The Murder of Third Lanark

     

Nu Rangers failliet is en Sevco 5088 zeker niet in de SPL gaat spelen, is Celtic nog maar de enige club uit Glasgow die op het hoogste niveau speelt. De voormalige voetbalhoofdstad van de wereld (de allereerste interland ooit werd er gespeeld en jarenlang stonden de vier grootste stadions ter wereld in Glasgow) ligt op apegapen. Ooit speelden zes Glaswegian clubs op het hoogste niveau en was de Glasgow Cup een van de belangrijkste prijzen, maar dat is lang geleden. Rangers is failliet, Clyde verhuisd naar Cumbernauld, Queen’s Park speelt op het laagste niveau en Partick Thistle stelt ook al jaren niets meer voor. Maar de teloorgang begon al eerder. In 1967 ging namelijk Third Lanark failliet. De club bestond op dat moment 95 jaar, had de Schotse titel gewonnen in 1904 en tweemaal de Schotse beker. Het was dus best een grote club voor Schotse begrippen, maar door een smerige graaier gingen ze kapot.

Tegenwoordig wordt er veel geklaagd dat de televisie een negatieve invloed heeft op kinderen en dat ze door het kijkkastje agressief worden. Onzin natuurlijk, want nooit heeft de mensheid zoveel geknokt als toen er nog geen pulp op tv kwam. Mensen vervelen zich gewoon zonder televisie, zo ook halverwege de negentiende eeuw. In Frankrijk besloten ze daarom hun vloot wat uit te breiden voor vermaak. Actie roept reactie op. In de UK (de oorspronkelijke erfvijand) ontstond er meteen paniek en werden mensen opgeroepen zich vrijwillig op te geven voor het leger. Echt aantrekkelijk was dat niet, want je kreeg je niets betaald en moest zelf zorg dragen voor je spullen. Toch was alles beter dan de verveling en veel mensen gaven zich hiervoor op, zo ook in Glasgow. De vrijwilligers in en rondom Glasgow werden The Lanarkshire Volunteers genoemd. Aangezien ze met velen waren, werden ze opgedeeld in vier divisies. De derde divisie had hun thuisbasis in het zuiden van Glasgow. De wijk Strathbungo om precies te zijn, zeg maar het gebied waar Hampden Park nu ligt.

Hampden Park? De link met voetbal is gelegd. Veel van de Lanarkshire Volunteers kwamen graag kijken naar Queen’s Park, destijds een van de beste clubs ter wereld. In 1872 werd de eerste interland in de geschiedenis van het gespeeld op Hamilton Crescent (een cricketstadion) in Glasgow. Schotland speelde daarin tegen Auld Enemy Engeland. Doordat Queen’s Park zo sterk was, waren alle elf basisspelers van Schotland afkomstig van deze club. Een delegatie van de 3rd Lanarkshire Rifle Volunteers ging uiteraard een kijkje nemen bij deze wedstrijd. Het bleef 0-0, maar er was meteen een enorm enthousiasme bij de vrijwilligers en die wilden ook een voetbalclub starten. Dat de Volunteers nogal daadkrachtig waren blijkt wel uit het feit dat de interland op 30 november was en dat ze 12 december al een club hadden opgericht. De naam werd het prachtige 3rd Lanarkshire Rifle Volunteers Football Club. Daarmee sta je in de spelerstunnel al met 1-0 voor. Ook werd ervoor gekozen om de kleuren van de uniformen van hun legerdivisie over te nemen. Zodoende zou de club in een rood shirt, blauwe broek en blauwe sokken spelen. Als piece de resistance werd er een mooie “3” op het shirt genaaid.

Successen kwamen er al snel, want in 1876 stond de club al in de finale van de Scottish Cup. Tegenstander was – uiteraard – Queen’s Park. Die hadden tot dan toe alle finales van de Schotse beker gewonnen en waren zwaar favoriet. Om het iets eerlijker te maken, was de plaats van handeling niet Hampden Park (de thuishaven van The Spiders), maar Hamilton Crescent. De cirkel was rond, want op deze plek hadden de Volunteers besloten om een voetbalclub op te richten. Het bleek goede grond te zijn voor The Thirds, want tegen de verwachting in werd er een replay afgedwongen. Die werd wel op Hampden gespeeld en Queen’s Park won voor eigen publiek met 2-0. Toch had 3rd Lanarkshire Rifle Volunteers FC naam gemaakt en werden ze als een van de topclubs uit die tijd gezien. Twee jaar later werd dat bevestigd, doordat weer de finale werd haalden. Ditmaal bleek Vale of Leven te sterk met 1-0. Weer geen beker en de jaren daaropvolgend ging het een stuk minder met de club. Er werd vooral geld gestoken in een nieuwe accommodatie (Cathkin Park) en minder in het team. Dat was ook te merken aan de resultaten.

