Lincoln in the Conference

Lincoln City is voor mij toch wel een van de meest verrassende degradanten van de afgelopen seizoen. Voor mijn gevoel zijn The Imps een subtopper in League Two, met zo nu en dan een uitschieter naar League One. Het komt er alleen maar niet uit. In de afgelopen acht jaar, haalde Lincoln maar liefst vijf keer de play-offs in League Two, maar promoveren lukte maar niet. Daarna werden ze een grijze middenmotor om afgelopen mei ineens te degraderen. En dat terwijl ze halverwege maart nog veertiende stonden! Twee punten uit de laatste elf wedstrijden bleken er net te weinig om erin te blijven. Volgend jaar Lincoln dus in de Conference, geen onbekend terrein voor de club. Ze waren in 1987 de allereerste club die vanuit de Football League degradeerde naar dat hoogste non-league niveau. Dat jaar werden ze meteen kampioen. Tijd voor een terugblik op dat ene seizoen.

Door de degradatie van Lincoln heeft de club haar record van “club die het vaakst uit de Football League verdween”, flink scherper gezet. Maar liefst vijf keer namen The Imps afscheid van de League. Een bizar hoog aantal, want verder heb je een aantal clubs die twee keer eruit vlogen, maar meer ook niet. Dat er door de jaren heen weinig clubs uit de Football League vielen, komt doordat er tot aan 1987 geen degradatie mogelijk was vanuit de onderste divisie. Daarvoor was er aan het eind van het seizoen een stemming. De vier onderste clubs uit de Football League moesten het opnemen tegen ambitieuze clubs uit de non-league. Die verkiezingen waren altijd oude jongens krentenbrood en meestal werden de vier clubs gewoon weer herkozen. Alleen Lincoln vloog er gek genoeg vaak uit. Zowel in 1908, 1911 als 1920 werden The Imps weggestemd. Overigens werden ze iedere keer het jaar erop weer herkozen. Toch blijft het vreemd dat juist Lincoln er zo vaak werd uit gestemd.

De verkiezingen werden overigens steeds saaier. Vanaf 1938 t/m 1986 (bijna vijftig jaar!) lukte het slechts zes clubs om gekozen te worden om in de Football League te spelen. Bizar weinig. Dat leverde veel frustratie op. In 1979 hadden de non-league clubs, die toen nog verspreid waren over drie regionale competities, ervoor gekozen om de krachten te bundelen en één landelijke competitie te beginnen. Afgesproken werd dat alleen de kampioen van die competitie (de huidige Conference) zich mocht aanmelden voor de verkiezingen om er zo voor te zorgen dat de stemmen niet teveel verspreid werden over de verschillende non-leagueclubs. De Leagueclubs bleven echter op hun eigen clubs stemmen, zodat er nog weinig veranderde. De FA was het beu en besloot om de boel open te gooien. Bij de start van het seizoen 1986/1987 werd bekend gemaakt dat de nummer 24 van de Fourth Division (nu League Two) zou degraderen. De kampioen van de Conference zou dan promoveren.

Evenals nu, was de degradatie van Lincoln destijds een grote verrassing. Halverwege het seizoen stonden The Imps nog op een play-offplek en zelfs op de laatste speeldag leek er niet aan de hand. Lincoln had nog twee clubs onder zich, waaronder Burnley dat twee punten minder had en een veel slechter doelsaldo. Lincoln verloor echter, terwijl Burnley won. Nog leek er niets aan de hand, als Torquay maar zou verliezen. Die pakten een punt dankzij een bijtende politiehond (het hele verhaal staat hier) en Lincoln vloog eruit. De club had geen enkele seconde onderaan gestaan dat hele seizoen, totdat Torquay in de vierde minuut van de blessuretijd de 2-2 scoorde. Lincoln, dat al klaar was en waar ze in spanning aan het afwachten waren op de laatste uitslag, vloog er ineens uit. Er was nog nooit een club gedegradeerd en er werd Lincoln hel en verdoemenis voorspelt, want wat moest een Leagueclub nu tussen al die non-league teams?

Bij Lincoln gingen ze niet bij de pakken neerzitten en er werd door manager Colin Murphy een nieuw team samengesteld. Doordat er sinds 1978 geen team vanuit de Football League naar de Conference was gestuurd, was Lincoln natuurlijk hét team om te verslaan voor de andere clubs. Vooraf werd Barnet als belangrijkste rivaal voor de titel gezien. The Bees waren het jaar ervoor tweede geworden achter Scarborough en waren zodoende de titel net misgelopen. De Londense club had de excentrieke Barry Fry als manager en de nog excentriekere Stan Flashman als voorzitter. Er was wel wat geld daar op Underhill en Barnet was zowat de meest aanvallende ploeg van heel Engeland. De filosofie van Fry was simpel: probeer zo vaak mogelijk te scoren en de kans dat je wint, is groot. De bobo’s van de Conference hadden ook wel door dat Lincoln City en Barnet de grootste smaakmakers zouden worden en op de eerste speeldag rolde er, heel toevallig, de wedstrijd Barnet v Lincoln uit de koker. Meteen al de topper.

