Ad & Charlton Athletic

Tijd voor een nieuwe serie hier op DT116: “Foreign Fans“. Simpel gezegd gaat dat over Nederlanders en Belgen die voor een Britse club zijn. De eerste in deze serie is Rotterdammer Ad Poot (45), die helemaal verslingerd is aan Charlton Athletic. Al sinds 1979 volgt hij deze club en in al die jaren heeft hij zo’n 250 wedstrijden van The Addicks gezien en zestien jaar een seizoenkaart gehad van deze Londense club. Hij zag in al die jaren met pijn in zijn hart de club vertrekken van The Valley, maar later ook weer terugkeren. Vele promoties en degradaties maakte hij mee. “Never a dull moment”. Maar hoe komt iemand uit Nederland erbij om juist fan te worden van een club in Engeland? En dan ook nog eens Charlton en niet een van de grotere clubs?

Nu met internet en tv is het heel makkelijk om het Engels voetbal te volgen en er verslingerd aan te raken, maar hoe ben jij ooit in contact gekomen met het voetbal op het eiland?

“Midden jaren zeventig zag ik als voor het eerst bewust beelden van Engels voetbal. Ik was toen een jaar of negen en de finale van de FA Cup werd altijd uitgezonden. We hadden toen een zwart-wit TV thuis en de deinende massa achter het doel en het zingen kan ik me nog goed herinneren. Mijn eerste favoriete club in Engeland was Liverpool, dat in die jaren enorm succesvol was en dus veel op tv. Niet lang daarna maakte ik mijn eerste voetbaltrip naar Londen. Dat was met Pasen, wanneer je veel wedstrijden in een korte tijd kunt zien. Tijdens die trip zag ik vier wedstrijden in totaal en was me meteen bewust wat voetbal in Engeland precies voorstelde. Het was geweldig en ik was er meteen aan verslaafd.”

Uiteindelijk werd je favoriete club Liverpool vervangen door Charlton. Hoe kwam dat precies, want dat is niet echt een alledaagse keuze?

“Dat klopt. Pas op mijn dertiende werd ik fan van Charlton. Dat is eigenlijk zuiver toeval. Ik had namelijk besloten om wat clubs in Engeland aan te gaan schrijven. Ik koos daarvoor wat clubs uit die mooie namen hadden en schreef ze een briefje dat ik een groot fan van ze was. Ik hoopte natuurlijk dat ze wat souvenirs zouden opsturen. Veel clubs stuurden wat terug en bij het pakketje van Charlton moest de postbode zelfs aanbellen. Het pakje van ze was zo dik, dat het niet door de brievenbus ging. Er zat echt van alles in: een sjaaltje, een vaantje, een muts, en een lading programmaboekjes. Ik kreeg natuurlijk op slag veel sympathie voor die club.”

En wanneer werd je echt fan van de club?

“Nadat ik die spullen had gekregen, leek het me wel netjes om een bedankbriefje te schrijven. Daarna kwam ik in het programmaboekje te staan en daardoor kreeg ik penvrienden die voor Charlton waren. Met Pasen 1980 gingen we weer met het gezin naar Londen. Uiteraard stond Charlton op nummer één om te bezoeken. Ze speelden op Goede Vrijdag en ik kreeg me daar toch een geweldige ontvangst door de clubvoorzitter. Eerst een rondleiding en daarna ontmoette een kwartier voor aanvang van de wedstrijd de spelers in de kleedkamer. De hele wedstrijd had ik uitzicht op die geweldige East Stand (staantribune waar ooit 40.000 man op konden. Gelbe Wand? Wat is dat?) en toen was ik natuurlijk helemaal verkocht. Vanaf dat moment was ik ‘Addickted’ zullen we maar zeggen.”

Sindsdien nog wel eens teruggekeerd naar The Valley?

“Jazeker. Ik heb nu in totaal zo rond de 250 wedstrijden van Charlton gezien. Zowel thuis als uit. In de eerste jaren ging ik natuurlijk wat minder. Ik was nog jong en reizen naar Engeland was in die tijd vrij prijzig. Ik ging meestal met Pasen en daarnaast probeerde ik nog een of twee keer te gaan. Vanaf het openen van de Eurotunnel in 1994 was het ineens heel makkelijk om naar Engeland te gaan. Ik kocht meteen een seizoenkaart, want dat was nu wel rendabel. Ik heb die kaart in totaal zestien jaar gehad. Sinds afgelopen seizoen niet meer, maar ik ga nog altijd wel regelmatig. Mijn vaste plek tussen mijn vrienden op de North Stand is altijd vrij, dus dat is geen probleem.”

