van Villa gespeeld, waarvan een keertje in de basis. Mijn debuut maakte ik op mijn zeventiende tegen Manchester United. Ik zat op de bank en dat was al heel wat. Destijds mocht je maar één wisselspeler hebben en ik was het voor die wedstrijd. Ik kwam erin en dat was geweldig. We wonnen ook nog eens met 2-0. De jaren erop viel ik ook zo nu en dan in, maar ik was geen vaste waarde. In die tijd ben ik ook omgeturnd van rechtshalf tot rechtsback door manager Ron Saunders. Ik wilde dat eigenlijk niet, maar dan had ik nooit meer gespeeld. Uiteindelijk is rechtsback mijn vaste positie geworden, maar die drang naar voren heb ik altijd gehouden. Het was een mooie tijd bij Villa. Zo hebben we twee keer op Wembley gespeeld, in de finale van de League Cup. De hele familie mocht mee en we zaten in een mooi hotel. Dat zijn de mooie dingen om mee te maken.”

In 1977 besloot je om te vertrekken. Je was pas twintig jaar, maar je wilde naar Nederland. Hoe kwam dat?

“Het had niets met het voetbal te maken dat ik weg wilde. Ik had Elly (zijn huidige Nederlandse vrouw, red.) tijdens een jeugdtoernooi van Blauw-Wit in Amsterdam ontmoet. Zij besloot naar Birmingham te komen, maar destijds was men heel conservatief in Engeland. Samenwonen zonder dat je getrouwd was mocht niet. De enige plek waar we terecht konden was een heel slechte wijk in Birmingham. De wijk was ook heel erg gesegregeerd. Er waren twee flats waar voornamelijk blanken woonden, terwijl er voor de rest vooral mensen uit de Caraïben waren. Er werd regelmatig ingebroken en het was er gewoon heel slecht toeven. Ondertussen overleden mijn ouders in die tijd en had ik eigenlijk niets meer dat me in Engeland hield. We besloten daarom naar Nederland te gaan. Mijn schoonvader, een heel fanatieke voetbalman bij Blauw-Wit, ging met krantenknipsels over mij langs voetbalclubs in de omgeving en Haarlem wilde mij wel op proef. Ik deed één proeftraining mee en Barry Hughes wilde me graag erbij hebben. Probleem was alleen dat je in die tijd nog geen Bosmanarrest had en de club je gewoon onder contract kon houden. Ze wilden 30.000 pond voor me, in die tijd een gigantisch bedrag. Ik stapte daarom naar Saunders en vertelde dat ik hoe dan ook naar Nederland zou gaan en desnoods twee jaar niet zou voetballen. Als je twee jaar niet bij een profclub zat was je namelijk transfervrij. Uiteindelijk kwamen Saunders en Haarlem eruit en mocht ik voor 7.500 pond naar Nederland. Ik denk nog altijd dat Saunders me voor dat bedrag heeft laten gaan, omdat mijn ouders waren overleden en hij coulance met me had.”

Trainen onder Barry Hughes dus. Dat was in ieder geval een landgenoot.

“Het toevallige is dat Hughes op dezelfde manier als ik in Nederland terecht is gekomen. Hij speelde, en dat is ook toevallig, in Engeland voor West Brom. Zij gingen ook naar Nederland voor dat toernooi bij Blauw-Wit. Daar kwam hij Elles Berger tegen, die later bekend zou worden als televisiepresentatrice. Hij ging daarom voor Blauw-Wit spelen. Ondanks dat we allebei Britten waren, was het niet zo dat we een speciale band hadden. Hughes was een geweldige motivator. Daar was hij echt meester in. Je kon ontzettend lachen om zijn fratsen, maar soms ging hij daarin te ver. Hughes had een hekel aan Georg Kessler. Hij had onder hem gespeeld, maar dat klikte totaal niet tussen die twee. Het waren totaal tegenovergestelde types. Kessler was van de discipline. Tot in het extreme toe, terwijl Hughes nogal veel van grappen hield. Dat botste. Later speelden wij met Haarlem tegen AZ. Dat was toen onze derby. Ajax was te groot en Telstar te klein voor ons. Acht minuten voor tijd stonden we met 3-0 voor. Hughes pakte zo’n rolfluit die je vaak op feestjes ziet, liep naar Kessler toe en blies erop. Kessler en het uitvak ontploften. Maar door die actie begon AZ ineens te voetballer. Het werd 3-1. Daarna 3-2. Bal van Nygaard op de lat. Als we nog tien minuten hadden doorgespeeld was het 3-3 geworden. Ik was boos op Hughes dat hij AZ totaal onnodig terug in de wedstrijd had gebracht. Maar Hughes was niet de enige Brit bij Haarlem. Zo zat Dougie George, de man die hier een paar straten verderop woont en wiens schoenen ik in mijn jeugd poetste, bij Haarlem. Daar heb ik nog altijd contact mee en we komen op elkaars verjaardagen.”

