Clyde on the move again

Sommige voetbalclubs blijven je verbazen, zo ook Clyde. Afgelopen week las ik ineens het bericht dat ze hun stadion in Cumbernauld gaan verlaten. Vreemd, want dat stadion is vrij modern en ze spelen er nu pas 16 jaar. De voormalige “Third Club of Glasgow” zal best een plan hebben, maar voorlopig ziet het er naar uit dat ze volgend jaar met Airdrie United gaan groundsharen. Wat er met het Broadwood Stadium gaat gebeuren is nog onbekend, want het lijkt me sterk als amateurclub Cumbernauld United er in gaat spelen. Die verzuipen er helemaal in. Ik ben benieuwd of The Bully Wee dit allemaal gaan overleven. Het zou erg jammer zijn als zo’n historische club zou verdwijnen.

Clyde en stadions, dat is geen gelukkige combinatie geweest in de geschiedenis van de club. Maar eerst even terug naar het begin. De club is namelijk al stokoud. In 1877 werden ze opgericht in het oosten van Glasgow. Het stadion Barrowfield Park lag aan de oevers van de rivier de Clyde, vandaar ook de naam van de club. Het stadion werd omringd door textielfabrieken en bedrijven waar met chemische producten werd gewerkt. De fans kwamen uit de omliggende wijken, waar ontzettend veel arbeiders woonden in slechte omstandigheden. Clyde was geen club waar religie een rol speelde, ondanks dat er veel mensen van Ierse komaf kwamen kijken.

De allereerste wedstrijd ooit was een derby tegen Third Lanark op 17 september 1877. De Thirds wonnen met 1-3, maar de kop was eraf. De club werd in 1891 lid van de Schotse Football League en is daar sinds de dag van vandaag niet meer uit verdwenen. Clyde begon tegen het einde van de 19e eeuw steeds populairder te worden en het stadion aan de oevers van de Clyde voldeed niet meer. Niet ver weg, op de zuidoostgrens van Glasgow en Rutherglen, werd in 1898 een stuk land gekocht en een nieuw stadion neergezet. Het stadion kreeg de naam Shawfield en zou bijna negentig jaar de thuishaven van Clyde FC blijven.

Op Shawfield werden ook de grote successen gehaald. De club werd er in 1905 voor het eerst kampioen van de Second Division en groeide daarna hard. Zowel in 1910 als in 1912 werd de finale van de Scottish Cup gehaald. Beide malen werd er verloren. Vooral de nederlaag in 1910 was zuur. Maar liefst driemaal moest Clyde het opnemen tegen Dundee FC. De eerste keer stonden ze lang met 2-0 voor, maar zagen 60.000 man Dundee uiteindelijk nog terugkomen tot 2-2. De eerste replay werd 0-0 en pas na de tweede replay moest Clyde zich gewonnen geven. Twee jaar later was Ibrox opnieuw het toneel van de finale. Ditmaal was Celtic de tegenstander, die veel te sterk bleken te zijn.

In de competitie was Clyde een vaste gast in de hoogste klasse, maar echt succesvol waren ze daarin niet. Ze draaiden aardig mee, maar daar was alles mee gezegd. Ondertussen zocht de voorzitter naar mogelijkheden om extra geld te genereren. Het leek hem wel een goed idee om voortaan ook hondenraces in het stadion te laten houden. In 1932 kwamen de hondjes voortaan rennen. Toch bleef het financieel niet best gaan en in 1935 verkocht hij het stadion aan de “ Greyhound Racing Association” en werd Clyde de huurder. Achteraf gezien een grote fout, maar daar kwamen ze pas vijftig jaar later achter.

De extra centen bleken in het begin een positief effect te hebben op de resultaten. In 1939 werd voor het eerst de Scottish Cup gewonnen. Hampden Park zat met 94.000 mensen goed vol en Clyde liet zijn fans niet in de steek. Motherwell, een grote naam in die tijd en zeven jaar eerder nog landskampioen, werd met 4-0 weggevaagd. Clyde had zijn eerste grote prijs te pakken. Tien jaar na de bekerwinst stond Clyde opnieuw in de bekerfinale. Ditmaal zakten 108.435 mensen kwamen naar Hampden om Clyde het te zien opnemen tegen de Rangers. Nooit zouden er meer mensen naar een wedstrijd komen waarin Clyde was betrokken en de kans is klein dat dit nog ooit gebroken gaat worden. Clyde was in de finale veel te zwak voor de Rangers, die met 4-1 wonnen.