Wat vind je eigenlijk het mooiste aan de Charlton?

“Ik ben iemand die altijd een zwak heeft voor de underdog en in Londen is Charlton dat zeker. De club heeft veel moeten knokken in haar verleden en is er altijd bovenop gekomen. In de jaren tachtig ging de club bijna failliet en in 1985 moest Charlton The Valley verlaten. Toen kwamen de fans echt in actie en vochten voor de laatste kans van de club en later voor de terugkeer naar The Valley. Die strijd en saamhorigheid vond ik geweldig. En een van de grote bazen van toen, Peter Varney, is nu een van de grote mensen van de club en ik heb geregeld contact met hem. Diezelfde mensen hebben er voor gezorgd dat Chartlton weer een actieve achterban kreeg en dat we samen de succesjaren mochten meemaken.”

Je hebt de zwartste bladzijde uit de clubgeschiedenis genoemd, toen Charlton niet meer op The Valley mocht spelen. Hoe vernam je dat nieuws destijds en wat dacht je toen?

“Het klinkt misschien nu gek, maar The Valley was, na Wembley, het grootste stadion van Londen. Er konden 75000 mensen en de East Stand was de grootste tribune in heel Engeland. In de jaren zestig had Charlton ook een heel behoorlijke aanhang, maar die was flink geslonken in de jaren erop. Toen ik er voor het eerst kwam, zaten er maar zo’n 6000 man bij thuiswedstrijden. Ik hoopte altijd op een thuiswedstrijd in de FA Cup tegen een grote club, zodat ik die grote terrace vol zou zien. Maar dat kwam zelden voor. Charlton was echt vergane glorie geworden en het stadion zag je langzaam afbrokkelen. Er was geen geld om wat aan te doen. Maar dat ze The Valley zouden verlaten, had ik nooit verwacht. Het voelde letterlijk als verraad toen Charlton net voor de wedstrijd tegen Stoke (september 1985) aankondigde dat ze bij Palace gingen spelen. Ik wist het niet en was er daarom niet eens bij. ’s Avonds gebeld door mijn penvrienden met het nieuws.”

Bij Crystal Palace is Charlton toen heel slecht behandeld en sindsdien is er ook een stevige rivaliteit met die club. Deel je die haat?

“Niet echt eigenlijk, dat komt door mijn totale beleving van het Engels voetbal van toen ik jong was. Ik heb in 1980 nog met mijn vader de derby van Palace tegen Brighton bezocht. Ik stond achter het doel en zong mee met “We all agree, Eagles eat Seagulls for breakfast”. Selhurst Park vond ik ook een geweldig stadion. Als het dan later je rivaal wordt, is het lastig om ze ineens te gaan haten. Wat ik wel tegen Palarse heb, is het bestuur dat die club destijds had. Die hebben Charlton echt uitgemolken met hoge huur en ze verboden Charlton om iets van hun identiteit rondom hun stadion te uiten. We mochten alleen een portocabin als clubshop daar neerzetten. Ook de vorige eigenaar (Simon Jordan) was een kwal van een vent. Wel hoopte ik het hele seizoen dat ze zouden degraderen, zo ben ik dan ook wel weer. Onze oorspronkelijke rivaal is trouwens Millwall, maar daar heb ik ook niets op tegen. Toen ik net veertien was, kreeg ik van een vriend van mijn vader een tenue van Millwall en honderden programma’s. Ook heb ik een stuk of zes wedstrijden op de oude Den gezien, heerlijk intimiderend. Nee, tegen Milwall heb ik ook helemaal niets.”

In 1992 mocht Charlton weer terugkeren op The Valley. Hoe voelde dat na die zeven jaar verbanning?