Voetbal was in die jaren een onderonsje tussen clubs uit Glasgow en omgeving. Queen’s Park werd wat minder dominant en clubs als Dumbarton en Renton pakten zo ook een Scottish Cup mee. Er bleek dus ruimte te zijn voor andere winnaars. In 1889 zou daar een nieuwe club aan toegevoegd worden, want de finale van de Scottish Cup ging tussen twee clubs die deze beker nog nooit hadden gewonnen. De ene was een club die amper een jaar bestond en was opgericht door Ierse immigranten en luisterde naar de naam Celtic. Die club had een goede selectie, ondanks dat ze nog niet zo lang bestonden. Tegenstander was 3rd Lanarkshire Rifle Volunteers FC, die kans kregen op revanche voor de verloren finales.

De eindstrijd werd al in februari gespeeld en dan kan het wel eens flink sneeuwen in Schotland. Zo ook deze dag. Er lag een centimeter of twintig sneeuw en beide clubs weigerden te spelen. Het was ook eigenlijk onverantwoord, maar er zaten al wel 18.000 mensen in Hampden Park. Nog nooit waren er zoveel mensen op een Schotse wedstrijd afgekomen, dus tijd voor overleg met de autoriteiten. Ondertussen bleef het maar sneeuwen. Na overleg werd besloten dat de wedstrijd toch gespeeld zou worden, maar als vriendschappelijke wedstrijd zou worden beschouwd. De Volunteers bleken echte bikkels te zijn en wonnen met 3-0. De bond stelde nog even voor om deze uitslag te laten staan, maar daar ging Celtic niet mee akkoord. Er kwam dus een replay en opnieuw bleken The Thirds de sterkste. Na de 2-1 overwinning was de Scottish Cup voor het eerst in het bezit van de vrijwilligers, 17 jaar na de oprichting van de club. Een nette prestatie.

In 1888 was in Engeland de eerste voetbalcompetitie ter wereld opgericht en dat vonden ze in Schotland erg interessant. Twee jaar later volgden de Schotten ook en de Scottish League was een feit. In totaal werden er twaalf clubs voor uitgenodigd en alleen Queen’s Park weigerde. Die wilden perse amateurs blijven, want profvoetbal was te ordinair voor deze elitaire club. Overigens is Queen’s Park tot op de dag van vandaag een amateurclub tussen de profs. 3rd Lanarkshire Rifle Volunteers FC had geen morele bezwaren tegen het Leaguevoetbal en nam de uitnodiging gretig aan. Andere clubs die ook meededen waren onder meer Celtic, Rangers en Hearts. Een mooi gezelschap dus.

De allereerste competitiewedstrijd van Third Lanark was tegen Dumbarton (dat kampioen zou worden). Third Lanark verloor met 3-1, maar de competitie was begonnen. De Thirds werden in de eerste vijf jaar vijfde, zesde, vierde, zevende en vierde. Een behoorlijke middenmoter dus. Opvallen deed de club ook naast het veld. Ze hadden maar liefst vijf bijnamen op een bepaald moment. De Thirds (logisch), de Volunteers (ook logisch), de Warriors (de militaire oorsprong), de Redcoats (vernoemd naar de shirts) en de Hi Hi’s. Die laatste is natuurlijk de meest aparte en de verklaring ervoor is ook erg mooi. In de eerste jaren van de League trapte een Thirds-verdediger de bal enorm hoog de lucht in, waarop het publiek spontaan “High High High High” begon te schreeuwen en de bijnaam Hi Hi’s was geboren.

Een nieuwe eeuw brak aan. Voor The Hi Hi’s zouden de nulties het meest succesvolle decennium zijn. Er gebeurde veel. In 1903 werd besloten om de naam van 3rd Lanarkshire Rifle Volunteers Football Club in het iets makkelijkere Third Lanark te veranderen. Ook werden ze een besloten vennootschap (een beslissing die ze later nog zuur zou opbreken). Een jaar later werd er ook een nieuw stadion betrokken. Hoewel het niet echt nieuw was, want het was Hampden Park van Queen’s Park. The Spiders hadden namelijk een nieuw stadion laten bouwen (het huidige Hampden Park) en verkochten het oude stadion daarom graag aan de buren.