Je kwam uit Engeland, maar had een Nederlandse vrouw. Sprak je de taal al een beetje?

“Totaal niet. Met Elly sprak ik altijd Engels. Ik kon mijn oren ook niet geloven toen ik Nederlands hoorde. Dat was zo’n gekke taal. Ik hoorde alleen maar gekraak. Het leek wel Donald Duck-taal. De jongere mensen spraken wel Engels, dus ik kon wel een gesprek voeren. Ik ben niet echt een liefhebber van boeken. Op m’n vijftiende ben ik met school gestopt na het overlijden van mijn moeder. Zij zat mij altijd achter de broek om te leren, maar doordat zij wegviel, was die stok achter de deur ook weg. Ik ben in Nederland ook nooit in lesboeken gedoken om de taal te leren. Gek genoeg kon ik het wel allemaal lezen na zes maanden, maar spreken was een ander verhaal. Uiteindelijk heb ik het geleerd, omdat ik op woensdag in het supportershome ging werken. We waren allemaal semi-profs bij Haarlem en hoefde pas ’s avonds te trainen. Daarom kon ik daar overdag gaan werken. Er zaten daar overdag veel oudere fans en die lachten mij niet uit als ik Nederlands probeerde te praten. Zij hielpen mij ook als ik niet op een woord kwam. Voor mij was het werk daar een perfecte leerschool en zo heb ik zonder de hulp van boeken Nederlands geleerd en begon ik jullie Donald Duck-taal te begrijpen, haha.”

Je hebt uiteindelijk elf jaar bij Haarlem. Heb je nog veel contact met spelers van Haarlem?

“Niet echt. Dat verwaterd meestal. Voetbal is natuurlijk je werk en dat is anders dan wanneer je in een vriendenteam speelt, zoals ik nu doe bij de veteranen van Overbos. Een paar jaar geleden ben ik wel met de jongens van toen terug geweest naar Spartak Moskou. Daar speelden we in 1982, toen die ramp zich daar afspeelde. Destijds heb ik er echt niets van gemerkt. Andere spelers spraken over sirenes die ze hadden gehoord, maar ik hoorde die niet. Pas later hoorde je dat er een grote ramp was gebeurd. Die rematch in 2007 was een aparte dag. Wij speelden met de jongens van toen, behalve de overleden Gerrie Kleton, tegen het Spartak Moskou van destijds. Het was een voorwedstrijd, waardoor er al duizenden mensen zaten. Het voetbal in Rusland is ook heel apart. Er zaten zoveel militairen in dat stadion. En allemaal strak kijken. Niet naar het voetbal, maar naar de toeschouwers. Rusland is niet mijn land. Het lijkt wel of iedereen er treurig kijkt en daarnaast is Moskou hartstikke duur. Het was ook allemaal erg emotioneel, want er werd een documentaire gedraaid over de ramp en veel moeders van overleden fans zaten daarbij. Dat was wel heftig.”

Ten tijde van de Europese avonturen was Abe van den Ban al gestopt, maar je hebt wel met hem samengespeeld. Hoe vond je hem en zijn snor?

“Toen Abe en ik samen bij Haarlem speelden, sprak ik nog geen Nederlands. Ik verstond dus helemaal niets van wat hij zei. Hij had twee teamgenoten waar hij erg goed mee op kon schieten: Eef Melgers en Robbie de Kip. Die zaten altijd te geinen in de kleedkamer. Ik moest altijd erg lachen met Abe, ook al verstond ik er niets van. Zijn snor viel me natuurlijk meteen op. Daar was hij ook heel trots op. Hij stond voor en na de wedstrijd voor de spiegel om die snor in orde te maken. Allemaal aan die punten zitten. Dat was echt zijn ding. Maar Abe was meer dan zijn snor. Hij was echt wel een goede voetballer. Dat vergeten mensen soms. Hij kon echt geweldig pingelen met de bal.”

Was Abe de beste speler waarmee je gespeeld hebt bij Haarlem?

