Willie Angus: Hero of War

“The bravest deed done in the history of the British Army”

De laatste dagen is er veel te doen geweest over het feit of de Poppy nu wel of niet op de shirts van het Engelse elftal mag voor de pot tegen Spanje morgenavond. Volgens de FIFA is het een politiek statement, terwijl het volgens de Engelsen puur is om te herdenken. Het herdenken van WO I is in de UK ontzettend groot. Je struikelt zowat over de Poppies die je overal ziet, terwijl zowat iedere voetbalclub met een speciaal shirt speelt. Als DT116 ga ik daarom voortaan ieder jaar op elf november een verhaal over WO I en voetbal schrijven. We trappen af met Willie Angus, de Celtic-speler die zo’n dappere daad verrichte, dat hij de eerste gewone Schotse soldaat werd die het Victoria Cross kreeg.

Vandaag, precies 93 jaar geleden, werd de wapenstilstand getekend in een treinwagon in het “Forêt de Compiègne”. Aan WO I was een einde gekomen. Een oorlog die veel dood en verderf bracht. Uiteindelijk stierven er zo’n 20 miljoen mensen tijdens dit conflict, waaronder vele Britten. Symbool voor deze oorlog stond de klaproos oftewel de Poppy. Dit omdat het plantje ongeveer het enige was dat groeide in het modderige niemandsland tussen beide loopgraven, waar rottende lijken lagen en altijd een weïge geur hing. De klaproos kwam ook terug in het wereldberoemde gedicht ‘In Flanders Fields’ van John McCrea. De eerste twee regels gaan als volgt: “InFlanders fields the poppies blow, Between the crosses, row on row.” Zelf stierf deze Canadees in 1918, maar dankzij zijn gedicht werd de klaproos hét symbool van WO I.

In 1922 werd ervoor gekozen om voortaan plastic poppies te verkopen, waarvan de opbrengst ten goede kwam aan de veteranen van de oorlog en de weduwen en kinderen van de gesneuvelde soldaten. Je ziet ze dan ook vooral rondom Remembrance Day (de elfde november) overal opduiken in de UK. Zet de BBC aan en zowat iedereen draagt ze. Het hoogtepunt van de herdenkingen ligt op de zondag die het dichtste bij 11 november valt, dit jaar is het dus op 13 november. Bij Celtic heb je een ultragroep, de Green Brigade, die ieder jaar Remembrance Day aangrijpen om te protesteren tegen het Britse leger. Je zult bij die mannetjes dan ook geen poppies zien. Volgens hen is het een symbool van oorlogszucht en onderdrukking. Dit naar aanleiding van de Britse onderdrukking en uitbuiting van Ierland. Toch bezoedelen ze met die protesten ook de nagedachtenis aan enkele Celtic-spelers, zoals Willie Angus.

Het ironische is dat er meer Hoops zijn gestorven dan Rangers. Bij die laatste club wisten ze namelijk niet hoe snel ze zich moesten laten inschrijven als werknemer van de scheepswerf Harland & Wolff. Dit bedrijf lag in Govan (de wijk waar Ibrox in ligt) en was erg Rangers-minded. Een baan in de scheepvaart zorgde er voor dat je niet naar het front hoefde. Mensen die werkzaam waren in de mijn- en oorlogsindustrie werden namelijk als onmisbaar geacht en hoefden daardoor niet naar het front te gaan. Wil je fans van Rangers graag achter een steen zien duiken, rakel dan deze geschiedenis maar eens op. De bijnaam Huns heeft ook mede zijn oorsprong in deze geschiedenis. De Duitsers werden Huns genoemd, dus door niet te vechten werden de Rangers gezien als een soort veredelde Duitsers. Komt nog eens bij dat een van de twee eigenaren van de rederij Gustav Wilhelm Wolff was. Zoals zijn naam al duidelijk maakt een Duitser. Pluspunten hebben de Rangers dus niet gescoord met hun gedrag in de oorlog en dat voor een club die zich zo erg afficheert als Brits.

In totaal zouden er zeven spelers van Celtic sterven in de modderige hel van Frankrijk. Een van deze spelers was Peter Johnstone, een van de beste vooroorlogse Bhoys. Hij was een belangrijke speler van het team dat zes maal op rij kampioen werd (van 1905 t/m 1910) en speelde in totaal 223 wedstrijden in het groen en wit. Hij leek nog een lange carrière voor zich te hebben, maar vijandelijke artillerie maakte een einde aan zijn leven in mei 1917. Zijn lichaam werd verzwolgen in de modder rondom Arras en nooit werd er meer iets teruggevonden van hem. Behalve voor Johnstone zorgde de oorlog ook het einde aan het leven van (ex-)Bhoys Patrick Slavin, Leigh Roose, Donnie McLeod, Archie McMillan, Robert Craig en John McLaughlin.

