Floodlit Dreams – Ian Ridley

Volgende maand gaan we naar Brighton en Weymouth. Die tweede club volg ik sinds ik het boek “Floodlit Dreams” las. Het is een van de beste boeken over Engels voetbal die ik ooit las. Nu we echt naar Weymouth gaan volgende maand, ben ik weer begonnen om het opnieuw te lezen. Een van mijn reisgenoten naar Weymouth, is de Dutch Addick. Hij had het boek al meegenomen naar onze vinckweek. Speciaal voor DT116 schreef hij een review.

Tijdens een van mijn bezoekjes aan boekwinkels in Engeland, kwam ik jaren geleden het boek “Floodlit Dreams” tegen. Dat leek me wel een aardig boek omdat het nu eens niet over de Premier League ging, maar over het reilen en zeilen van Weymouth FC; een club uit de toenmalige Southern League.. Dit was nog in de jaren dat ik voornamelijk voetbal op hoger niveau zag en ik nog nauwelijks op non-league niveau wedstrijden bezocht. Ik vond het een leuk en goed geschreven boek. Wat me met name verbaasde, was dat het op dat niveau echt om elke pond gaat. Het maakt ontzettend veel uit of er vijftig bezoekers meer of minder op een wedstrijd afkomen en hoeveel pints ze in de bar bestellen.

Nu enige jaren later en met inmiddels aardig wat non-league ervaring in de rugzak, ga ik dan binnenkort Weymouth daadwerkelijk bezoeken, tijdens een combi-trip met Brighton v Leeds. Een mooie gelegenheid om dit boek weer eens uit de kast te pakken, het stof er van af te blazen en weer opnieuw te lezen. En met de kennis van nu over de non-league kan ik zeggen dat dit voor mij het beste voetbalboek is dat ik heb gelezen.

Wat me meteen weer opviel, was hoe groot het verschil tussen de glitter en glamour van de Premier League en de rauwe werkelijkheid van non-league voetbal eigenlijk is. En in de loop van de jaren is dit alleen nog maar meer toegenomen natuurlijk. Waar in de Premier League spelers rondlopen die200.000 pondper week(!) verdienen, gaat het bij non-league vaak om300 pondper week en dat zijn dan nog de betere spelers. En, zoals ik al aangaf, als op een wedstrijd enige tientallen bezoekers meer afkomen, die ook nog eens in de bar blijven hangen na afloop, dan heeft de club een goede week en kunnen in de boeken zwarte cijfers worden geschreven. Een groter contrast is haast niet te bedenken.

De schrijver van het boek, Ian Ridley, is een redelijk bekende Engelse voetbaljournalist die voor verschillende kranten heeft geschreven, zoals The Observer en The Daily Mail. Hij is geboren en opgegroeid in Weymouth, een badplaats aan de Engelse zuidkust, en werd vroeger door zijn vader meegenomen naar de Recreation Ground. Dit was het oude stadion van Weymouth, waar ze tot 1987 hebben gespeeld. Daarna is de club verhuisd naar The Wessex Stadium, waar ze nu nog steeds spelen. Overigens heet het stadion sinds 2010 officieel het Bob Lucas Stadium, genoemd naar de door iedereen zeer gewaardeerde club president die vorig jaar is overleden aan kanker. 

Hoewel werkzaam in Londen, gaat Ridley nog vaak kijken bij Weymouth. Als zijn vader een ernstige ziekte krijgt (en later overlijdt), dan gaat hij daar ook wonen, om dichter bij zijn vader te zijn. De manier waarop hij deze herinneringen beschrijft en ook de periode rondom het overlijden van zijn vader, heeft me een aantal Fisherman’s Friend momenten bezorgd. Geleidelijk aan raakt Ridley wat meer betrokken bij de club en hij ergert zich aan de amateuristische wijze waarop de club wordt geleid door de board. Deze board is een verzameling rare lokale figuren, zoals tweedehands autohandelaren en hoteleigenaren, iets dat vaak voorkomt op dit niveau en wat non-league ook zijn charme geeft. 

Ridley besluit om in de club te investeren en wordt op deze manier voorzitter van Weymouth. Het boek beschrijft dan zeer goed en levendig wat er allemaal komt kijken bij het managen van een club op dit niveau. Het gaat dan uiteraard over geld (en met name het gebrek daaraan), de wedstrijden op een koude dinsdagavond, het meeleven met de resultaten en het gedoe met lokale mensen met grote ego’s. Ook de plannen voor het nieuwe stadion en het uiteindelijk mislukken van dit project komen uitgebreid aan de orde. Dit vormt voor mij de kracht van het boek, want hierna zul je non-league wedstrijden voor altijd op een andere manier bezoeken. Het is voor ons als buitenstaander makkelijk klagen als een club verhuisd naar een nieuw, karakterloos stadion. Maar als je weet welke belangen er spelen en wat het financieel voor zo’n club oplevert, dan kun je er in ieder geval begrip voor opbrengen.