“Nee, dat ook weer niet. Mensen denken vaak dat het Ruud Gullit was, maar die heeft hier alleen in het begin van zijn carrière gespeeld en toen was hij nog niet de vedette die hij later werd.  Je zag natuurlijk wel dat hij veel talent had en hij was erg sterk voor zo’n jonge speler (Gullit debuteerde op z’n zestiende voor Haarlem, red.). Maar als ik de beste speler waarmee ik samen heb gespeeld moet noemen, dan denk ik aan Joop Wildbert en Wim Balm. Die eerste zat bij de club toen ik er net was en die was ijzersterk aan de bal. Balm was ook een geweldenaar. Dat was zo’n groot talent. Hij had alleen bij een topclub terecht moeten komen, dan was hij misschien nog verder gekomen. Maar Balm miste daarvoor de ambitie en ook wat geluk. In 1987 gingen Piet Keur en hij naar FC Twente. Twee jaar later ging Keur door naar Feyenoord en werd Balm verliefd op een Noorse en emigreerde hij naar Noorwegen. Ik ben benieuwd hoe ver Balm was gekomen als hij ook naar Feyenoord was gegaan. Hij had echt zoveel talent. Balm woont trouwens nog altijd in Noorwegen en geeft daar nu les. Ieder jaar krijgen we nog een kerstkaart van hem.”

Zelf vertrok je in 1988 ook bij later en kwam je Hughes weer tegen bij Beerschot. Hadden jullie al die tijd contact gehouden?

“Hughes vertrok in 1980 en eigenlijk hadden we daarna geen contact meer. Zo gaat het in het voetbal, je gaat verder. Maar toen ik in 1988 transfervrij was, belde hij me op of ik zin had om naar Beerschot te komen. Dat wilde ik wel. Ik kreeg er een geweldig contract voor drie jaar. Hughes woonde hier in de buurt en ik zat hier ook wel goed in Hoofddorp. Mijn vrouw had hier een goede baan en de kinderen zaten net op school. We besloten daarom om niet te verhuizen. Ik besloot daarom maandag naar Antwerpen te blijven, dinsdag weer terug te komen en de rest van de dagen op en neer te rijden. Hughes deed hetzelfde, dus we gingen vaak samen. Geweldige tijd was dat. Ik had een geweldig contract daar en speelde samen met twee Nederlanders: Simon Tahamata en Ton Blanker. We hadden een goed team. Het mooie was dat Hughes weer Georg Kessler tegenkwam. Die was trainer van aartsrivaal Antwerp. We speelden tegen hen en de wedstrijd kwam live op tv. Die dag lukte echt alles bij ons en we tikten Antwerp van de mat. Het werd 5-1 en Hughes was continue bezig met het uitdagen van Kessler, die dat helemaal niet trok. Leuk voor de televisie natuurlijk, hoewel ik er zelf niet zo van houd. Helaas vertrok Hughes in 1989 en dat betekende ook het einde voor mij. Georges Heylens kwam en die nam zijn eigen spelers mee. Er mochten destijds maar drie buitenlanders meespelen en daar zat ik niet. Ze hadden expres lang gewacht om dat tegen mij te zeggen (twee dagen voor de transferdeadline, red.) zodat er druk achter zat bij mij om te vertrekken. De fans waren er ook niet blij mee, want ik was net tweede geworden in de Speler van het Jaar verkiezing. Ik vertelde daarom tegen het bestuur dat ik gewoon wilde blijven, want ik ging niet zomaar mijn mooie contract inleveren. Daarop werd ik bedreigd met terugzetting naar het tweede. Ik vertelde ze dat ze dat wel konden doen, maar dat ik dan iedere training iemand een gebroken been zou schoppen. Ik was zo kwaad op ze. Uiteindelijk ben ik toch vertrokken en naar Telstar gegaan. Maar dat was allemaal een stuk minder en uiteindelijk ben ik in 1991 gestopt met profvoetbal.”

Hoe kijk je eigenlijk terug op je tijd bij Haarlem? Je was een populaire speler die zelfs een eigen spreekkoor (“Mesie, Mesie”) had.

“Het was een mooie tijd natuurlijk. In die elf seizoenen heb ik veel meegemaakt. Ik heb promoties en degradaties meegemaakt en uiteindelijk zelfs Europees voetbal. Begin jaren tachtig zijn we twee keer vierde geworden, maar dat was ook echt wel de top voor ons team. Ik denk niet dat we echt mee hadden kunnen doen voor de titel. Daarvoor waren we net niet goed genoeg. Vergeet ook niet dat we semi-profs waren. Overdag werkte iedereen gewoon. Het was ook niet dat we meer verdienden dan de supporters. Dat was allemaal veel gelijker dan tegenwoordig. Ik herinner me nog dat Gullit een keer helemaal vrolijk was toen we van Feyenoord wonnen. Daarmee had hij een premie van 600 gulden verdiend en hij was de hele tijd aan het zingen over “zes bruine moppen”, zo blij was hij daarmee. Nu zal hij daar zijn hand niet voor omdraaien, haha. We waren sowieso vaak goed tegen de topclubs. Zo wonnen we met 0-3 in De Meer van Ajax. Tegen Ajax was altijd mooi. Zo speelden we tegen ze tijdens de rentree van Cruijff, waarin hij met die boogbal scoorde. Bijna was dat doelpunt nooit gemaakt, want je ziet mij daar op dat filmpje een tackle maken en als ik iemand had geraakt was het een vrije trap geweest en was het doelpunt nooit bekend geworden. Ik was bij Haarlem populair bij de fans, dat vond ik wel mooi. Die kwamen zelfs een keer naar Antwerpen gereden om me bij Beerschot te zien spelen.”

