Marsh v Bowles: Stan Bowles

Na vijftien jaar is QPR weer terug op het hoogste niveau. Ondanks eikels in het bestuur (Flavio Briatore en Bernie Ecclestone), vind ik dat mooi. Ik heb altijd wel een zwak voor die club gehad, door de mooie shirts en dat heerlijke stadion. Afgelopen seizoen werden ze kampioen met Adel Taarabt als absolute smaakmaker. Een aanvallende speler en een echt enfant terrible. Dat kennen ze wel daar bij QPR, want Taarabt heeft twee legendarische voorgangers: Rodney Marsh en Stan Bowles. Beide zijn, met grote voorsprong, de twee beste spelers die ooit de blauwe-witte hoops hebben aangetrokken. Tijd om ze allebei eens in de schijnwerpers te zetten. Ditmaal de opvolger van Marsh bij QPR: Stan Bowles.

Door het vertrek van Marsh in maart 1972 naar Manchester City zat QPR met een probleem. Ze hadden namelijk geen creatieve middenvelder meer. Het duurde even voordat manager Gordon Jao de oplossing had gevonden, want hij wilde perse een speler met dezelfde soort flair als Marsh. Hij vond er eentje die je zou kunnen omschrijven als “Marsh 2.0” in de persoon van Stan Bowles. Bowles, toevallig een jeugdproduct van Man City, was toen al 23 jaar en had een carrière vol problemen achter de rug. Bowles was na drie jaar weggestuurd bij Manchester City, vanwege zijn gedrag en een reeks incidenten. Via kleinere clubs als Bury en Crewe Alexandra, kwam hij in 1971 bij Carlisle United terecht. Daar was hij briljant en dat was genoeg reden voor QPR om hem in oktober 1972 aan te trekken als opvolger van Rodney Marsh.

Dat Bowles niet was doorgebroken bij Man City, was eigenlijk niet zo vreemd. Die club was een echte topclub in die jaren. Bowles was een gigantisch talent, maar ook een aparte vogel. Op z’n vijftiende tekende hij bij The Citizens, maar hij vond zeven pond per week te weinig. Daarom werd hij ‘runner’ van de beruchte “Quality Street Gang” in Manchester. Deze bende had de gokhandel in de stad stevig in handen, beroofde daarnaast met enige regelmaat winkels en als iemand lastig was, werd die opgeruimd. Niet echt frissen jongens dus. Bowles verdiende goud geld bij de bende, maar gaf het weer net zo makkelijk uit aan drank en gokken. Aan dat laatste was hij echt verslaafd, nadat hij bij zijn eerste gok flink wat geld had verdiend. Uiteindelijk ging al zijn geld weer op aan het gokken. Zijn trainers bij City, Mercer en Allison, waarschuwden hem keer op keer, maar Bowles wilde niet luisteren.

Uiteindelijk besloten ze om Bowles eerste te verhuren aan Bury, maar nadat hij zich daar ook weer misdroeg, werd hij verkocht. Hij was pas 21, maar zijn carrière leek over. Maar bij Crewe Alexandra kwam hij er toch nog doorheen. Doordat hij weg was uit zijn vertrouwde omgeving met foute vrienden, kon hij zich bij Crewe meer op het voetbal richten. Er werd daar nog echt hoofball gespeeld. Crewe was een van de kleinere clubs uit de Fourth Division (tegenwoordig League Two), maar met Bowles erbij ging het best goed. Het enfant terrible scoorde achttien goals en gaf enorm veel assists. Crewe werd vijftiende en scoorde maar liefst 75 goals. Slechts vier clubs hadden er meer gemaakt. Bowles kon meteen naar allerlei clubs en koos uiteindelijk voor Carlisle United uit de Second Division. Bowles was blij dat hij weg kon uit Crewe, want de stad was volgens hem een ‘shithole’ waar niets te beleven was. Hij verveelde zich er te pletter.

