The South Wales derby #3: Swansea City

Opgericht: 1912

Stadion: Liberty Stadium (20.532)

Stad: Swansea (228.100)

Competitie: Championship

Palmares: FA Cup semi-finalist (1926, 1964), Third Division/League One (1925, 1949, 2008), Fourth Division/League Two (2000), Football League Trophy (1994, 2006), Welsh Cup (1913, 1932, 1950, 1961, 1966, 1981, 1982, 1983, 1989, 1991)

Bijnaam: The Swans, The Jacks

Scheldnaam: Jack Bastards

De club

Swansea en voetbal was een combinatie die lange tijd een onbestaande was. Swansea was, in vergelijking met Cardiff, nog meer een echte rugbystad. Pas in 1912 lukte het enkele voetballiefhebbers om een club op te richten: Swansea Town. Evenals Cardiff City en veel andere clubs uit Zuid-Wales begon Swansea Town in de Southern League. De allereerste pot daarin – en dus tevens de eerste officiële wedstrijd van de club – was uitgerekend tegen Cardiff City. In Swansea werd het 1-1. Het was het begin van een geweldig seizoen, waarin de club als totale outsider de Welsh Cup won. De start van de club was dus was erg bemoedigend en mede daardoor omarmde de stad de club meteen.

Twee seizoenen erop werd het nog mooier voor The Jacks en dat had vooral te maken met de FA Cup. In de eerste ronde rolde Blackburn Rovers namelijk uit de koker. De Rovers waren op dat moment kampioen van Engeland en daarmee ook een van de belangrijkste kandidaten om de beker te winnen. Maar liefst 16000 mensen kwamen richting The Vetch, een ongekend aantal voor een rugbystad als Swansea. Blackburn nam maar liefst vier Engelse en een Schotse international mee. Toch was de club uit Lancashire er niet helemaal gerust op, want het bestuur van de Rovers had Swansea een som geld aangeboden om de wedstrijd in Blackburn te spelen. De angst was terecht, want dankzij een doelpunt van Bob Benyon won Swansea Town met 1-0.

Nog altijd staat deze wedstrijd in het lijstje van grootste stunts in de FA Cup. Het was ook de eerste keer dat een club uit Wales een grote Engelse club versloeg. De volgende ronde slaagde Swansea Town daar bijna weer in, maar het werd 1-1 in Newcastle. In eigen huis was de drievoudige landskampioen met 0-2 te sterk, maar opnieuw had Swansea Town naam gemaakt. De Football League wilde in 1920 uitbreiden en er werd besloten om ook een Third Division te beginnen. Daar gaf Swansea Town zich voor op en samen met twee andere clubs uit Zuid-Wales (Newport County en Merthyr Town) werden ze toegelaten. Wales was ineens flink vertegenwoordig in het Engelse profvoetbal.

Niet alleen voor Cardiff City waren de jaren 20 gouden jaren, ook Swansea Town deed het goed. In 1925 werd de Third Division gewonnen, om daarna een divisie hoger meteen goed mee te draaien. Niet alleen werd de club daar meteen vijfde, maar ook in de FA Cup deed Swansea het dat seizoen heel goed. Exeter, Watford, Blackpool, Millwall en Arsenal werden opzij gezet. Ineens vonden de Welshmen zich terug in de halve finale. Daarin bleek Bolton te sterk, waardoor er niet drie jaar op rij een Welshe club in de finale stond. Dat Bolton de FA Cup ook won, was een kleine pleister op de wonde.

Swansea Town werd ondertussen een stuk meubilair in de Second Division. Van 1925 tot en met 1965 zou de club (met uitzondering van twee jaartjes derde divisie) op dat niveau spelen. Opvallend is dat de club in al die jaren niet eens heeft mogen ruiken aan promotie naar het hoogste niveau. Altijd was er weer een plek in de grijze middenmoot. Het hoogtepunt in de jaren was opnieuw een mooie cuprun. In 1963/1964 ging het lekker en in de kwartfinale Liverpool was Liverpool de tegenstander op Anfield. Liverpool zou dat jaar haar eerste titel halen onder Bill Shankly. De FA Cup was echter een brug te ver, want The Swans wonnen met 1-2 om in de halve finale over Preston North End te struikelen.