“Ik zat toevallig in Engeland, toen ik het bericht hoorde. Het was Pasen 1991 en samen met The Continentals (een groep liefhebbers van het Engelse voetbal) maakte ik een trip door Noord-Engeland. Het was op het journaal die avond en ik heb staan juichen als een klein kind toen ik het hoorde. Die dinsdag erop waren we in Londen om een wedstrijd van Millwall te bezoeken, maar ik moest en ik zou eerst naar The Valley gaan. Ik bleek niet de enige te zijn. Er waren nog een paar fans gekomen die met een brok in de keel op de met onkruid en bomen begroeide Valley rondliepen om het gevoel een plekje te geven, heel bizar. Het duurde overigens tot december 1992 voordat we weer echt een wedstrijd speelden op The Valley konden spelen, maar de dag van dat goede nieuws zal me altijd bijblijven.”

Nu we toch in een positieve flow zitten, wat zijn de hoogtepunten die je met Charlton hebt meegemaakt?

“Als eerste het bericht in 1984 dat we niet failliet gingen en dus bleven bestaan. Daarna het bericht over de terugkeer naar The Valley. Sowieso was die hele aanloop daar naartoe mooi om mee te maken, want de fans werden echt één. We waren een van de eerste clubs met een bloeiende fanzine, opgestart tijdens ons eerste seizoen op Selhurst Park. Dat leidde uiteindelijk tot de oprichting van een heuse politieke partij (The Valley Party) die dankzij 15000 stemmen twee zetels in de gemeenteraad kreeg en ze ervan kon overtuigen dat Charlton terug op hun plek moest. Verder op sportief gebied het debuut van wereldster Alan Simonsen, maar ook de kwartfinale van de FA Cup op Old Trafford waar we met 10000 man waren. We verloren, maar het was duidelijk dat we voetballend nu ook op de weg terug waren. Geweldig was ook de play-off finale in 1998, toen we Sunderland na penalty’s versloegen na een 4-4 eindstand. Daardoor promoveerden we voor het eerst naar de Premier League. Ik was helemaal leeg na afloop, maar het grootste kippenvelmoment was toch wel de entree bij de eerste wedstrijd terug op The Valley op 5 december 1992. De wedstrijd deed er niet toe, maar ik heb nog nooit zo veel ontlading gehoord, gezien en gevoeld als bij het betreden van het veld van de teams.”

Wie zijn eigenlijk je helden op het veld?

“De grootste is cultheld Derek Hales. Toen ik hem bij mijn eerste wedstrijd ontmoette in de kleedkamer, zat hij met een bodempje cognac in het glas en zijn kuiten in een warm bad, maar hij scoorde wel. Daarna kwam het jeugdige talent Paul Walsh door, die bij het naderende faillissement voor een grijpstuiver werd verkocht aan Luton. Erg jammer, want het was een geweldige voetballer. Bizar was de aankoop van Alan Simonsen. Dat was een geweldige Deense voetballer, die een van de uitblinkers was van het grote Borrusia Mönchengladbach. Daarna ging hij naar Barcelona. Maar nadat hij daar vier seizoenen had gespeeld, haalde die club ineens Maradona. Er mochten slechts twee buitenlanders spelen en Barca had ook al Bernd Schuster onder contract staan. Real Madrid en Tottenham wilde Simonsen hebben. Die wilde echter zonder stress spelen en ineens hadden we, als tweede divisieclub, hem gekocht. Achteraf bleken we de transfersom niet te kunnen betalen en was hij weg naar drie maanden. Hij had wel negen keer gescoord in zestien wedstrijden. Wát een speler was dat. Voor de rest horen Robert Lee, Chris Powell (huidige manager) en Scott Parker wel bij mijn favorieten.”

Je komt natuurlijk vaak op The Valley, maar heb je ook iets met de wijk Charlton en heb je ooit overwogen om er te gaan wonen?

“Eigenlijk is het maar een saaie wijk, maar voor mij is het heel speciaal. Alleen de aankomst al is geweldig en daar geniet ik iedere keer weer van. Je komt aan met de trein op Charlton Railway Station, steekt dan de weg over en komt in een slingerend straatje terecht tussen de typische Engelse huisjes. Die straat leidt je naar Floyd Road. Bedenk dat eens met de oude, grote Valley die daar beneden in de vallei ligt. Adembenemend gewoon. Ik heb er jaren dan ook echt letterlijk van gedroomd. Ik was enorm met de terugkeer naar ons stadion bezig. Heel soms droom ik er nog wel eens van, met het oude stadion, maar dat komt niet meer terug. Verder heb ik er natuurlijk mijn stamkroeg in Charlton: The Royal Oak. Ik heb nooit het plan gehad om er te gaan wonen. Wél zat mijn toenmalige vriendin voor een stage van een half jaar in Londen. Kijk, daar ben ik natuurlijk vaak op bezoek gegaan. Toen heb ik niet alleen Charlton goed kunnen volgen, maar ook obscure potjes als Maidstone v Bournemouth voor de “niks-niets cup” (Johnstone’s Paint Trophy) in het oude stadion van Dartford op een koude dinsdag. Als ik tien dagen bij haar in Londen zat, waren dat soort wedstrijden goed mee te pakken.”

