The Miners’ Strike derby #4: The Reason to Hate

Bij de meeste derby’s is de rivaliteit al stokoud. Celtic en Rangers hadden al rap een hekel aan elkaar, terwijl ze in Blackburn en Burnley ook nooit goed door een deur konden. Bij Chesterfield en Mansfield Town was dat eigenlijk nooit echt geval. Het was wel een iets specialere wedstrijd dan de gemiddelde pot voetbal, maar om de clubs nu echt aartsrivalen te noemen gaat veel te ver. Eigenlijk hadden ze niet zoveel met elkaar, doordat er een belangrijke weg tussen beide steden liep. Ze hadden gewoon weinig met elkaar te maken. Dat bleef zo tot 1984. In een klap veranderde deze wedstrijd in een van de felste burenruzies van Engeland. En dat allemaal dankzij twee mensen die waarschijnlijk nog nooit van beide clubs hebben gehoord: Jorge Videla en Margaret Thatcher.

Engeland was eind jaren 70 een nare plek om te leven. Luister maar terug naar de Engelse bands uit die tijd, zoals Joy Division en Siouxsie and the Banshees en je ziet gewoon een donker, naargeestig land voor je. Het werd er allemaal niet beter op, toen The Tories de verkiezingen wonnen en ijzeren dame Margaret Thatcher de eerste vrouwelijk premier van het land werd. Het was haar bedoeling om flinke veranderingen door te voeren. Alles privatiseren was haar droom. Ze draaide veel bedrijven – vooral in Noord-Engeland, Schotland en Wales – de nek om en de werkloosheid schoot de lucht in. Vooral de staalindustrie had harde klappen ontvangen en zowat in ieder dorp of stadje boven de lijn Birmingham kon me haar bloed wel drinken. Thatcher was de minst populaire na-oorlogse premier en het was bijna een zekerheidje dat ze de volgende verkiezingen zou verliezen.

Hoe verschrikkelijk het was om in de UK onder Thatcher te wonen, blijkt wel als je de cijfers van destijds erbij pakt. Het land had een inflatie van 18% (iets wat we nu vooral in Bananenrepublieken zien), had 3,6 miljoen werklozen. In de winter vroren mensen dood, omdat ze geen kolen hadden om de boel warm te stoken. Daarna slaagde Thatcher erin om in Ierland even gehaat te worden als Oliver Cromwell. Ze weigerde om de IRA-leden in de Maze gevangenis te erkennen als politieke gevangenen. Daarop ging Bobby Sands (die opgesloten zat in de Maze, maar tevens lid was van het parlement) in hongerstaking. Later volgden er nog negen leden. Alle tien stierven ze en zelfs de Engelsen waren verbijsterd dat Thatcher een mede-parlementslid had laten sterven. In 1984 wilde de IRA haar als wraak opblazen in Brighton, maar de aanslag mislukte. Neemt niet weg dat Thatcher begin jaren 80 een gehate vrouw was.

Thatcher, zowel gehaat als geliefd in Engeland

Aan de andere kant van de wereld waren Jorge Videla, de maa van de schoonvader van Willem-Alexander en de rest van de boevenbende ook niet echt populair meer. De euforie rondom de winst van het WK 1978 was uitgewerkt en er kwamen steeds meer protesten tegen het regime. Videla had gezien dat nationale trots hem in 1978 flink had geholpen en dat wilde hij opnieuw. Ditmaal kon hij echter niet het WK manipuleren, want dat werd in Spanje gehouden. Het risico op falen was – ondanks Maradona – te groot. Wat kon hij nog meer doen? Inderdaad, een oorlog voeren. Zijn oog viel daarbij niet op een van de buurlanden, maar op de onooglijke Falklands, een eilandengroep voor de kust van Argentinië. Die waren in Britse handen, maar de Argentijnen vonden dat zij daar recht op hadden. Nu de Britten waren afgezakt tot een pauperig Tweede Wereldland, zag Videla zijn kans schoon. Hij kon zich namelijk niet voorstellen dat iemand in de UK zich druk zou maken over die eilandengroep.

Objectief gezien stellen de Falklands ook geen ruk voor. Er woonden zo’n 3000 man (voornamelijk Britten) en voor de rest vooral schapen. Economisch leverden ze weinig op en het waren ook geen toeristische trekpleister of je moet van kou, wind en regen houden. De reden waarom Videla de eilandengroep wilde hebben, was puur een eerkwestie. Op 2 april 1982 vielen de Argentijnen de Falklands binnen, maar hij had zich vergist in de Britten. Er ging een golf van nationalisme door de UK, waarvan de befaamde “Gotcha” kop op de voorpagina van The Sun misschien wel het bekendste voorbeeld is. Na 74 dagen vertrokken de Argentijnen met de staart tussen de benen en een hoop bodybags. Het gevolg voor de regering van Videla was desastreus. Binnen een jaar waren ze weg. Voor Thatcher had het juist positieve gevolgen: ze werd gezien als een groot leider en was ineens razendpopulair.

De befaamde “Gotcha” headline van de populistische Sun, nadat de Britten de Belgrano naar de zeebodem schoten

Dit was het moment waar Thatcher op had gewacht, want nu ze de steun van de bevolking had kon ze eindelijk impopulaire maatregelen gaan nemen. Haar hoofddoel was het sluiten van de mijnen. Ze had de onrendabele staalindustrie al weggevaagd en was nu hetzelfde van plan met de mijnen. Die leverden nu eenmaal te weinig op en er moest een flinke som subsidie bij om de verliesgevende mijnen open te houden. Labour had daar nooit iets aan gedaan, omdat het zou betekenen dat er hele dorpen werkloos zouden raken en ze daarmee hun achterban van zich zouden vervreemden. Thatcher had daar geen boodschap aan, want zij vond dat die mensen dan maar moesten verhuizen naar het zuiden. Het enige waar de Iron Lady nog op moest wachten was haar herverkiezing. Die kwam er in 1983. Labour was intern verdeeld en opgesplist, tel daarbij op de populariteit naar aanleiding van de Falklands War en het verbaasde niemand dat Thatcher een tweede termijn kreeg.