De wraak kwam echter in 1955, toen Celtic in de Cupfinale werd verslagen. Na een 1-1 in de eerste wedstrijd, won Clyde de replay met 1-0. De jaren vijftig en zestig waren sowieso de hoogtijdagen voor Clyde. De club streed mee bovenin en haalden vaak de laatste ronden van de Scottish Cup. In 1958 werd bijvoorbeeld voor de derde en laatste maal de beker gewonnen. Hibernian, dat in 1902 zijn laatste Cup won, werd met 1-0 verslagen. Niet slecht, want The Hi-bees waren een echte topclub in die tijd. Shawfield zat ook goed vol in die tijd, met een toeschouwersgemiddelde van 17900. Een knappe prestatie, gezien de nabijheid van Celtic Park.

In 1960 werd nog een keer de halve finale gehaald, maar daarna waren de successen in de Cup toch wel op. In de competitie kwam daarentegen pas toen het hoogtepunt. Werd in 1958 met een vierde plek een voorlopig hoogtepunt bereikt, het bleek nog beter te kunnen. In 1967, inderdaad het jaar waarin Celtic als eerste en enige Schotse club de EC I won, werd Clyde derde. Aangezien Celtic kampioen werd en Rangers tweede, was het hele erepodium afkomstig uit Glasgow. Het bleek het einde te zijn van een mooie periode, want Clyde begon weg te zakken. The Bully Wee werden een echte jojo-club. In 1974 kwam de club voor het laatst uit op het hoogste niveau en sindsdien vegeteert de club in de lagere divisies.

Door de successen van Celtic gingen veel mensen op Celtic Park kijken in plaats van het geploeter op Shawfield. De club had vaak moeite om meer dan duizend mensen binnen te krijgen. Nu was voetbal in de jaren 80 sowieso niet iets waar je mee geassocieerd wilde worden (ook in de rest van Europa waren de toeschouwersaantallen dramatisch), maar bij Clyde zakte men zelfs door die ondergrens en in 1981 kwamen er gemiddeld maar 513 man binnen. De doodsteek kwam in 1986, toen de bond eiste dat Clyde aanpassingen moest doen aan het veld. Dat was namelijk te klein. De hondenraces zagen dat niet zitten, want dat zou ten kosten gaan van de renbaan die rondom het veld lag.

Clyde vroeg compassie aan de bond, maar die was onverbiddelijk. Er zat dus niets anders op dan te vertrekken en op 28 april 1986 was Alloa Athletic (kan het onaantrekkelijker?) de laatste tegenstander op Shawfield. Clyde won met 4-2, maar niemand juichde. Clyde was zijn huis kwijt en moest gaan zwerven in de buurt van Glasgow. Vijf jaar lang werd er gegroundshared met Partick Thistle op Firhill Park in het noorden van Glasgow. Echt soepel ging dat niet, want beide clubs lagen elkaar niet. Na vijf jaar kwam er een einde aan het gedwongen huwelijk en de club verhuisde naar Hamilton, om daar bij de plaatselijke club te gaan spelen. Clyde was definitief vertrokken uit Glasgow om er nooit meer terug te keren.

Ondertussen zocht Clyde naar een nieuwe locatie om een stadion te bouwen. Er werd vooral gekeken naar de zogenaamde “new towns” (zeg maar de Almere’s van Schotland), waar veel mensen uit het overbevolkte Glasgow naartoe trokken. Ideaal leek East Kilbride. Dat lag ten zuidoosten van Glasgow en daar waren veel fans van Clyde naartoe getrokken, toen de oude wijken rondom Shawfield werden afgebroken. East Kilbride had zelf een waardeloos amateurteam binnen de grenzen en het plaatsje was/is de grootste stad zonder profclub. Helaas voor Clyde werkte het gemeentebestuur niet echt mee, dus moest er verder worden gezocht.

Cumbernauld werd de volgende new town waar werd aangeklopt. Een vreemde beslissing, want Cumbernauld ligt ten noordoosten van Glasgow en dat is best een eindje rijden vanuit Shawfield. Daarnaast zou het stadion een heel stuk buiten de stad worden gebouwd, vlakbij het plaatsje Croy waar zowat iedereen voor Celtic is. Ook in Cumbernauld zelf wonen voornamelijk mensen die oorspronkelijk afkomstig zijn vanuit de oude wijken in het oosten van Glasgow en dus van oudsher voor The Bhoys zijn. Toch kon Clyde het aanbod van Cumbernauld niet weigeren en in 1994 werd het stadion opgeleverd.