Crewe Alexandra werd overigens na het vertrek van Bowles meteen 24ste en laatste in de Fourth Division. Ze konden het verlies van hun vedette niet opvangen. Carlisle profiteerde wel volop van Bowles. Het swingde in het uiterste noordwesten van Engeland en Bowles was een attractie op zich. The Cumbrians werden tiende, maar ze scoorden meer goals dan de twee promovendi Norwich en Birmingham City. Dit allemaal dankzij een ongrijpbare Bowles die verdedigingen uiteen reet, als hij er zin in had. Bowles zelf vond Carlisle als stad verschrikkelijk. Hij verveelde zich in Crewe al stierlijk, maar Carlisle was nog erger volgens hem. Volgens hem waren er alleen maar schapen en voor de rest niets. Ook het weer stond hem niet aan. In de winter viel er zoveel sneeuw dat hij het idee had in de Alpen te wonen. Nee, ook hier wilde hij weer snel vertrekken.

Bowles hikte tegen het Engelse elftal aan, dus was de verwachting dat een club uit de First Division hem zou oppikken. De combinatie van Carlisle, dat veel geld vroeg, en de reputatie van Bowles zorgde ervoor dat veel clubs de vinger op de knip hielden. QPR durfde het wel aan. Marsh was een half jaar weg en onvervangbaar gebleken. Niemand durfde ook het shirt met nummer 10 aan te trekken, vanwege de druk die daar op lag. Bowles had daar schijt aan. £112.000 werd er neergelegd voor hem en op de vraag van een journalist of hij niet bang was voor vergelijkingen met Bowles, gaf Bowles het antwoord dat hij Marsh niet eens kende. De toon was meteen gezet en veel QPR-fans hadden toch wel hun bedenkingen bij deze man met zijn bravoure. Bowles zelf genoot van de aandacht en het feit dat hij in Londen kon gaan wonen.

Als je zo’n grote bek hebt als Bowles, moet je die natuurlijk ook waarmaken. Bowles deed dat en als nummer twee promoveerde QPR naar de hoogste divisie. Het meest opvallende was de allerlaatste wedstrijd van het seizoen. QPR moest op een woensdag naar Sunderland, terwijl de rest van de competitie al klaar was. Dit omdat Sunderland die zaterdag ervoor de finale van de FA Cup had gespeeld én gewonnen van Leeds. Nog altijd een van de grootste ‘cup shocks’ ooit, mede dankzij een fenomenale Jim Montgomery in doel. Bowles vond Sunderland maar niets en gaf dat ook aan in de pers, voorafgaand aan de wedstrijd. Bij Sunderland waren ze zo trots op de FA Cup, dat hij op een tafeltje werd gezet om aan de fans te presenteren. Bowles zag dat en schoot expres de bal richting het tafeltje, precies op de cup, die op de grond viel. De toon was gezet voor de rest van de middag.

De spelers van QPR, en Bowles in het bijzonder, werden uitgefloten en uitgescholden. Een beroepsprovocateur als Bowles genoot met volle teugen. Hij besloot er een vernedering van te maken. Hij dolde verdedigers en was enorm aan het zuigen, door continue aan de Sunderland-spelers te vragen hoe zij toch in godsnaam Leeds hadden kunnen verslaan. De spelers van Sunderland hadden op een gegeven moment alleen maar oog voor de benen van Bowles en Sunderland-speler Mick Horswill mocht met rood indrukken, na een harde tackle. Bowles had op dat moment al een goal gemaakt en een assist gegeven. Zijn ultieme moment kwam toen hij Wembley-held Montgomery uitspeelde, op de doellijn ging staan wachten tot die weer overeind was gekrabbeld om daarna de bal in het doel te schieten.