Aangezien twee Hampden Park’s nogal verwarrend leek te zijn, gaf Third Lanark het stadion de naam New Cathkin Park. Ook The Hi Hi’s waren dus niet echt origineel met de stadionnamen, aangezien hun oude stadion Cathkin Park heette. Successen op het veld volgden na de verhuis, want zowel in 1903, 1904 als 1909 werd de destijds zeer prestigieuze Glasgow Cup gewonnen. De andere winnaars in dat decennium waren Celtic (4x) en Rangers (3x), wat meteen aangeeft dat Third Lanark echt een topclub was en dat de Glasgow Cup geen teletoeterbeker was. Ze waren de pure amateurs van Queen’s Park voorbij gestreefd als derde club van Glasgow.

De verhuis naar New Cathkin Park bleek een goede zet te zijn. De Hi Hi’s konden de toeschouwers meer comfort bieden en er was plek voor meer mensen. Er waren weinig verwachtingen voorafgaand aan het seizoen. Third Lanark was slechts zevende geworden (de competitie telde 14 clubs) en buiten de Old Firm, werden ook de twee uit Edinburgh (Hibs was regerend landskampioen) en Dundee (de nummer twee van het jaar ervoor) hoger ingeschat. Halverwege het jaar konden de voorspellingen al worden aangepast. Rangers stond bovenaan, maar zowel Celtic als Third Lanark zaten de Bluenoses op de hielen. Over een titel werd nog niet gepraat bij The Hi Hi’s, maar een eerste keer in de top drie eindigen leek ze wel wat. Het was trouwens een en al Glasgow dat de klok sloeg dat jaar. Buiten deze drie clubs slaagde Partick Thistle erin om zesde te worden en de amateurs van Queen’s Park werden zelfs knap achtste in de hoogste profdivisie.

Bij Third Lanark begonnen ze, hoe verder het seizoen vorderde, steeds meer in de titel te geloven. Rangers werd verslagen en Celtic zelfs tweemaal. De achterstand die opgelopen was in de eerste vijf duels van het seizoen werd omgezet in een voorsprong. Van de laatste zestien wedstrijden werden er zelfs veertien gewonnen. Vier wedstrijden voor het einde werd de koppositie overgenomen van de Rangers en die werd niet meer losgelaten. Uiteindelijk werd de titel in de een-na-laatste wedstrijd van het seizoen definitief gepakt. Een vol Cathkin Park zag hoe Third Lanark Dundee FC met 4-1 versloeg. Een jaar na de Glasgow Cup werd er weer een prijs gepakt en ditmaal de grootste van allemaal. De veteranen van weleer op de tribune zagen het met een glimlach aan. Als een stel wildebrassen hadden zij de club 32 jaar eerder opgericht en destijds hadden ze nooit durven dromen dat hun club de beste club van Schotland zou worden. Er werd flink gefeest en gezopen, alsof de fans van The Thirds stiekem al wisten dat dit de enige landstitel uit de historie zou zijn.

Een jaar erop was de titelstrijd een three horse race tussen de Celtic, Rangers en Third Lanark. Uiteindelijk trokken The Bhoys aan het langste eind en werden Third Lanark derde. Maar niet getreurd voor The Hi Hi’s, want voor de tweede maal werd de Scottish Cup gewonnen. Waar in 1889 Celtic werd verslagen, was het nu de andere helft van de oude firma die eraan moest geloven. Maar liefst 54.000 mensen (het een-na-hoogste aantal tot dan toe bij een voetbalwedstrijd) kwamen naar Hampden Park om de finale te bekijken. Het werd een teleurstellende 0-0. Dat schrok veel mensen niet af en bij de replay waren er zelfs 55.000 fans op Hampden. Ditmaal gaf Third Lanark wat ze verdienden: een nette 3-1 overwinning en opnieuw een beker voor The Thirds. Het jaar erop verloor Third Lanark de finale van Heart of Midlothian.