De Schotse bond deed nog even moeilijk, want het stadion was in februari klaar en ze wilden eigenlijk geen toestemming aan Clyde geven om middenin het seizoen van stadion te wisselen. Uiteindelijk werd toch de toestemming verleend en was ironisch genoeg Hamilton, de oude huurbaas, de eerste tegenstander. Maar liefst 6000 man kwamen op de wedstrijd af, een volle bak dus. Hamilton won met 0-2, maar de gigantische toeloop van fans zorgde voor veel optimisme bij het bestuur van Clyde. Zou de bevolking van Cumbernauld dan toch gaan warmlopen voor een eigen profclub?

Het antwoord is helaas voor Clyde negatief. De eerste maanden bleven de mensen wel komen (gemiddeld zo’n 3000), maar doordat Clyde een waardeloos team had, was er weinig te juichen. Meteen in het eerste seizoen op Broadwood degradeerde de club naar de Second Division. De slechte resultaten zorgden ervoor dat weinig mensen bleven hangen en de club met pijn en moeite duizend man wist te trekken. Tot aan 2000 hing Clyde rond in de Second Division en potjes tegen Clydebank en Stranraer trekken nu eenmaal weinig mensen. De enige die bleven komen, waren de oude fans die ook al op Shawfield er waren. De kans op nieuwe aanwas uit Cumbernauld had de club laten liggen.

In 2000 was er weer wat te vieren, want de club werd kampioen. Dit allemaal dankzij de nieuwe voorzitter Billy Carmichael. Dit leek een messias, want er kon van alles ineens. In 2003 deed Clyde lang mee om de titel, maar strandde op de tweede plek. Het jaar erop leek het dan toch echt te gaan gebeuren, want met nog vier wedstrijden te spelen stond Clyde bovenaan. Achtervolger Inverness had vier punten minder en mocht slechts hopen op een misstap van Clyde. The Bully Wee zouden na dertig jaar weer terug op het hoogste niveau zijn, een geweldige prestatie. Maar ineens kreeg Clyde lood in de schoenen. Er werd tweemaal op rij gelijkgespeeld en Caley stond nog maar op twee punten achterstand, toen Clyde in eigen huis de grote rivaal moest ontvangen.

De druk lag volledig bij Inverness, want Clyde had na deze pot alleen nog een wedstrijd tegen nummer laatste Brechin voor de boeg. Een gelijkspel zou dus genoeg moeten zijn. De SPL besloot echter ineens lastig te gaan doen. Broadwood was volgens hen te klein en er moest een vierde tribune worden gebouwd, anders zou de club niet mogen promoveren. Meteen werd er gestart met de bouw en ondertussen had de club nog een tweede plan en dat was – opnieuw – groundsharen. Ditmaal met Kilmarnock. Alsof deze perikelen niet genoeg waren, kwam ineens naar buiten dat voorzitter Carmichael iets te veel geld had uitgegeven. De club was zo goed als failliet.

Deze omstandigheden waren niet ideaal. Clyde moest namelijk winnen om het SPL-geld binnen te kunnen halen. Eindelijk leek ook Clyde de lokale bevolking achter zich te krijgen, want maar liefst 4850 kwamen naar Broadwood. Nog geen volle bak – er kunnen 8000 man in het stadion – maar die zouden er het seizoen erop wel komen als er werd gewonnen. Bij stervend van de zenuwen werd begonnen aan de wedstrijd. Met 0-0 werd er gerust, genoeg voor Clyde, maar na de rust kwam Inverness op 0-1. Ian Harty maakte in de 72ste minuut weer gelijk, maar zeven minuten later was Steven Hislop die de 1-2 maakte en Caley de overwinning schonk. Weg toekomst voor Clyde.

Clyde won de laatste speeldag nog met 2-5 bij Brechin, maar in Inverness was Caley met 3-1 te sterk voor St. Johnstone. Zo dichtbij zal Clyde voorlopig niet meer komen. De club werd een middenmotor, hoewel het in 2006 wel leek alsof er weer iets groots gewonnen was. Clyde moest tegen Celtic in de Scottish Cup. Het was de eerste wedstrijd van Roy Keane voor The Bhoys en tot ieders verbazing won Clyde voor een uitverkocht huis met 2-1. Het team van Clyde was gemiddeld net 21 jaar. Een van de grootste cupshocks uit de Schotse historie was een feit. Het uitverkochte huis en het tv-geld gaven de club weer even wat adem.