Na een half seizoen besluit Ridley om een nieuwe manager binnen te halen in de persoon van Steve Claridge, de bekende ex-speler van o.a. Millwall en Leicester en tevens een vriend van de voorzitter. Claridge haalt met zijn netwerk veel goede spelers binnen en weet het seizoen af te sluiten als tweede in de Southern League, achter Crawley Town. Erg knap als je bedenkt dat de club in het seizoen daarvoor degradatie nauwelijks weet te ontlopen en het oude bestuur de club achter laat met flinke schulden. Ook de toeschouwersaantallen trekken flink aan en de schuld wordt zoetjes aan teruggebracht naar een normaal niveau. De tweede plaats was toen nog onvoldoende voor promotie, maar de bovenste helft van de league gaat wel door naar de nieuw gevormde Conference South. In het tweede seizoen gaat het allemaal wat minder, en dan komt bij zo’n kleine club de vijfde colonne op gang. 

Een lokale hoteleigenaar wil flink investeren in de club, maar wil ook graag dat Ridley aanblijft als voorzitter. Al snel blijkt dat hij dit alleen heeft gedaan vanwege de contacten en de bekendheid die de Ridley heeft. Ridley zelf is alleen maar een symboolvoorzitter en heeft niks meer te zeggen heeft over de daadwerkelijk gang van zaken. Uiteindelijk besluit Ridley om terug te treden en niet veel later zal ook Steve Claridge worden ontslagen door de nieuwe voorzitter. Vanaf hier wordt het boek in mijn ogen wat minder, omdat hij duidelijk gefrustreerd is hierover (en wellicht ook terecht), maar het is jammer dat het boek daarom een beetje in mineur eindigt en het ook een beetje zeurderig overkomt.

Neemt niet weg dat het een geweldig geschreven boek is en wellicht ook het beste voetbalboek over de non-league. Het is daarom zeker ook een aanrader voor elke Engelse voetballiefhebber om dit boek aan te schaffen.

3 Reacties op “Floodlit Dreams – Ian Ridley

  1. Boek is besteld. Ik ben benieuwd na deze veelbelovende recensie.

  2. Door mijn psychologische omstandigheden koop ik al lang geen boeken meer (al heb ik recent voor het eerst in jaren een boek gekocht, aan een reisgids over het Russische poolgebied kon ik niet weerstaan) maar gelukkig heb je tegenwoordig e-books. Als dit book ergens online te lezen valt, dan wil ik erg graag de link hebben want het lijkt me ook heel erg boeiend.

    Ik denk wel eens heimelijk terug aan de tijd dat ik reisgidsen verslond ipv, zoals ik nu doe, online reisgidsen te verslinden. Er was het boek “Eilanden” van Boudewijn Büch, en de twee stadiongidsen van Stefan Van Loock waarvan “Vergeten Arena’s” een echte must is. Leuke tijden waar ik met een zekere pijn en heimwee aan terugdenk. Betwijfel of zulke oude boeken in e-format te krijgen zijn.

    Nog zonder dit boek te hebben gelezen kan ik uit je recensie perfect geloven dat de inhoud grauw is qua gebeuren. Veel mensen onderschatten inderdaad wat er allemaal van details komt bij het besturen van een club en gaan al snel klagen wanneer emotioneel minder leuke beslissingen genomen worden die voor bestuurders echter noodzaak zijn (vb een verhuis van stadion) ; die zin uit je recensie vond ik heel erg treffend. Ik heb destijds geïnformeerd naar de optie een eigen club uit de grond te stampen op het allerlaagste amateurniveau. Zelfs op zulk niveau komen er enorm veel kosten bij kijken, en vaak is het na de gewone dagtaak een werk dat elke avond weer alle vrije tijd die nog rest opslorpt. Een enkele wedstrijd tegen een bekend team dat wat gelegenheidstoeschouwers op de been brengt is haast een must om de kop financiëel boven water te houden. Veel respect voor die mensen die er hun energie blijven insteken om de lokale club draaiende te houden, tenslotte steken ze er enorm veel moeite en tijd in (soms zonder er ooit een cent aan te verdienen), en dat enkel ter vermaak van de lokale burger en zijn behoefte aan sport-ontspanning. Dik respect daarvoor.

    PS: wat trekt tweedehands autohandelaren precies aan bij clubs? Of waarom gaan clubs bij dat soort figuren aankloppen om geld te zoeken? Op DT116 lees ik wel vaker in verslagjes dat er een of andere autohandelaar bestuurslid is van de club. Wie of wat doet dat soort volk in het voetbal belanden? (nu ja, het heeft al enkele iconische figuren opgeleverd… Lang leve Ron Brooks Toyota!)

  3. Heel simpel. opdat niveau wordt iedereen die geld meebrengt met open armen ontvangen, ook dubieuze 2e hands autohandelaren. Als de rekeningen zich opstapelen dan worden normen & waarden minder belangrijk. Waarbij ik overigens niet wil zeggen dat alle 2e hands autohandelaren dubieus zijn. Maar Ron Brooks wel😉

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s