Vijf jaar nadat Third Lanark zich had ontdaan van de naam 3rd Lanarkshire Rifle Volunteers Football Club verdween ook deze naam uit het leger. Er kwamen hervormingen en via enkele samenvoegingen, werden ze voortaan deel van de 7th Territorial Battalion of the Cameronians. Ook een mooie naam voor een voetbalclub, hoewel het niet lekker bekt. Ondanks dat de spelers geen militairen of Volunteers meer waren, stierven er verschillende voetballers van Third Lanark in Frankrijk tijdens WO I. James Turnbull stierf tijdens “The Big Push” op 1 juli 1916. Hij werd geraakt, maar kon het in niemandsland nog twaalf uur Duitsers op afstand houden dankzij zijn geweldige conditie. Een sluipschutter maakte uiteindelijk een einde aan zijn leven. Postuum kreeg Turnbull het Victoria Cross. Hij ligt begraven op het Lonsdale Cemetry. Ook voor spits John Ferguson was de modder van Noord-Frankrijk het eindstation in zijn leven. Op 23 oktober 1916 stierf hij met vele anderen tijdens weer een zinloze aanval. Een machinegeweer maaide zijn hele divisie neer. Zijn lichaam werd nooit gevonden en samen met 73.000 anderen ligt hij begraven in Thiepval, bij de Somme. Zijn naam staat op het Memorial of the Missing.

Na WO I begon het wat minder te gaan met Third Lanark. In 1925 degradeerde de club voor de eerste keer in haar bestaan, waarna ze binnen tien jaar viermaal heen en weer gingen. In 1935 werden de Hi Hi’s weer kampioen van de Second Division en tot aan 1953 bleven ze op het hoogste niveau uitkomen. Het was gedaan met het jojo’en. Het eerste jaar na de promotie haalde Third Lanark voor de laatste keer de finale van de Scottish Cup. Tegenstander was Rangers, dat de beker vijf keer had gewonnen in de voorgaande acht jaar. Overbodig om te zeggen dat ze ook deze finale wonnen. Third Lanark gaf zich – geheel in de militaire traditie van de club – niet gewonnen en de Rangers moesten zich helemaal kapot vechten om te winnen. Uiteindelijk werd het 1-0, maar Third Lanark werd de volgende dag het meest geprezen in de kranten. De club was in die dagen de favoriete club van de gewone Glaswegian. Rangers en Celtic vonden velen teveel voor andere dingen staan dan alleen voetbal, Queen’s Park was te elitair en Partick Thistle en Clyde werden meer gezien als wijkploegen. Vandaar dat Third Lanark hét alternatief voor veel mensen was. Een club waar ook weinig mensen iets tegen hadden en waar tienduizenden mensen op af kwamen.

Tot aan 1953 deed Third Lanark het vrij aardig. De club was een echte middenmoter. Zo nu en dan een overwinning tegen Celtic en Rangers en een leuke cup run en de fans waren tevreden. In 1953 degradeerde de club plotsklaps en het duurde vier jaar om weer terug te komen. Typisch dat juist in die jaren het hoogste toeschouwersaantal ooit op Cathkin Park werd genoteerd. De fans misten blijkbaar de First Division en de derby’s  en op het moment dat Rangers als tegenstander uit de koker rolde voor een wedstrijd in de Scottish Cup kwamen er maar liefst 45.455 door de gates van New Cathkin Park. Een aantal dat nooit eerder gehaald was en ook nooit meer gehaald zou worden. The Hi Hi’s gaven de mensen waar voor hun geld door er een replay uit te slepen. Op Ibrox werd het daarna 4-4 om uiteindelijk in de derde wedstrijd – opnieuw op Ibrox – met 2-3 te verliezen. In 1957 werd de club tweede in de Second Division en mochten ze samen met stadsgenoot Clyde weer naar de First Division gaan. The Hi Hi’s waren weer terug waar iedereen vond dat ze thuishoorden.

Nadat de club weer terugkeerde op het hoogste niveau werd er langzaam gebouwd aan een goed team. Een heel goed team zelfs. In 1960 haalde de club voor het eerst de finale van de League Cup. Hearts was de tegenstander. The Hi Hi’s speelden voor 57.994 op Hampden Park en verloren nipt met 2-1. Het jaar erop verbaasden ze vriend en vijand door extreem aanvallend te spelen en daarmee resultaten te halen. Honderd goals voor en tachtig tegen zorgden ervoor dat de Hi Hi’s op plek drie eindigden. De aanval werd “The Scarlet Scoring Machine” genoemd. Deze aanvalslijn maakte zelfs twaalf goals meer dan kampioen Rangers. Vooral Hibernian werd compleet aan stukken gescheurd door de aanvallers van de Hi Hi’s. Nadat Third Lanark op Easter Road al met 4-8 had gewonnen, deden ze het in eigen huis met 6-1 nog eens dunnetjes over. Verder moest Clyde elf goals slikken en werd de dubbel over Celtic gedaan.