Er kwamen fans het veld op die Bowles in elkaar wilden slaan, maar die kans kregen ze niet. Een enorme politiemacht zorgde ervoor dat QPR veilig naar de bus en het hotel kon en zelfs daar moesten ze continue bewaakt worden, omdat woedende Sunderland-fans Bowles wilden aanvliegen. Nadien heeft Bowles nooit meer een uitwedstrijd tegen The Black Cats gespeeld. Hij gaf later toe dat hij net deed of hij blessures had als die pot op het programma stond. Tussen Bowles en Sunderland zou het nooit meer goed. In 2009 nog zei Bowles, die ondertussen analist is bij Sky Sports, dat hij hoopte dat Sunderland zou degraderen. Bij QPR groeide echter zijn status door dit soort rare fratsen. Dat Bowles nogal veel op stap ging en zo’n zestig sigaretten per dag rookte, werd hem vergeven. Ook zijn fotoshoot met een topless model was geen probleem. Zolang hij maar goed bleef spelen, dan vonden ze alles wel best van hem.

In 1973/1974 mocht QPR dus voor de tweede maal in haar geschiedenis op het hoogste niveau spelen. Waar het de keer ervoor een fiasco werd, ging het nu een stuk beter. QPR had natuurlijk Bowles, maar daarnaast ook nog toppers als Terry Venables en Gerry Francis. Mede dankzij dit trio, werd QPR achtste in dat eerste seizoen. Slechts het Ipswich van Bobby Robson en kampioen Leeds scoorden meer doelpunten dan Bowles en zijn maten. Er volgde een elfde plek in 1974/1975, maar het jaar erop zou QPR vriend en vijand verbazen. Alles leek dat jaar samen te vallen en het scheelde maar een haartje of QPR was kampioen geworden. Van de laatste vijftien wedstrijden won QPR er dertien, maar uiteindelijk bleek Liverpool net één puntje over te houden. Bowles was ongrijpbaar dat jaar en kreeg zelfs een uitnodiging voor het Engelse elftal. Topclubs wilden hem hebben, maar Bowles vond het wel lekker zo bij QPR en bleef.

Wat niet bleef, was het momentum. QPR werd het jaar erop elfde, daarna negentiende en in 1978/1979 degradeerde de club ineens. Na de degradatie vertrok Bowles bij QPR, niet omdat hij dat zelf wilde, maar omdat hij en de nieuwe manager Tommy Docherty elkaar niet lagen. Docherty had tegen Bowles gezegd dat hij hem kon vertrouwen, waarop Bowles zei dat hij nog eerder zijn kippen aan Kolonel Harland Sanders (oprichter van KFC) zou vertrouwen, dan Docherty op zijn woord. Bowles mocht vertrekken en ging naar Nottingham Forest, dat net de landstitel en de Europa Cup I had gewonnen. Clough en Bowles lagen elkaar helemaal niet en toen Clough Bowles geen toestemming gaf om in een testimonial te spelen, zei Bowles dat hij dan ook geen zin had in de Europa Cup I finale van later die week. Forest won die, maar dus zonder Bowles. Die stond ondertussen op de transferlijst en Leyton Orient kocht hem voor £100.000. Een verrassende transfer, want Bowles was pas 32 en Leyton was niet echt een hoogvlieger.

Het werd niet echt een succes, maar toch liet Bowles zo nu en dan weer zijn klasse zien. Leyton eindigde uiteindelijk als zeventiende in de Second Division, maar Bowles hield het voor gezien. Hij vertrok weer naar West-Londen. Niet naar zijn grote liefde QPR, maar naar rivaal Brentford. Die speelden in de Third Division en Bowles hoopte daar wat te kunnen afbouwen. Zijn conditie werd steeds minder door het vele roken en drinken. Ondertussen gokte hij er lustig op los. Na drie jaar, Bowles was 36, hield hij het voor gezien. Tegenwoordig begeleidt hij gasten bij QPR, doet wat analyses voor Sky Sports en is een after diner speaker. Bowles werd in 2000 uitgeroepen tot QPR-speler van de eeuw. Toch is het vreemd dat Bowles slechts tot vijf interlands kwam. Puur omdat hij het voetbal niet zo serieus nam. Wat dat betreft is er wel een gelijkenis met René van der Gijp te trekken, hoewel die wel gewoon welkom is in Sunderland.

Een Reactie op “Marsh v Bowles: Stan Bowles

  1. Pingback: Video of the Week: Dave Clement 02/02/1948 – 31/03/1982 | Doing the 116 Blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s