Deed het je pijn toen Haarlem verdween?

“Ik denk dat het onoverkomelijk was. Toen de club op omvallen stond, hebben we nog een benefietwedstrijd gespeeld met Oud Haarlem tegen Oud Ajax. Helaas kwam daar weinig volk op af. Dan weet je dat het over is. Haarlem is ook geen voetbalstad, want zelfs in onze topjaren kwam er alleen veel volk tegen Ajax en AZ. Dat was wel jammer, want we hadden echt een goede ploeg. Het bestuur was ook erg krenterig bij Haarlem. De beste spelers werden iedere keer verkocht. Ik herinner me nog dat ik 300 wedstrijden voor Haarlem had gespeeld en dan kreeg je een cadeau van het bestuur. Dat was 500 gulden. Ongeveer 1,60 per wedstrijd dus. De spelers hadden ook geld voor mij ingezameld voor mijn 300ste wedstrijd en dat was meer. Bijna niet te geloven. In 1988 was ik transfervrij, dat had ik tijdens de onderhandelingen bedongen (Bosmanarest bestond nog niet, red.). Ik stond altijd in de basis en hoopte dat ze me een betere aanbieding zouden doen, maar het was juist minder. Dat viel me vies tegen, maar zij dachten dat ik toch wel zou tekenen, omdat ik hier met mijn gezin woonde. Toen ben ik naar Beerschot gegaan, hoewel ik eigenlijk wel bij Haarlem had willen blijven. Jammer dat het zo moest eindigen.”

Na je carrière ben je ook gewoon in Nederland gebleven. Heb je nog iets met Engeland, ondanks dat je hier al 35 jaar woont?

“Natuurlijk heb ik er nog wel wat mee, maar ik zou er niet meer willen wonen. In Engeland heb ik nog altijd mijn broer en twee hele goede vrienden, die ik al meer dan veertig jaar ken. Als ik naar Birmingham ga, zie ik die ook altijd en gaan we de kroeg in. Maar na vier dagen wil ik wel weer terug naar Nederland. Die lange dagen in de pub kan ik niet meer aan, haha. Maar het hoort bij de Engelse cultuur. Wij leven in de pub. Ondanks dat ik na vier dagen weer terug wil, voel ik me geen Nederlander en als het Nederland v Engeland is, ben ik voor mijn geboorteland. Mijn zoon, die gewoon hier in Hoofddorp geboren is, en ik zitten dan beneden Engeland aan te moedigen, terwijl mijn vrouw en dochter boven zitten voor Nederland. Wat ik wel aan Engeland mis, is de Engelse humor. Die heeft veel te maken met taal en dat is in Nederland wat lastiger, omdat Nederlands niet mijn moedertaal is. Taalgrapjes worden hier niet altijd begrepen. Verder volg ik natuurlijk nog altijd West Brom. Dat is mijn club. Elly en ik hebben ook een jaar een seizoenkaart gehad van West Brom. We gingen dan niet iedere keer, maar de keren dat we niet gingen, konden vrienden gaan. Tegenwoordig volg ze ik vooral via Sky, want ik heb hier een Engelse schotel. Eigenlijk kijk ik vooral Engelse televisie, dus ik heb nog een beetje het gevoel in Engeland te wonen. Met Elly en mijn kinderen praat ik ook Engels als we samen zijn. Zij hebben daardoor een Brummie-accent gekregen, haha. Ik zou nog wel voor een Engelse club willen werken. Dougie George is bijvoorbeeld scout van Sunderland in Nederland. Zoiets lijkt me echt fantastisch om te doen en dat hoeft niet perse voor West Brom te zijn. Iedere club lijkt me geweldig, maar helaas liggen die banen niet voor het oprapen.”

3 Reacties op “Keith Masefield

  1. Dat was de trip naar Hoofddorp wel waard. Leuk artikel geworden. Dat rolfluitincident is natuurlijk onvergetelijk.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s