Het was uitstel van executie, want in 2009 vloog de club als nummer laatst uit de First Division. Om niet in administration terecht te komen, ontsloeg de club alle speler. Er werden proeftrainingen gehouden voor iedereen die wilde. Uiteindelijk lukte het om een elftal bij elkaar te sprokkelen. Sportief was het niet veel en ook in de Second Division werd Clyde tiende en dus laatste. Vandaar dat Clyde dit seizoen voor het eerst in haar geschiedenis op het vierde niveau moet uitkomen. En ook daar is het drama. Op het moment staat Clyde opnieuw tiende, met slechts zes punten. Dit jaar werd er alleen in augustus een keer gewonnen en het absolute dieptepunt was een 8-1 nederlaag tegen Montrose, een club waar ze vroeger het tweede elftal naartoe stuurden. Gelukkig is er geen degradatie mogelijk vanuit de Third Division, want anders zou Clyde een 3-op-een-rij gaan doen.

Met de aankondiging dat het stadion in Cumbernauld wordt verlaten, wordt er een nieuw hoofdstuk toegevoegd aan de geschiedenis van Clyde. De fans zijn aan de ene kant blij, want Broadwood (of zoals zij het noemen Deadwood) is een van de meest gehate stadions van Schotland. Het is gebouwd in een van de koudste valleien van Schotland en doordat er maar drie tribunes zijn, heeft de wind vrij spel. Een avondwedstrijd in de winter daar, voelt aan als een reis naar de noordpool. Aan de andere kant vrezen de Clyde-fans nu de toekomst, want wat is nu het plan?

De club heeft als reden voor het verlaten van het stadion, gemeld dat ze de huur niet meer op kunnen brengen. Doordat er in 1994 een lease voor vijftig jaar is afgesloten, moeten ze nu wel een fikse boete betalen. Iets dat ook niet echt makkelijk is voor een club met financiële zorgen. Onder de fans gaan er allemaal geruchten over wat er nu gaat gebeuren. Het meest logische op dit moment lijkt dat ze gaan groundsharen met Airdrie United. Ook daar zit een vleugje ironie aan, want Airdrie heeft zelf van 1994 t/m 1998 bij Clyde op Broadwood gespeeld, omdat ze hun eigen stadion kwijt waren.

Veel oudere fans zouden graag terugkeren naar het zuidoosten van Glasgow/Rutherglen. Na 25 jaar terug naar Shawfield zou helemaal geweldig zijn, maar dat is onmogelijk. Het stadion is nog altijd in handen van de hondenracers en die willen de voetballers niet terug. Ergens in de buurt van Shawfield zou wel kunnen, maar door de regeneratie zijn veel van de oorspronkelijke bewoners weggetrokken. Daarnaast is Celtic Park nog altijd om de hoek en zijn veel van de jongeren in de buurt van Shawfield nu Bhoy. Clyde is gewoon al te lang weg uit die hoek, dus de kans dat de club terugkeert naar Glasgow lijkt een no-go te zijn.

Het meest waarschijnlijke is dat de club uiteindelijk toch na East Kilbride trekt. Clyde is – na Celtic, Rangers en Motherwell – de vierde club van die stad en het stadsbestuur wil nu wel meewerken aan profvoetbal binnen de stadsgrenzen. Bij de lokale amateurclubs komt geen kip kijken en Clyde kan dat gat misschien wel opvullen. De club zelf zal dan wel wat meer moeten doen om de lokale bevolking aan te spreken. Bijvoorbeeld door de stadsnaam in de clubnaam op te nemen. Dat is iets wat ze in Cumbernauld hebben nagelaten, waardoor de club daar nog altijd werd gezien als een Glaswegian club. We blijven het volgen, want ik ben benieuwd waar het gaat eindigen voor Clyde.

2 Reacties op “Clyde on the move again

  1. Die zie ik het niet overleven. Had je eerst niet een stuk met foto’s van Shawfield? Die zou ik graag nog een keer zien.

  2. Pingback: De Woensdagfoto: Shawfield | Doing the 116 Blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s