Marsh v Bowles: Rodney Marsh

Na vijftien jaar is QPR weer terug op het hoogste niveau. Ondanks de eikels in het bestuur (Flavio Briatore en Bernie Ecclestone), vind ik dat mooi. Ik heb altijd wel een zwak voor de club gehad, door die mooie shirts en dat heerlijke stadion. Afgelopen seizoen werden ze kampioen met Adel Taarabt als de absolute smaakmaker. Een aanvallende speler en een echt enfant terrible. Dat kennen ze wel daar bij QPR, want Taarabt heeft twee legendarische voorgangers: Rodney Marsh en Stan Bowles. Beide zijn, met grote voorsprong, de twee beste spelers die ooit de blauwe-witte hoops hebben aangetrokken. Tijd om ze allebei eens in de schijnwerpers te zetten. Te beginnen met Rodney Marsh.

 Rodney Marsh kwam op 11 oktober in 1944 ter wereld. De wereld stond nog in brand, maar langzaamaan was duidelijk dat Adolf en zijn cornuiten aan het kortste eind zouden trekken. Pa Marsh had in de oorlog op zee gevochten op de HMS Rodney. Toen bleek dat zijn vrouw een zoon had gebaard, was een naam verzinnen ook niet lastig. Dat werd Rodney. Het gezin Marsh woonde in Hatfield in Hertfordshire, zo tussen Barnet en Luton in. Al snel was duidelijk dat Rodney een meer dan gemiddeld voetbaltalent had en de clubs stonden voor hem in de rij. Het leek voor de hand te liggen dat een Noord-Londense club hem zou oppikken, maar uiteindelijk werd het West Ham.

Na een jaartje West Ham vertrok bij al naar Fulham, waar hij op 18-jarige leeftijd debuteerde. Marsh was een typische 9,5. Geen echte spits, maar ook geen echte middenvelder. Daardoor had hij veel vrijheid om te doen en te laten wat hij wilde, want meeverdedigen deed hij niet aan. Toch wilde hij maar niet doorbreken bij Fulham. Hij had veel last van blessures en in 1963 raakte hij na een kopbal zelfs zijn gehoor kwijt aan een oor. Het kwam ook nooit meer terug. In drie seizoenen Fulham speelde hij 63 wedstrijden en scoorde hij 22 goals. Allemaal in de hoogste divisie, waar Fulham destijds meubilair  was. Toch wilde Marsh meer en in maart 1966 tekende hij bij QPR, dat op dat moment in de Third Division (nu League One) speelde.

Marsh was op dat moment 21 en niemand begreep de stap. Hij werd gezien als een groot talent, alleen moest hij nog wat geduld opbrengen en dan zou het allemaal wel goed komen. Nog vreemder vond men dat Marsh ineens twee divisies naar beneden ging. In de Second Division waren ook wat ploegen in hem geïnteresseerd, maar Marsh wilde graag naar QPR. De manager daar had grote plannen met hem en dat sprak Marsh wel aan. Marsh speelde geweldig in de resterende maanden en QPR eindigde op de derde plek. Het jaar erop was hij helemaal los. In 53 wedstrijden maakte hij 44 goals. Dat niet alleen, want hij werd ook nog een opgeroepen voor het Engelse elftal, dat het jaar ervoor wereldkampioen was geworden. Marsh was een sensatie. Hij kon werkelijk alles met een bal.

QPR werd dat seizoen afgetekend kampioen met twaalf punten voorsprong op nummer twee Middlesbrough en maar liefst 103 gescoorde goals. Maar dat was niet alles, want QPR won ook de eerste hoofdprijs in haar geschiedenis: de League Cup. Het was het eerste jaar dat de League Cup niet over twee wedstrijden werd gespeeld, maar op Wembley. Meteen nam het belang voor de beker daardoor toe. Liefst 97952 man kwamen op de finale tussen QPR en West Bromwich Albion af. WBA was in die jaren geen jojo-team, maar een vaste waarde op het hoogste niveau. Zou ik een vergelijking met nu moeten trekken, dan was het een finale tussen Brighton en Everton. WBA had met Jeff Astle een absolute topspeler in huis en ondanks het goede spel van QPR in de Third Division, was West Brom de grote favoriet in de finale van 1967.