Je hebt het nu over Maidstone, maar zijn er buiten Charlton nog meer clubs waar je een zwak voor hebt?

“Ik hoop altijd dat de sleeping giants het goed doen. Dat zie ik graag. Vroeger had ik ook wat met Plymouth Argyle. Die club heeft het wel allemaal: een mooie naam, en The Pilgrims is ook een geweldige nickname. Met QPR heb ik ook wel iets, met dat leuke, kleine stadion en die clubkleuren waren dezelfde als mijn amateurvereniging Xerxes. Veel clubs vond ik in jaren tachitg ook leuk vanwege stadion of tenue. Als ik even nadenk dan komen West Ham United, Manchester City, Wolverhampton Wanderers, Cardiff City en Swansea City bovendrijven. Die laatste vooral vanwege de ground. Als ik nu soft spots moet noemen zijn dat Merthyr Tydfil en Wrexham, toevallig ook allebei uit Wales en beide in het bezit van een mooi stadion. Dat is de laatste jaren toch wel minder geworden in Engeland. Ik ben blij dat ik veel oude stadions heb mogen zien met de ouderwetse terracing. Ik hunker en zoek nog altijd naar delen van die oude grounds, die eigenlijk alleen nog maar in de non-league of Schotland in gebruik zijn. Maar ik vermaak me nog wel, want voor mij gaat een reis naar Engeland om beleving van een hele dag. Niet alleen de wedstrijd, maar ook de Engelse humor, het English breakfast en een goede stapavond horen daar nog steeds bij en that keeps me young. Ik zal dus nog vaak naar de overkant gaan.”

Voor de liefhebbers zijn er ook twee items op tv geweest met onze Ad. Eerst verscheen hij bij Kopspijkers en afgelopen jaar ook nog een keer op TV Limburg.

10 Reacties op “Ad & Charlton Athletic

  1. Geweldig! Zulke interviews zijn heerlijk om te lezen. Hopelijk volgen er nog veel!

  2. Mooie club ook, dat Charlton. Ik snmap wel dat hij daar fan van is geworden.

  3. Grappig, dat aanschrijven van engelse clubs heb ik eind jaren 80 begin jaren 90 ook gedaan. Soort van wedstrijd met een vriendje, wie het meest terug zou krijgen. 5 enveloppen tegelijk op de bus en dan maar afwachten van welke clubs je iets terugkreeg, en wat.
    Toppers waren Scunthorpe, Dulwich Hamlet, Torquay en Gresley Rovers, maar de absolute winnaar was Kingstonian. Daar kreeg ik een vaantje ter grootte van een A3tje van retour!

  4. Adje je liegt. Geen hekel aan Millwall??? Waarom loop je dan altijd af te geven tegen Millwall en daardoor ook tegen mij?????

    Voor de rest mooi stukje.

    Groeten Been

  5. Prachtig dat die clubs dan ook echt terugschrijven. Ik zat vroeger in het bestuur van een voetbalorganisatie die jeugdvoetbalprojecten wilde promoten, en wij kregen eens een kwade email van enkele Premier League clubs die dreigden dat we MOESTEN hun logo van de site halen want dat dit copyright inbreuk was. Van de clubs uit de lagere reeksen nooit zulke reactie gekregen, die waren integendeel erg enthousiast als ze een email kregen van iemand uit het buitenland die interesse toonde.

    Mijn hoogtepunt zelf was toen ik de Groenlandse FA (!) opbelde om te vragen of er een soort adressenlijst bestond over Groenlandse clubs, want ik wilde weten welke de noordelijkste club ter wereld was. Een week later zat er een brief uit Groenland in de bus met een adressenlijst van ALLE clubs op het eiland. (en sindsdien weet ik dus dat de club uit Qaanaaq de noordelijkste club op aarde is)

    Toen ik in ierland woonde stapte ik vaak op supporters van de tegenpartij af of niemand een sjaal te koop had voor mijn collectie. Vaak kreeg ik die sjaal dan gewoon geheel gratis. Van Cork, Finn Harps, Derry City, UCD, Cliftonville en Linfield (een nogal obscuur exemplaar waar “Londonderry fanclub Linfield” op gedrukt stond) heb ik zo een hele resem gratis sjaals gekregen voor mijn verzameling.