Daarna ging het snel bergafwaarts met Swansea. In 1965 degradeerde de club naar de Third Division en twee jaar later zelfs voor het eerst naar de Fourth Division. Weer twee jaar later besloot de club om haar naam te verandering in Swansea City, omdat Swansea stadsrechten had gekregen. Het bleven echter barre tijden. Dieptepunt was 1975, toen Swansea mee moest doen aan de vernederende elections. Samen met drie andere leagueclubs, moesten ze het opnemen tegen ambitieuze non-leagueclubs als Wimbledon, Yeovil Town en Wigan Athletic. Gelukkig voor Swansea werden meestal de leagueclubs herkozen, zo ook nu.

De Europese avonturen van de club waren, in tegenstelling tot bij Cardiff, nooit zo succesvol. The Swans speelden ook niet zo vaak Europees, doordat ze maar weinig succes hadden in de Welsh Cup. Zeven maal deed Swansea mee in Europa en alleen in 1982/1983 kwamen ze voorbij de eerste ronde. Meestal was een tegenstander uit het Oostblok het struikelblok, in plaats van een grote club (Panathinaikos was de grootste naam die naar Swansea kwam). Er zijn dan ook geen heroïsche verhalen over Swansea in Europa, iets dat zelfs een kleine club als Merthyr Tydfil wel heeft, dankzij de bijna-stunt tegen Atalanta Bergamo.

Geen successen dus in Europa, maar in de competitie zou alles veranderen met de aanstelling van John Toshack als manager in 1978. Het was een gewaagde aanstelling, want Toshack – geboren en getogen in Cardiff en een van de beste spelers die The Bluebirds voortbrachten – was niet al te populair in Swansea. Dat zou snel veranderen, want Toshack had veel geleerd van Shankly en Paisley tijdens zijn tijd in Liverpool, waar hij met Kevin Keegan een dodelijk duo vormde. In zijn eerste (halve) seizoen werd Swansea meteen derde en dat betekende promotie naar de Third Division. Ook daar werden The Swans derde, dus binnen twee jaar gingen ze van vier naar twee. Toshack werd onmiddellijk heilig verklaard door de fans van Swansea.

Na een twaalfde plek in het eerste jaar, werd Swansea het jaar erop weer derde. Voor het eerst zou Swansea vertegenwoordigd zijn op het hoogste niveau. Het eerste seizoen daar was net een droom; de eerste wedstrijd werd Leeds United met 5-1 opzij gezet en in eigen huis werden alle topclubs van destijds (Arsenal, Liverpool, Manchester United en Tottenham) verslagen. Toen Swansea op 20 maart met 0-1 won in Wolverhampton, vonden The Swans zich ineens terug op de eerste plek. Zou Swansea de eerste kampioen uit Wales worden? Helaas niet. Het blessurespook kwam om de hoek kijken en dat gecombineerd met een enorme druk, zorgde ervoor dat Swansea vijf van de laatste zes potjes verloor en uiteindelijk zesde werd.

“What comes up, must go down.”, en dat gold zeker voor Swansea City. De negatieve spiraal van het eind van het seizoen werd in 1983 doorgetrokken en The Swans degradeerden iets meer dan een jaar nadat ze bovenaan hadden gestaan uit de First Division. Het jaar erop ontsloeg het bestuur van Swansea manager Toshack, een onbegrijpelijk zet. Toshack zou later Real Sociedad en Real Madrid gaan coachen, terwijl Swansea zowel in 1984 als 1986 degradeerde. In negen jaar tijd waren ze van vier naar een gegaan en weer terug. Erg knap. Helaas voor de club was het daarna over met wisselen van divisie en werden ze een vaste bewoner van de kelderdivisie. In 2003 vloog de club zelfs bijna richting Conference, een doodstrijd die Tom Egbers goed in beeld bracht.