Ik heb boven dit verhaal een citaat gezet van luitenant-kolonel Gemmill. Hij zei dit in 1915 en met die daad, bedoelde hij een act ie van Willie Angus. Deze Angus had namelijk leeuwenmoed getoond en was de eerste ‘gewone’ Schotse soldaat die een Victoria Cross kreeg opgespeld. Die onderscheiding is de hoogste die een soldaat kan krijgen en stamt uit 1856, ten tijde van de Krimoorlog. De eerste Victoria Crosses waren ook gemaakt uit het metaal van een buit gemaakt Russische kanon uit die zelfde oorlog. Angus is een van de weinige voetballers die deze onderscheiding kreeg en laat hem nu net onder contract hebben gestaan bij Celtic, een club die niet bekend staat als erg pro-Brits.

Willie Angus werd in 1888 geboren in het mijnwerkersdorpje Linlithgow. Op z’n veertiende dook Angus ook de mijnen in. Hij vertrok daardoor naar Carluke, een onooglijk plaatsje in de buurt van Glasgow. Behalve goed kolen naar boven sjouwen, kon Angus ook heel aardig voetballen. Hij speelde voor zijn lokale club Carluke Rovers, een Juniorclub in de buurt van Glasgow. Zijn talenten vielen nogal op bij de scouts van de profclubs in de buurt en in 1911 kon Angus een contract tekenen bij Celtic, op dat moment de absolute topclub van Schotland. Uiteraard hapte hij meteen toe, want profvoetbal was de enige uitweg voor Angus uit een levenlang zwoegen in de mijnen. Uiteindelijk zou hij drie seizoenen voor Celtic spelen, waarna hij in 1914 weer terugging naar de Juniors en een contract tekende bij Wisham Athletic.

Echt succesvol was Angus niet in het groen en wit. Het niveau was net iets te hoog gegrepen voor hem en hij speelde voornamelijk zijn wedstrijden in het reserveteam. Angus was als voetballer geen technisch wonder, maar hij compenseerde dat met keihard werken, werken en nog eens werken. Ondertussen was WO I uitgebroken en het Britse leger leed grote verliezen. Doordat de dienstplicht nog niet bestond, werd er volop gerekruteerd. Ook voetballers gaven zich ervoor op. De hele selectie van Hearts bijvoorbeeld, waarvan een groot deel nooit meer terugkeerde. Ook veel spelers van het “Ierse” Hibs gaven zich op om – zonder dat ze dat wisten – als kanonnenvoer te dienen. Zo waren er veel spelers die zich opgaven. Mede ook door grote druk van buitenaf, want veel mensen vonden dat de fitte voetballers moesten gaan vechten in plaats van voetballen.

In veel steden en dorpen kwamen ook hele groepen officieren langs, om mensen te overtuigen om te gaan vechten. Zo ook in Carluke, de plaats van Willie Angus. Veel vrienden van hem gaven zich op, waaronder zijn buurtgenoot en vriend James Martin. Willie. Angus vond dat hij niet kon achterblijven en besloot zijn voetbalcarrière op een laag pitje te zitten en af te zakken naar Frankrijk voor wat hij later beschreef als de hel op aarde. Een hel was het inderdaad voor Willie. Al in de eerste weken raakte hij gewond door Duitse kogels en moest hij naar het ziekenhuis om te herstellen. Op het moment dat hij weer in actie kon komen, was zijn vriend James Martin opgeklommen tot luitenant. Ze kwamen wel weer in hetzelfde peloton terecht – waar Angus al snel werd gepromoveerd tot korporaal – en werden gestationeerd in een loopgraaf bij Givenchy La Bassé, een Frans plaatsje vlakbij de grens met België.

Daar was een patstelling ontstaan tussen de Britten en de Duitsers, die zo’n70 metervan elkaar vandaan lagen. De Duitsers zaten strategisch goed, want die hadden het hoger gelegen gedeelte in handen. Daar moest verandering in komen vonden de Britten en er werd besloten tot een aanval op de Duitse loopgraven. De nacht van 11 juni 1915 werd eerst flink wat artillerie afgevuurd op de Duitsers, waarna er een aanval volgde. Zoals zo vaak lukte ook deze massale aanval niet en was het resultaat vooral veel doden en gewonden onder de Britten. Onder de mensen die niet terugkwamen zat ook James Martin, de hoogste in rang tijdens de aanval.