Voor QPR was het de eerste keer op Wembley, terwijl WBA al flink wat finales in de benen had. In 1966 hadden de League Cup gewonnen en in 1968 zouden The Baggies ook de FA Cup winnen, maar deze dag was voor QPR. Er leek geen vuiltje aan de lucht voor West Brom, want dankzij twee goals van Clive Clark was het 0-2 bij rust. De spelers van QPR leken wat geïntimideerd doordat ze op Wembley tegen zo’n grote club speelden. Alleen Marsh had overal schijt aan. Hij speelde na de rust de beste helft uit zijn carrière en trok zijn teamgenoten mee. Zelf scoorde hij op een fantastische manier de 2-2. Hij dolde zowat het hele team van WBA, ondertussen tackles ontwijkend, om de bal uiteindelijk via de paal in het doel te leggen. Op dat moment was West Brom eigenlijk al verslagen. Mark Lazurus voltrok uiteindelijk het vonnis door in de 81ste minuut de 3-2 te maken. QPR had de League Cup.

Het jaar erop deed QPR het opnieuw geweldig. Aan de hand van een nu werkelijk ongrijpbare Marsh, werd de tweede plaats gepakt en daarmee promotie naar de hoogste divisie afgedwongen. Voor het eerst in haar geschiedenis zou QPR daar spelen, want tot op dat moment was het een liftploeg tussen de tweede en derde divisie geweest. Het beste nieuws voor QPR was dat Marsh bleef, ondanks dat er veel clubs aan hem trokken. Het beviel Marsh namelijk wel in Londen, waar hij vrouwen, auto’s en geld bij de vleet had. Daarnaast was hij de absolute vedette van QPR en kon hij doen en laten wat hij wilde. Zijn jaar op het hoogste niveau was echter een grote teleurstelling. Marsh raakte in de voorbereiding geblesseerd en kon pas eind november weer meedoen. Op dat moment was QPR eigenlijk al gedegradeerd zo goed als zeker gedegradeerd. Met slechts 18 punten vlogen ze weer keihard uit de hoogste divisie.

Daarna volgden er drie seizoenen in de Second Division. QPR was daarin een echte subtopper. Ze draaiden goed mee, maar deden nooit echt mee om promotie (alleen de top twee promoveerde in die jaren). Marsh was weer een echte attractie. Hij haalde allerlei trucs uit en scoorde ook nog een regelmatig. Veel mensen kochten speciaal voor hem een kaartje, want je wist dat er iets ging gebeuren als hij aan de bal kwam. Op die momenten rolde het “Rod-nee, Rod-nee” van de tribunes af. Hoogtepunt was een pot tegen Blackpool in eigen huis. Rodney Marsh maakte een hattrick, zoals alleen Bergkamp ze ook kon maken; met drie wereldgoals. De eerste was een solo vanaf de middellijn, waarna hij vanaf de zestienmeter de bal om de keeper heen krulde. De tweede een vrije trap in de kruising en de derde kwam nadat hij een bal in de zestienmeter kreeg en daarna vier verdedigers en daarna de keeper uitkapte om uiteindelijk te scoren.