Sindsdien is het alleen maar beter gegaan met de club. In 2005 werd het afscheid van The Vetch gevierd met promotie naar League One, waar ze in 2008 kampioen werden. De afgelopen twee jaren werd de club 8ste en 7de in The Championship en dit jaar doen ze het opnieuw erg goed. Dit alles met veel Nederlandse spelers die dankzij Hagenees John van Zweden zijn gehaald. Het belooft nog een heel mooie strijd te worden voor promotie, die natuurlijk extra saillant is, omdat Cardiff City er in meespeelt. Waar het voetbal vijftien jaar geleden over en out leek in Zuid-Wales, ziet alles er nu heel positief uit. Maar wie wordt de eerste Welshe club in de Premier League?

De stad

Swansea (oftwel Abertawe in het Welsh) was de eerste stad in de UK waarin ik zag hoe het land echt was. Ik was tot dan toe alleen in Londen geweest en had in Portsmouth weinig van de binnenstad gezien. Swansea City was de derde club die ik bezocht en vooraf gingen we even de stad in. Wat ik daar zag, verbaasde me. Ik zag in november meisjes in piepkorte rokjes lopen, terwijl ze laarzen van roze bont aan hadden. Verder zag ik een echt verpauperde buurt, zoals ik ze in Nederland nog niet gezien had. Tel daarbij op dat het wat miezerde en ik genoot met volle teugen. The Vetch lag ook zowat naast een gevangenis en in de verte zag je de zee. Sindsdien ben ik een klein beetje verliefd op Swansea.

De stad zelf heeft haar bestaan te danken aan de Vikingen, die er in de 9de eeuw kwamen plunderen. Swansea werd gesticht als een nederzetting met de naam Sveinsey, wat zoveel betekent als Sven’s Eiland. De Welshmen zelf noemen de stad overigens Abertawe, genoemd naar de rivier Tawe die door de stad stroomt. Na de Vikingen kwamen de Normandiërs en net zoals in Cardiff, werd er in Swansea een kasteel gebouwd. De naam Swansea Castle wijst op weinig creativiteit bij de bedenkers van de naam. In tegenstelling tot Cardiff Castle is het kasteel in Swansea niet meer dan een ruïne tegenwoordig. Er zijn zelfs stukken van gesloopt om plaats te maken voor een kantoor.

Net zoals Cardiff, groeide Swansea enorm tijdens de industriële revolutie. Ook Swansea ligt namelijk heel gunstig aan de zee en steenkool was er in overvloed. Daarnaast werd er koper gevonden en werd Swansea de koperhoofdstad van de wereld. De bijnaam van Swansea in die tijd – we spreken over de 18de eeuw – werd dan ook Copperopolis. Swansea groeide uit tot de grootste stad van Wales, hoewel iets later Merthyr Tydfil en in 1881 Cardiff die titel overnamen. Naast koper werd er in Swansea ook zink, arsenicum en tin verwerkt. Het was een erg ongezond omgeving en echt oud werden de mensen niet. Nog altijd zijn ze in Swansea bezig om grond uit die tijd te saneren, zoveel rotzooi zit er daar in de aarde.

Swansea had niet alleen last van het ineenstorten van de oude industrieën, maar ook van Adolf en kornuiten. Tijdens de Blitzkrieg werd het hele oude centrum van Swansea met de grond gelijk gemaakt. Vandaar dat je in Swansea weinig historische gebouwen ziet. Het is een beetje het Tilburg van Wales. Na de oorlog werd de stad langzaam opgebouwd en kreeg in 1969 stadsrechten. Swansea heeft niet echt toeristische attracties, dus als je van een authentieke Welshe stad wil genieten moet je naar Swansea gaan. Overigens heeft de bekendste dochter van Swansea – Catharina Zeta-Jones – er nog altijd een huis. Voor stalkers is dat misschien wel interessant om te bezoeken als je toch in Swansea bent.

Een Reactie op “The South Wales derby #3: Swansea City

  1. Pingback: The South Wales derby #3: Swansea City | Doing the 116 Blog |

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s