Angus had het wel overleefd, maar tot zijn grote verdriet leek hij zijn vriend kwijt te zijn. Totdat de zon weer langzaam opkwam. Vlakbij de Duitse loopgraaf zagen ze Martin liggen. Hij was gewond, maar leefde nog. Met zijn hand maakte hij een gebaar dat hij wilde drinken, maar ondanks dat hij relatief dichtbij lag, was het ook zo ver weg. Met het daglicht en nesten vol met Duitsers, was het onmogelijk om Martin op te gaan halen.  In de officiersmess werd overleg gepleegd, maar men kon maar geen oplossing vinden om James Martin terug te halen. Willie Angus bood zich daarom aan om hem te gaan halen. Dit verzoek werd zonder pardon afgewezen, want die70 meterdoor niemandsland afleggen stond gelijk aan zelfmoord. Ondanks de afwijzing gaf Angus nogmaals aan het heel graag te willen proberen, aangezien James Martin niet alleen zijn medesoldaat was, maar ook dorpsgenoot en bovenal vriend.

Opnieuw werd zijn verzoek afgewezen, maar tegelijkertijd doorgespeeld aan de generaal van dienst, ene Lawford. Die vond het plan in eerste instantie belachelijk, maar tevens erg dapper. Willie Angus werd bij hem geroepen met de vraag of hij het echt wilde proberen. Angus antwoordde bevestigend. Terwijl de dag vorderde en het zichtbaar slechter ging met Martin kwam het verlossende woord van hogerhand; Angus mocht een poging wagen. Gewapend met een fles brandy en een touw om zijn middel, zodat ze hem konden terugtrekken in het geval van verwonding of dood, kroop hij door de zompige modder heen. Wonder boven wonder ontdekten de Duitsers hem niet en bereikte hij zijn vriend. James Martin, helemaal uitgedroogd, zoop zowat de hele fles brandy leeg die hij aangeboden kreeg. Het verzachte de pijn van de verwondingen, leste zijn dorst verdween en zorgde voor ontspanning op de terugtocht. Angus deed ondertussen, zeer onzelfzuchtig, het touw om het middel van Martin, zodat ze hem naar de loopgraaf konden trekken in plaats van hemzelf. Langzaamaan slopen ze weer terug naar de overkant.

Of het kwam door de gekke bewegingen van Martin die te veel gezopen had of door iets anders is onbekend, maar de Duitsers zagen de twee mannen ineens. Er werd alarm geslagen en granaten en kogels vlogen om de oren van de twee. Angus bedacht zich geen moment, tilde de gewonde James Martin op en begon te rennen. Harder dan hij ooit had gedaan op het voetbalveld. Het geluk van de twee Schotten was dat door de granaten stof vrijkwam en de sluipschutters niet goed konden richten. Toch werd Angus diverse malen geraakt. Granatenscherven en kogels schoten in zijn lichaam (uiteindelijk had Willie Angus maar liefst veertig verwondingen), terwijl hij zijn linkeroog en een deel van zijn voet onderweg verloor. De adrenaline zorgde er uiteindelijk voor dat het hem lukte om de Britse kant te halen. Meer dood dan levend werden beide naar het veldhospitaal gebracht, waar Angus werd opgegeven door de dokter.

Maar een mijnwerker uit Lanarkshire krijgen ze niet zomaar klein en Angus overleefde het, hoewel hij voor de rest van zijn leven invalide zou zijn. Het incident kreeg veel aandacht in Schotland en de rest van de UK. Zelfs de koning ging zich ermee bemoeien en Angus werd voorgedragen voor het Victoria Cross, de hoogst mogelijke onderscheiding. Iets dat nog nooit een gewone Schotse soldaat ten deel was gevallen. Een paar weken later werd er een telegram afgeleverd in Carluke bij de eenvoudige mijnwerkerswoning van de familie Angus, gericht aan de vader van Willie. Het was geschreven door King George V en luidde als volgt: “You must be proud indeed to have so gallant a son and I heartily congratulate both of you. It is almost a miracle that he is spared to you after so dangerous a venture. He has won his decoration nobly and I sincerely hope he may fully recover and live long enough to enjoy it. May you too be long spared to feel pride in him and his achievements.”

Willie Angus kreeg het Victoria Cross op 30 augustus 1915 en zowel vader als zoon Angus werden persoonlijk door de koning uitgenodigd op Buckingham Palace. Een maand later was er de strijd om de Glasgow Cup en als vanzelfsprekend was Willie Angus uitgenodigd door zijn oude club Celtic. Hij zou nooit meer kunnen voetballen, maar kreeg voor de halve finale tegen Third Lanark een applaus dat zelden gehoord was op Celtic Park. Later die dag werd hij ook uitgenodigd voor Glasgow Rangers v Partick Thistle. Daar werd bewezen dat rivaliteit aan de kant kan worden gezet als het echt nodig is, want ook op Ibrox kreeg Angus een oorverdovend applaus. Hij was een nationale held geworden en geliefd bij alle Schotten. De moed en opofferingsgezindheid van Angus spraken iedereen aan.

