Pegasus FC: The Last of the Mohicans


‘Het voetbal vercommercialiseerd’, is een vaak gehoorde kreet. Nummers vier uit de grote landen in de Champions League, een derde uitshirt, wedstrijden achter de decoder, Nike dat bepaalt wie wij de beste voetballer van de wereld moeten vinden en meer van dit soort ongein bevestigen dat beeld. Het is echter een kreet die van alle tijden is. Net zoals de uitspraak dat het ‘met de jeugd van tegenwoordig helemaal niets is’. Luister maar eens naar het liedje “Het Dorp” van Wim Sonneveld. Daar wordt ook geklaagd dat de jeugd van toen allemaal naar ‘beatmuziek’ luistert en dit gaat dan over de jaren zestig/zeventig!

Zo was het natuurlijk ook met het voetbal. Al in de negentiende eeuw klaagden er bestuurders dat het toch schandalig was dat er voetballers waren die betaald kregen voor hun gunsten. Dat vonden ze onbegrijpelijk, terwijl ze hun eigen zakken uiteraard wel vulden. Die mensen moeten blij zijn dat ze vandaag de dag niet leven, waar gepraat wordt over transfers van honderd miljoen euro en waar spelers die 100.000 euro per week verdienen zich ondergewaardeerd voelen door de club. Deze vlerken hadden in die tijd een draai om de oren gehad van de notabelen die de clubs destijds bestuurden.

De vergoedingen waren voor WO II dan ook erg schaar voor de spelers, die vaak een baantje naast hun bestaan als voetballer hadden. Vooral in Noord-Engeland waren dit meestal erg zware banen, zoals mijnwerker, bouwvakker of fabrieksarbeider. Na WO II nam de publieke belangstelling voor voetbal enorm toe. Mensen wilden de bommen en ellende vergeten en vermaakt worden en waar kon dat beter dan in het stadion? De toeschouwersaantallen braken alle records en zijn tot op de dag van vandaag niet meer geëvenaard, ondanks de toename van de bevolking van Engeland. De spelers pikten een graantje mee en werden steeds beter vergoed, hoewel het nog steeds geen vetpot was.

De liefhebbers van het pure amateurvoetbal zagen het met lede ogen aan. Grote clubs van voor de oorlog verdwenen, waaronder het legendarische Corinthian FC. Die club was in de negentiende eeuw een van de allersterkste van de wereld was en altijd puur amateur was gebleven. Ze speelden slechts oefenwedstrijden tegen allerlei teams, omdat in de statuten van de club was opgenomen nooit deel te nemen aan competitie waar geld mee te verdienen was. Dus de FA Cup werd ook overgeslagen. Die hadden ze waarschijnlijk vaak kunnen winnen, want Corinthian FC nam het eens op tegen Blackburn Rovers op vlak nadat deze laatste club net de FA Cup had gewonnen. Corinthian FC won met maar liefst 8-1. In 1904 moest ook FA Cup winnaar Bury er met 10-3 aan geloven.

Doordat Corinthian FC slechts oefenwedstrijden speelde, was er volop tijd om naar het buitenland te gaan om partijtjes te spelen. De spelers kregen niet betaald, maar het waren bijna zonder uitzondering studenten aan gerenommeerde universiteiten. Geld zat er meestal wel genoeg in de familie, dus deze tripjes konden ze makkelijk betalen. De club maakte overal erg veel indruk en zelfs vandaag de dag zijn er nog erfenissen van de club te zien in verschillende landen. In Brazilië heb je de club Corinthians (winnaar van het WK voor clubs in 2000), die de naam aannam na een oefenwedstrijd gespeeld te hebben tegen de club. En in Spanje nam het grote Real Madrid de witte shirts over van de club, omdat de voorzitter die kleur veel klasse vond uitstralen.

Na WO I begon Corinthian FC ook deel te nemen aan de FA Cup, maar de legende brokkelde af. Het was steeds moeilijker om spelers te vinden en het feit dat de club geen eigen stadion had hielp ook niet echt mee. De meeste spelers trokken naar andere clubs en Corinthian FC werd meer het tweede team voor de meeste, waar ze zo nu en dan een wedstrijdje voor speelden. Langzaam aan begon het bij de bestuurders door te dringen dat de club ten dode was opgeschreven en er werd gezocht naar een oplossing. Die werd gevonden bij een ander oudje, de Casuals (geen gekke hooligans overigens). De beide clubs fuseerden in 1939 en tot op de dag van vandaag bestaat Corinthian-Casuals FC, dat uitkomt in de amateurcompetities van Engeland.