    Die clubs uit de lagere reeksen zijn doorgaans vereerd als mensen ver buiten hun regio interesse tonen, terwijl een grote club vaak zijn supporters als klanten in een warenhuis behandelt.

  6. Pingback: Foreign Fans: Geert & Tottenham Hotspur | Doing the 116 Blog

  7. Pingback: Ferdi & Aston Villa | Doing the 116 Blog

  8. Aanschrijven deed ik vroeger ook. Gewoon vanwege de naam, Clubs als Brighton & Hove Albion, Blackpool en Preston North End. Door de reactie krijg je tot sympathie voor een club. Kijk toch elk weekend ff wat die clubs hebben gedaan,

    Vorig jaar nog een tweetal uren met een Charlton-fan in een Irish Pub in Düsseldorf gesproken., Mooi om je bezorgdheden over je clubs met elkaar uit te wisselen. Ga je zo’n club toch weer met andere ogen bekijken.

    • Vroeger meer nog dan nu (7x verhuizen in 8 jaar tijd betekent dat je een beetje selectief met verzamelen moet zijn of je sleurt teveel bagage mee) verzamelde ik vanalles. Inkomtickets, programmaboekjes, de standaard dingen… maar ik was ook bezig met obscure dingen zoals programmaboekjes van het liefhebbersvoetbal in België (dus echt cafeploegen, “Sunday league” zoals ze in Engeland zouden zeggen). Geweldige namen hadden die clubs: King’s FC Erotica, Boer Janssens FC, Rode Roos, Elitaire Egotrappers, JuGentus FC, Hoop & Vreugd, FC Canada, Ettekijs Champion, La Ruelle, Rebellen Vossenhoek, … Geweldig. En dan was ik zo blij als een kind als zo een amateur-FA me een boekje stuurde met de clubadressen. In feite is dat gek dat je als volwassen persoon een gat in de lucht springt omdat je een souvenirtje krijgt over clubs waar de doorsnee persoon nooit van gehoord heeft. Nu ja, elk zijn hobby, ik snap niet wat postzegel verzamelaars zo boeit maar als zij het graag doen is het hen van harte gegund. De ene verzamelt postzegels of lege bierflesjes (ik ontmoette ooit iemand die van elk bestaand biermerk een leeg flesje wou hebben… good luck maar ik vrees dat die man nooit elk biermerk ter wereld in kaart gaat krijgen), de ander springt een gat in de lucht als hij een brief krijgt van een voetbalclub. Zolang we er plezier in hebben🙂

      Ik heb wel de indruk dat grote clubs vaak minder happig zijn om dingen op te sturen dan kleine clubs. Ik was enorm blij met een brief uit Groenland waarin de adressen van alle Groenlandse clubs stonden. Geweldig. Maar ik kan me voorstellen dat bv de Italiaanse of Spaanse FA zoiets niet snel gaat doen en al verzoekjes genoeg krijgt om een simpele verzamelaar te willen helpen. Ik kan me voorstellen dat pakweg Dover FC sneller op reacties zal reageren dan pakweg Chelsea. Kleinere clubs vinden het vaak een eer als iemand ver weg interesse toont in hun club, en gaan dan met plezier iets sturen. Ook bij het groundhoppen merk ik dat. (tenzij je de dure stadiontour doet) moet je bij een Barcelona of Man United niet gaan aankloppen op een non-match day met het verzoek enkele foto’s van het stadion te mogen maken voor de collectie. Laatst was ik bij een kleine amateurclub, 5e niveau, ze deden net de poorten op slot maar toen ik uitlegde dat ik van 40 km ver kwam gereisd om voetbalvelden te fotograferen voor mijn verzameling deden ze de poort meteen open en mocht ik fotograferen wat ik maar wou. Ze waren aangenaam verrast dat iemand van buiten de gemeente hun veld op foto wou hebben.