1961 dus was een mooi jaar en Third Lanark werd getipt om het jaar erop het opnieuw goed te doen. Het werd echter een verschrikkelijk jaar voor The Thirds, niet doordat het sportief zo slecht ging, maar doordat de aandelen van de club werden opgekocht door de lokale glazenier William Hiddleston. Niet iemand die wat met de club had, maar wel een gewiekste zakenman. Met argusogen werd hij bekeken, want waarom kocht hij juist deze club op? Het antwoord werd vijf jaar later duidelijk. Deze misselijkmakende figuur had als doel de club failliet te laten gaan en het stadion te verkopen om er huizen neer te laten zetten. Zijn eerste plan was om de club te verhuizen naar een van de nieuwe steden rondom Glasgow (Cumbernauld of East Kilbride), maar toen dat niet lukte ging hij de club stelselmatig kapot maken. Spelers werden voor kleine bedragen van de hand gedaan en degene die niet wilden vertrekken werden weggepest.

Om het leven voor de spelers zo onaangenaam mogelijk te maken sloot de rat Hiddleston het warme water af, zodat de spelers altijd een onaangename koude douche hadden. Ook schafte hij de teambus af en moesten de spelers op eigen vervoer naar uitwedstrijden gaan en het was in die tijd geen pretje om naar Aberdeen uit te gaan met de trein of de eigen auto. Nieuwe spelers kregen een piepklein contract en na drie jaar had Hiddleston zijn zin: Third Lanark won slechts drie wedstrijden heel seizoen en degradeerde. In de Second Division begonnen de fans acties te houden tegen de voorzitter, maar doordat die de aandelen bezat waren ze kansloos. Fans besloten de wedstrijden te boycotten en in april 1967 kwamen er slechts 297 mensen op een wedstrijd tegen Clydebank af. Zonder het te weten speelden ze Hiddleston juist in de kaart, want de fans hadden het gevoel dat deze non-valeur het puur om de winst te doen was en hij daarom zo weinig uitgaf. Ze hadden niet door dat hij juist de club kapot wilde hebben.

In 1890 speelde Third Lanark haar allereerste profwedstrijd tegen Dumbarton. Ironisch genoeg was Dumbarton ook de tegenstander bij de laatste. Op 28 april 1967 verloren Third Lanark met 5-1 op Boghead. De club was elfde geëindigd (van de twintig clubs, dus niet eens zo slecht gezien de omstandigheden), maar had totaal geen geld meer. De curator besloot om de club failliet te verklaren. Over en sluiten voor The Hi Hi’s. Hiddleston liet de club op een slim moment failliet gaan, want de aandacht van de media was op andere dingen gericht. Celtic had net de finale gehaald van de Europa Cup I, Rangers stond in de finale van de Europa Cup II en Kilmarnock mocht aantreden in de halve finale van de Fair Cities Cup (voorloper van de UEFA Cup). Schotland had ook net wereldkampioen Engeland op Wembley vernederd en voor negatieve berichtgeving over voetbal was geen tijd. Schotland beleefde namelijk net haar succesvolste periode ooit.

Terugkijkend zien de meeste Schotse voetbalhistorici dit als de reden waarom Hiddleston met zijn rattenpraktijken kon wegkomen. Helaas voor hem had het stadsbestuur van Glasgow het wel door en die gaven geen toestemming om huizen op Cathkin Park te bouwen. Het terrein bleef een recreatiebestemming houden, vandaar dat het tot de dag van vandaag nog een park en bedevaartsoord is. Veel van de fans van Third Lanark gingen voortaan de Junior League club Pollok FC kijken. Voor hen hoefde het profvoetbal niet meer. Met Hiddleston liep het ook slecht af, want een paar maanden nadat hij Third Lanark kapot had gemaakt, werd hij tijdens een vakantie in Blackpool niet goed. Hij kreeg een hartaanval en stierf, hoewel het, gezien de geschiedenis van Third Lanark, mooier was geweest als hij voor het vuurpeloton was gestorven.

3 Reacties op “The Murder of Third Lanark

  1. Pingback: Cathkin Park | Doing the 116 Blog

  2. Mooi stuk weer🙂

  3. Ik hoop wel dat die laatste zin een ironisch bedoelde pun is (de link tussen Third Lanark en vuurpelotonnen), moest het serieus bedoeld zijn zou het er wel over zijn. Maar Joris kennende heb ik het gevoel dat dit sarcasme is ; het duurde wel zo een minuut voor mijn penny gevallen was en ik ‘m doorhad🙂

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s