Het verdwijnen van de legendarische voetbalclub was Sir Harold Warris Thompson, een typische Engelsman uit de hogere klasse compleet met een ‘stiff upperlip’, een doorn in het oog. Thompson was een enorme voetballiefhebber, maar verachte profvoetbal. Hij was een belangrijke man op de Oxford University en was fanatiek betrokken bij de Oxford University AFC. Die konden echter niet op tegen de andere “amateurclubs” waar wel betaald werd. Tijdens de Varsity Match tussen de universiteiten van Cambridge en Oxford op Wembley kreeg hij een geniale ingeving. ’s Avonds werkte hij het idee meteen uit. Thompson pakte zijn met in inkt gedoopte ganzenveer en begon een brief te schrijven naar de Cambridge University. Hoppa, met rood kaarsvet werd er een zegel op gedaan en de brief kon op de post.

In Cambridge reageerden ze erg positief op het voorstel van Thompson. Dat behelsde namelijk het plan om van de beste voetballers van beide universiteiten één team te maken. Dat team kon dan meedoen aan de FA Amateur Cup, destijds een zéér prestigieuze prijs, en zou een kans maken om de beker te winnen. Ieder apart was dat niet mogelijk, maar samen zou dat geen onrealistische gedachte zijn volgens Thompson. Hij refereerde er nog aan dat het oude Corinthian FC ook met name bestond uit voetballers van de beide universiteiten en wilde in de geest van dat team spelen. Betalingen waren dus uit den boze. Bij de universiteit van Oxford lag een erg mooie grasmat, dus een locatie was ook al geregeld.

De bovenklasse in Engeland kan het erg goed met elkaar vinden en dat was destijds niet anders. De meeste kenden elkaar nog van de kostscholen en onder het genot van een cognacje en een goede sigaar werden de plannen verder uitgewerkt. De logo’s van beide universiteiten werden gemixed om een embleem te krijgen. De centaurus van Oxford en de valk van Cambridge bleken een vliegend paard op te leveren. De naam was nu ook zo verzonnen, want was Pegasus niet het vliegende paard uit de Griekse mythologie? Uiteraard wisten al de heren dat, of ze deden alsof ze het wisten, en het clubembleem en de naam werden meteen vastgelegd. Pegasus FC zou vanaf 1948 meestrijden om de FA Amateur Cup en het ware amateurvoetbal vertegenwoordigen in die beker.

In 1948-1949 ging de naam Pegasus FC voor het eerst de ballenbak in bij de loting. Men was erg benieuwd of het universiteitsvoetbal nog steeds op zo’n hoog niveau was als voor de oorlog. Pegasus liet zien dat dat nog het geval was, want pas in de kwartfinale was Bromley met 3-4 te sterk. Thompson was tevreden, maar het seizoen erop ging het een stuk minder en in 1950 werd er een echte manager aangesteld. Vic Buckingham was net gestopt na veertien seizoenen bij de Spurs en had daar laten zien over groot spelinzicht te beschikken. Thompson deed hem een aanbieding. Pegasus coachen leek hem wel wat als eerste baan en hij accepteerde het aanbod. Later zou Buckingham uitgroeien tot een topmanager. Na zijn avontuur bij Pegasus zou hij WBA bijna de dubbel schenken, met winst in de FA Cup en een tweede plek in de First Division in 1954. Bij Ajax liet hij Cruijff debuteren en ook bij Barcelona en Sevilla behaalde hij goede resultaten.

Buckingham liet Pegasus op een manier spelen die destijds nogal ongewoon was. Een soort voorloper van het “totaalvoetbal”, met veel passes en positiewisselingen. Pegasus denderde door naar de kwartfinale. Daar rolde een droomloting uit, want Pegasus mocht zich opmaken voor een uitwedstrijd tegen stadsgenoot Oxford City dat een paar kilometer verderop speelde. Heel Oxford was in rep en roer, want dit was een kraker waar ze alleen van hadden gedroomd. In de stad lag de sympathie bij Oxford City. Die club stond dichter bij de gewone man, terwijl Pegasus meer werd gezien als de chique universiteitsclub. De weken vooraf aan de wedstrijd werd het vuurtje flink aangewakkerd door de lokale kranten, waar de fans en spelers van Pegasus werden neergezet als wereldvreemde rijkeluiskindjes.

De fans van Pegasus wilden ludiek wraak nemen en dat deden ze door middel van zelfspot. Ze kwamen in toga’s naar het stadion van Oxford City en riepen in plaatsen van spreekkoren, teksten uit gedichten. Op het veld namen de spelers van Pegasus ook wraak door Oxford City helemaal weg te tikken. Na negentig minuten stond het 0-3 en Pegasus mocht naar de halve finale. Tegenstander was Hendon FC, een echte topper in het amateurvoetbal. Plaats van handeling was Highbury. Daar bleef het 1-1 na een boeiende wedstrijd, zodat een replay op Selhurst Park noodzakelijk was. Buckingham liet zijn ploeg heel aanvallend voetballen en hij werd beloond. Pegasus won met 3-2 en mocht naar Wembley. Daar wachtte echter een tegenstander van buitencategorie, Bishop Auckland.