      Het leuke is ook als je zo clubs aanschrijft, je soms een totaal verkeerde indruk had die wordt weggevaagd eens je iets terugkrijgt van de club. Bij het horen van een naam als Shamrock Rovers stelde ik me een geweldige club voor, puur omdat die naam zo leuk klonk. Toen ik dan in Dublin ging wonen bleek die club een heel nare club met ergerlijke supporters. Andersom kom je ook voor positieve verrassingen te staan. Bij een naam als Cliftonville had ik een soort grauwe wijk van Belfast zonder iets van boeiends te zien in gedachten, de naam had niets dat tot de verbeelding sprak of zo. Eens terplekke bleek de buurt juist heel erg boeiend en bleek het stadion al mijn verwachtingen te overtreffen. Soms stelt een mens zich puur op de naam van een club af een soort beeld voor, eens je daar dan ooit echt komt is het extra leuk om te kijken of je verbeelding ietwat correct was of helemaal niet.

      Hoezeer ik bloggen en websitebouwen aangenaam vind, en hoezeer het eenvoudig is per email de andere kant van de planeet te mailen, maar soms heb ik wel eens melancholie naar dat pre-internet tijdperk. Neem nu een club als Crystal Palace. Die naam klinkt geweldig en ik stelde me een heel bijzonder stadion voor vol sierlijke elementen. Uiteindelijk bleek dat die naam het enige idyllische aan de club was, maar gewoon de spanning of je eerste idee ietwat klopt of niet, was mooi op zich. Nu typ je gewoon een naam in op internet en krijg je zoveel zoekresultaten dat je meteen een beeld krijgt van de club. Soms denk ik toch met heimwee terug aan die tijd toen je echt moeite moest doen om clubs op afstand te ontdekken ; de voldoening als zo een club dan echt iets terugstuurde was groter simpelweg omdat er nog geen email bestond en het niet vanzelfsprekend was om een brief uit een ander land te krijgen. Nu met emails is een Zuid Afrikaan contacteren niet meer bijzonder qua gevoel dan een persoon in een naburig dorp contacteren. In het pre-internet tijdperk zou ik enorm enthousiast worden als een brief uit Zuid Afrika in de bus ligt. Het internet heeft deuren geopend maar ergens toch een beetje romantiek weggenomen.

  9. PS: vaak hadden die clubs met een rare naam een logische verklaring voor die naam. Ook dat was vroeger leuker want toen moest je echt gaan rondbellen en rondschrijven om zoiets te weten te komen, nu stuur je een emailtje en that’s it. Rode Roos was zo genoemd omdat quasi alle spelers lid waren van de socialistische partij die een rode roos als symbool had toen, Boer Janssens FC was genoemd naar een lokale landbouwer die als eerste de club sponsorde, King’s Erotica was een uit de hand gelopen studentenmop, Ettekijs Champion is een verbrusseling van een lokaal kaasmerk (spreek uit in Brussels dialect en kaas wordt “keis”), FC Negenmanneke bleef gewoon uit een wijk Negenmanneke te komen en niet zo genoemd omdat ze 2 spelers te kort kwamen, De Haerne Club (een club voor doven en slechthorenden) bleek genoemd te zijn naar een man die met dove kinderen werkte of zo, … Vroeger moest je behoorlijk gaan rondbellen om zoiets te weten te komen, nu typ je even iets in Google en je hebt het antwoord.

    Soms heb ik echt wel wat nostalgie naar “the good old days”, al dreig ik nu als een oud mannetje over te komen (ik ben 31 dus oordeel zelf of “oud” van toepassing is🙂 al is het best gek om te herinneren hoe ik vroeger voetbaldingen verzamelde en met grote ogen naar al die buitenlandse wedstrijden op TV keek, om dan nu diezelfde clubs te bekijken en te zien dat 80 procent van de spelers jonger is dan ikzelf… Best gek als je je tienerjaren en je eerste stadionbezoekjes als kind herinnert. Het moment dat de clubs die je kent plots met spelers spelen die 10 jaar jonger dan jezelf zijn, dat van de spelers waarmee je opgroeide 95 procent al lang gestopt is met voetballen, … dan besef je effectief dat de tijd snel voorbijvliegt. Van de spelers die ik als tiener wekelijks in Match of the Day zag, lijken enkel Brad Friedel en Ryan Giggs nog actief te zijn. Sommige spelers die ik elke week op het veld zag zijn intussen al meer dan een decennium als trainer of manager actief)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s