Willie Angus kon door zijn verwondingen niet meer normaal lopen, laat staan voetballen. Ook werken ging lastig, maar als oorlogsheld gingen er allerlei deuren voor hem open die voor anderen gesloten bleven. Hij kreeg een functie bij de lokale racehondenbaan en werd vaak uitgenodigd voor het bijwonen van belangrijke voetbalwedstrijden. Zijn eerste club Carluke Rovers bood hem het presidentschap aan van de club, een functie die hij tot zijn. Angus en Martin gingen beide terug naar Carluke na de oorlog. Logischerwijze hielden ze goed contact en in het Schotse oorlogsmuseum in Edinburgh Castle liggen de medailles van beide naast elkaar, met daarnaast het opmerkelijke verhaal van de daad van Willie Angus. In 1956 stierf Martin en had hij dankzij Angus nog 41 jaar lang geleefd. Drie jaar later stierf Angus zelf. Hij ligt begraven in Carluke en jaarlijks sjaals en shirts van Celtic neergelegd.

3 Reacties op “Willie Angus: Hero of War

  1. Heel erg mooi wat die man deed, al vind ik de titel wat onprettigs hebben. Oorlog is zoiets verwerpelijks an sich dat ieder die er aan deelneemt in feite per definitie geen “hero” is. Natuurlijk lag de grote schuld niet bij hen maar bij de bezetter (je kan ook je land niet zomaar laten bezetten zonder iets te doen) maar ik vind het verheerlijken van geweld iets erg onwennings hebben. Maar zoals gezegd, heel erg knap wat die man deed. Ik vind het vooral jammer dat ze daar überhaupt aan het front zijn en dat er iets als een leger moet bestaan. Het bewijs dat mensen nog altijd een primitief iets hebben, want anders zouden oorlogen simpelweg niet bestaan en zou ieder met respect voor zijn medemens leven. Pacifisten, dát zijn de echte helden. Helaas lijkt het er op dat de mens niets leert uit het verleden want in de laatste decennia alleen al kan je met gemak 3 a 4 oorlogen opnoemen. Dat na twee wereldoorlogen en miljoenen doden de mens zijn lesjes nog niet geleerd heeft is misschien wel het meest trieste van al.

    Gezien Willie Angus niet aan de oorzaak lag van de oorlogen en zijn leven waagde om een goede vriend te redden verdient hij wel alle respect. Het is jammer dat hij in de eerste plaats naar het front moest, want hoe hij voor het leven verminkt werd in de loopgraven kan niet anders dan medeleven opwekken en is intriest. Hij overleefde het misschien, maar in zekere zin is een jong leven toch verwoest als je zo toegetakeld uit de strijd komt.

    Dit verhaal doet me denken aan de quote “The fastest way to end a war is to lose it”. Hoewel ietwat controversieel is er een grond van waarheid in. Elke dag oorlog is er een teveel.

  2. Overigens wil men in Belgie een bezoek aan Flanders Fields nu verplicht maken voor alle studenten secundair onderwijs. Bij mijn weten is dit bij vele Britse scholen al het geval, want er komen vaak hele bussen Britse tieners en leraars richting Belgie voor bezoeken aan de Flanders Fields.

    Ik had als student destijds een hekel aan van die dagtochten, maar dit is nu wel een initiatief dat ik wel echt zou steunen. Want zoals ik zei, elke oorlog is een triest gebeuren, elke oorlog zorgt voor doden en ellende bij heel veel mensen. Misschien leert de mens vroeg of laat uit het verleden en legt men toch ooit collectief de wapens neer, wishful thinking misschien maar mensen confronteren met de gruwelen uit het verleden in de hoop dat men hieruit zal onthouden dat het vooral nooit meer opnieuw mag gebeuren, is zeker geen slecht initiatief.

    Ik vind die poppies er wat vreemd uitzien, maar het is een traditie die ook zeker zijn functie en nut heeft. In die zin is de eis van de FIFA om die poppies te bannen van wedstrijdshirts (terwijl trainers en bobo’s op de tribunes ze wel dragen) belachelijk en toont FIFA hier een gebrek aan inlevingsvermogen. Geen enkele Brit of Spanjaard zou er een probleem van maken. Er zijn trouwens wel meer symbolen op voetbalshirts over heel de wereld die , met wat verbeelding, als politieke statements kunnen worden geïnterpreteerd. De FIFA laat zich hier van haar kleinste kant zien en toont een totaal gebrek aan inlevingsvermogen door die poppies te verbieden.

  3. Pingback: Leigh Richmond Roose: Yr Ercwlff Synfawr Hwn | Doing the 116 Blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s