Eerder had ik het over mythische clubs en in dat rijtje hoort Bishop Auckland zeker. De club is ironisch genoeg opgericht door theologiestudenten van de universiteiten Cambridge en Oxford, die in Bishop Auckland kwamen studeren. De clubkleuren zijn dan ook geadopteerd van de beide universiteiten. Ik zag de club voor het eerst ergens in de jaren negentig. Ze speelden een wedstrijd in het kader van de FA Cup op het prachtige Kingsway in die geweldige shirts met licht- en donkerblauwe helften. De club heeft een geweldig verleden en is recordhouder van de FA Amateur Cup met tien overwinningen. Op het moment dat Pegasus tegen Bishop Auckland in de finale stond hadden de noordelingen er al zeven gewonnen. Het was dus duidelijk wie vooraf de favoriet was.

Buckingham was duels op het scherpst van de snede in de First Division gewend en probeerde zijn ploeg vooraf op hun gemak te stellen. Toch was ook Buckingham onder de indruk toen hij het volgepakte Wembley zag. 100.000 man waren op deze wedstrijd afgekomen en het stadion was stijf uitverkocht. Buckingham durfde zijn team niet zo aanvallend te laten spelen als in de vorige wedstrijd en ook ditmaal kreeg hij gelijk. De ervaren mannen uit het noorden kwamen niet door de verdediging van de universiteitsploeg heen. Pegasus won met 2-1 en Buckingham was er in zijn eerste seizoen er meteen in geslaagd om de hoofdprijs te winnen. Hij vertrok na dit seizoen meteen naar een profclub, Bradford Park Avenue, om in de jaren daarna zijn grote successen te behalen. Hij had Pegasus echter genoeg bijgebracht om op voort te bouwen.

Dat bleek twee jaar later wel toen Pegasus opnieuw in de finale stond. Harwich & Parkestone was daarin de tegenstander. Opnieuw zat Wembley goed vol en die zagen een van de saaiste finales in de geschiedenis van de Amateur Cup. Pegasus won met 6-0 en in 1953, vijf jaar na de oprichting, was de tweede beker was binnen. Eigenlijk had de club meteen op moeten houden te bestaan, want dan waren ze een mythe geworden. De club bleef echter nog tien jaar bestaan en door de matige resultaten in de laatste jaren van zijn bestaan verloor de club wat van zijn glans. Thompson kwam tot de conclusie dat zuiver amateurvoetbal gecombineerd met goede resultaten onmogelijk was en besloot in 1963 de club op te heffen. Hij gaf zijn verzet tegen het profvoetbal op en werd in 1976 zelfs voorzitter van de FA.

Met het ontmantelen van Pegasus FC verdween de laatste topclub en relikwie uit het oorspronkelijke 19de eeuwse voetbal. Toen was het een sport voor hoogopgeleide rijken die het puur om het spel ging. Ze hadden genoeg geld, dus waren betalingen niet nodig. De eerste FA Cup’s gingen ook allemaal naar amateurclubs, zoals The Wanderers, Old Etonians en de Royal Engineers. Natuurlijk is er nog wel puur amateurvoetbal in Engeland, maar dan op een extreem laag niveau. De enige club uit die tijd die nog altijd op enig niveau speelt is het Schotse Queen’s Park uit Glasgow. In Engeland is het helaas afgelopen met dat soort clubs. Die zijn alleen nog terug te vinden in de geschiedenisboeken.

2 Reacties op “Pegasus FC: The Last of the Mohicans

  1. Vic Buckingham, dat is een held van mijn Ajax. Vet verhaal trouwens.

  2. Ik ben voorstander van het systeem dat in Noord Korea wordt toegepast (op voetbalvlak weliswaar, ik ga me dus wijselijk niet uitspreken over de andere “beleidsbeslissingen” van Kim Jong-Il). Daar is voetbal professioneel maar iedere speler verdient ongeveer hetzelfde. Clubs krijgen voor hun werking geld van de overheid, ook weer ongeveer evenveel per club. Transfers voor geld en spelers die veel meer verdienen dan hun medespelers zijn uit den boze. Dit is een prima gulden middenweg tussen meegaan met de tijd (professioneel voetbal) zonder excessen van transfersommen waarmee je een doorsnee Afrikaans land kan voeden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s