Van die hattrick zijn geen beelden, maar wel van zijn drie goals tegen Birmingham City. Daar is vooral de derde echt genieten. Al die acties leverden hem weer een uitverkiezing op voor het Engelse elftal op. Ondanks zijn eigenzinnige gedrag, zag Alf Ramsey wel een toegevoegde waarde in hem. Dat zag ook Manchester City. Die club stond in maart 1972 vier punten voor op de rest en manager Malcolm Allison zag in Marsh het ontbrekende puzzelstukje om die titel binnen te halen. Maar liefst £200.000 legde hij neer voor Marsh, op dat moment een Engels record en dat nog wel voor een speler uit de tweede divisie. Met pijn in het hart nam Marsh afscheid van QPR, de club die de zijne was geworden in die jaren. Achteraf gezien was het een vreemde aankoop van “Big Mal”, want de individualist Marsh paste totaal niet in het collectief van City. Doordat hij de bal graag bij zich hield, vertraagde Marsh het spel heel erg. Het liep totaal niet en City miste de titel.

Uiteindelijk werd Man City vierde (op slechts één puntje van kampioen Derby County). Marsh trok het boetekleed aan en vertelde dat zijn speelstijl de reden was geweest dat City de titel had misgelopen. Joe Mercer, de voorganger van Allison, gaf na afloop van het seizoen nog een sneer aan zijn opvolger door te zeggen dat £200.000 wel erg veel geld was geweest om de titel te verspelen. De jaren erop werd Man City elfde, veertiende en achtste. Zijn avontuur in Manchester was geen succes geworden, maar toch had hij door zijn speelstijl wel veel bewonderaars. Kijk maar eens naar de hoes van “Definitely Maybe” van Oasis. Daar zie je een fotolijst staan met Rodney Marsh in een shirt van City. Dit natuurlijk omdat de Gallacher broertjes grote City-fans zijn en Marsh was ondanks alles wel een held in Manchester.

Na zijn tijd bij City vertrok naar Cork Hibernian in Ierland en daarna naar de VS om voor de Tampa Bay Rowdies te spelen. Toen het Amerikaanse seizoen over was, vertrok Marsh voor de laatste keer naar Engeland om voor zijn eerste club Fulham te spelen. Die hadden ook George Best en Bobby Moore aangetrokken. Veel neutrale voetballiefhebbers kwamen naar Craven Cottage om die drie spelers te zien spelen. Sportief was het geen succes en Marsh ging weer naar de VS om weer voor de Rowdies te spelen. In 1979 stopte hij op 35-jarige leeftijd definitief met voetballen en werd hij trainer bij verschillende Amerikaanse clubs. In het seizoen 1986-1987 ging hij nog één seizoen spelen voor de Rowdies, in het zaalvoetbalteam van die club. Hij was het nog altijd niet verleerd en was de grote vedette van het team. Daarna was het tijd om definitief de schoenen aan de wilgen te hangen.

Marsh maakte nog een derde carrièremove en werd voetbalanalist en eentje met een wel heel erg uitgesproken mening. Zo maakte hij in 1999 de promotie van Bradford City belachelijk en zei dat ze niets te zoeken hadden in de PL. Het zag er ook naar uit dat The Bantams meteen gingen degraderen en Marsh reageerde op de kritiek van Bradford-fans dat hij zijn haar op de middenstip van Valley Parade zou laten afscheren als Bradford er toch in zou blijven. Door een overwinning op de laatste speeldag tegen Liverpool haalde Bradford het net. Marsh hield zijn woord en zijn haar werd afgeschoren. Ook als pundit was Marsh heel controversieel en hij werd in 2005 ontslagen bij Sky Sports, nadat hij een grap maakte over de Tsunami. Na deelname aan het in de UK populaire realityprogramma “I’m a Celebrity, Get Me Out of Here!” werd hij weer geaccepteerd en daardoor is hij nog altijd regelmatig op tv te zien.

2 Reacties op “Marsh v Bowles: Rodney Marsh

  1. Ik ben ook wel sympathisant van QPR, maar dan vooral vanwege de naam. Queens Park Rangers, dat heeft iets van uitstraling. Om dezelfde reden zou ik Crystal Palace nog eens op het hoogste niveau willen zien, zo een naam alleen is reden genoeg voor een stukje merchandising te kopen.

  2. Pingback: Video of the Week: Dave Clement 02/02/1948 – 31/03/1982 | Doing the 116 Blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s