De bobo’s kregen wat ze wilden, want het werd een heerlijke pot. Lincoln werd volledig overhoop gespeeld door de mannen van Fry. Toch werd het geen afstraffing, want verdedigen was destijds een vies woord op Underhill. Uiteindelijk vielen er ‘slechts’ zes goals en stond er een 4-2 eindstand op het scorebord. Ironisch genoeg werd Barnet v Lincoln afgelopen seizoen ook 4-2 en dat was het startsein voor de opmars van The Bees en de ineenstorting van The Imps. Uiteindelijk eindigde Barnet met één puntje voorsprong op Lincoln als 22ste. Johan Cruijff zei ooit dat toeval logisch is en ik ben bereid om hem gelijk te geven. Ook nu was Lincoln van slag na een nederlaag tegen Barnet, want ook de tweede wedstrijd werd verloren. Ditmaal tegen Weymouth. Pas de derde pot, thuis tegen Dagenham, werden er punten gepakt. Lincoln was los, want in de vier volgende wedstrijden werden er tien punten gepakt.

Toch kwam er weer zand in de motor. Zowel Runcorn als Kettering bleken te sterk en na tien duels, stond Lincoln slechts zevende. De achterstand op Barnet, dat maar bleef winnen, was ondertussen al zeven punten. De titel leek ver weg. Na nog wat moeizame overwinningen, kwam Barnet op de veertiende speeldag op bezoek. Zou Lincoln die wedstrijd verliezen, dan zouden The Imps al tien verliespunten meer hebben. Er moest dus gewonnen worden en dat lukte. Het werd 2-1 voor Lincoln en de Imp was los. Lincoln zou een serie van 25 duels neerzetten met maar één nederlaag. Kampioensvorm, maar Barnet bleef ook maar goed draaien. Lincoln stond tweede, maar die verdraaide bijtjes konden maar niet worden ingehaald. Maar toen kregen ze in Londen ineens last van faalangst. In zeven wedstrijden werd er slechts éénmaal gewonnen. Ineens had Lincoln alles in eigen hand.

Maar ook daar leken ze bang te worden voor de titel. Na die prachtige serie van 25 wedstrijden werd er verloren van Macclesfield. Kan gebeuren, maar na een overwinning op Wealdstone, bleken ook ineens Bath City en Kettering Town te sterk. Door die laatste nederlaag was ineens Kettering ook in beeld om te promoveren. Twee weken voor het einde van de competitie stond Barnet bovenaan met 40-77 (+47) gevolgd door Lincoln met 39-75 (+35) en Kettering ook met 39-75 (+26). Vreemd genoeg bezweek Kettering als eerste onder de druk, terwijl ze een geweldige inhaalrace achter de rug hadden. Alle drie de laatste wedstrijden werden verloren door The Poppies. Lincoln kon ook haar inhaalwedstrijd niet winnen. Het werd 1-1 thuis tegen Maidstone, dat een jaar later zelf kampioen zou worden. Ineens had Barnet weer alle kaarten in handen en Barry Fry was van plan die niet meer uit handen te geven.

Barnet moest nog thuis tegen Runcorn en uit tegen Welling, hoewel je dat niet echt een uitwedstrijd kon noemen. Welling was zo dichtbij, dat die pot ook als een thuisduel zou gaan voelen. Lincoln had nog wel twee thuisduels, tegen Stafford Rangers en Wycombe Wanderers. De opdracht was simpel voor Colin Murphy en zijn mannen: winnen en dan maar zien wat Barnet zou doen. Dat deden ze dan ook, want Stafford Rangers werd met 2-1 opzij gezet. Het feest barstte pas echt los, toen ineens doorkwam dat Barnet met 1-2 had verloren van Runcorn. Lincoln City, dat nog geen seconde bovenaan had gestaan dat seizoen, was ineens koploper op de laatste speeldag. Het kon eigenlijk niet meer misgaan, want Wycombe Wanderers was eerder in het seizoen met 0-7 opzij gezet en speelde slechts nog voor de kat z’n viool. Heel Lincoln stond ook op z’n kop en iedereen wilde een kaartje hebben om bij de kampioenswedstrijd te zijn.

Eerder in het seizoen had Lincoln het toeschouwersrecord voor de Conference op 7542 gezet, voor de derby tegen Boston. Dat record zou er aan gaan, want voor de pot tegen Wycombe waren er maar liefst 9432 man in Sincil Bank. Dat was het officiële aantal, maar officieuze bronnen spraken van een aantal van rond de 13500. Er kon ook geen muis meer bij. Barnet had een makkelijke middag bij Welling, maar ook Lincoln kwam niet in de problemen. Het werd 2-0 en Lincoln was na een jaar weer terug. Het jaar erop werd Lincoln meteen tiende en in 1998 promoveerde de club zelfs naar League One. De Conference leek toch niet het moeras te zijn waar je nooit meer uit kon komen. Toch bewees de tweede degradant, Newport County, dat het wel een marteling kon zijn. Die club kon het verlies in inkomsten niet opvangen en ging failliet. Tegenwoordig is het niet meer bijzonder als je degradeert naar de Conference, want maar liefst veertien van de 24 clubs hebben een verleden in de Football League. Wat dat betreft gaat Lincoln het komend seizoen veel zwaarder krijgen dan in 1987/1988.

Een Reactie op “Lincoln in the Conference

  1. Pingback: Scarborough’s First Match in the League | Doing the 116 Blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s