Thatcher stond nu voor de zware taak af te rekenen met haar enige gevaarlijke vijand: Arthur Scargill, leider van de NUM (National Union of Mineworkers, de grootste en machtigste vakbond van Engeland). Scargill – een mijnwerkerszoon en linkse rakker – had in 1974 met mijnstakingen ervoor gezorgd dat het conservatieve kabinet was gevallen. Thatcher besloot haar pitbull in te zetten voor de hervormingen in de mijnindustrie: Ian MacGregor. Deze man had ook de staalindustrie op de knieën gekregen en was een groot tegenstander van stakingen. Hij en zijn broers hielpen in hun jonge jaren mee om stakingen te breken en verklaarde een groot voorstander te zijn van het kapitalisme. Het socialisme verafschuwde hij, want hij vond dat iedereen voor zichzelf kon en moest zorgen. Een man naar het hart van Thatcher.

Arthur Scargill en Margaret Thatcher, de twee hoofdrolspelers in het conflict

Op het moment dat bekend werd dat MacGregor werd aangesteld om eens kritisch te gaan kijken naar de mijnindustrie, stond Scargill al op zijn achterste poten. Hij noemde MacGregor (die in Schotland was geboren, maar lange tijd in de VS had gewoond en gewerkt) de ”American Butcher of British industry”. MacGregor antwoorde op zijn beurt dat hij juist een plastic chirurg was, die de mijnen een nieuw en gezonder gezicht wilde geven. Daarnaast gaf hij de mijnwerkers uit Yorkshire een sneer door te stellen dat zij nog improductiever waren dan de vrouwelijke mijnwerkers in de VS. De toon was meteen gezet en beide kampen maakten zich op voor de strijd. Een strijd die tot op de dag van vandaag voelbaar is in de verschillende plaatsen waar de mijnindustrie ooit groot was.

Er waren wat ontmoetingen tussen de regering en de NUM, maar al snel was duidelijk dat de eisen van beiden veel te ver uit elkaar lagen. MacGregor wilde het merendeel van de mijnen in Yorkshire, Schotland, Noordoost Engeland en Zuid-Wales sluiten. Dat zou betekenen dat 20.000 mijnwerkers in één klap hun baan zouden verliezen. Daarnaast waren er talloze mensen afhankelijk van de mijnen en die konden ook naar hun baan fluiten. Er waren ook gebieden die werden ontzien, zoals de mijnen in Nottinghamshire, South-Derbyshire en Leicestershire. Die waren een stuk moderner en mochten van MacGregor open blijven. Daarnaast was dit natuurlijk een goed manier om de mijnwerkers tegen elkaar uit te spelen.


De NUM was het totaal niets een met de plannen van MacGregor en besloot op 12 maart 1984 een algemene staking uit te roepen. De Miner’s Strike is geboren. De mijnwerkers in de counties die niet werden getroffen waren helemaal niet zo blij met de algemene staking. Het stak ze vooral dat er geen stemming was geweest voor of tegen de staking, iets wat wel moest volgens de statuten van de NUM. MacGregor genoot ondertussen, want die onderlinge verdeeldheid kwam hem wel heel goed uit. De mijnwerkers uit Nottinghamshire besloten niet mee te doen aan de stakingen. Ze splitsten zich af van de NUM, besloten een eigen bond op te richten (UDM) en gingen gewoon werken. In de ogen van de mijnwerkers waren deze mijnwerkers scabs (scheldwoord voor mijnwerkers die de staking doorbreken) en moest worden voorkomen dat zij konden gaan werken.

Mijnwerkers vanuit het hele land zakten af naar Nottinghamshire om menselijke ketens te vormen en zo te voorkomen dat deze scabs aan het werk konden. De regering zag meteen een ideale mogelijkheid om nu op te treden en de politie werd ingeschakeld. Die trad buitenproportioneel hard op tegen de stakers. Regelmatig kwam het tot zware rellen waarbij uiteindelijk zelfs doden vielen (het uiteindelijk dodenaantal zou uiteindelijk tien bedragen). Staken betekende echter ook geen loon en omdat de NUM geen geld meer stakingskas had waren de stakers compleet afhankelijk van giften van derden. Hele gemeenschappen werden uiteen gereten door het conflict, want in sommige dorpen was er een 50/50 verhouding tussen stakers en scabs. En waar de niet-stakers eten konden kopen en ’s avonds de kachel konden stoken, leefden de stakers in bittere armoede en kou. Zelfs binnen families werden mensen vijanden van elkaar en ook veel verenigingen vielen uit elkaar door onderlinge haat en nijd.

Er werd van alles gedaan om geld in te zamelen voor de stakers, die flink afzagen in de winter van 1984

De weken werd maanden en de frustratie van de mijnstakers werd steeds groter, toen bleek dat de bonden van de staalarbeiders hun leden opriepen de mijnwerkers niet te steunen. Dit voelde aan als een dolkstoot, want de mijnwerkers hadden de staalarbeiders nog erg geholpen bij hun stakingen in 1981. De staalarbeiders die hun baan hadden behouden (minder dan de helft), kozen laf eieren voor hun geld en hielpen de stakers niet. Ook de bond van de hoofdmannen en andere kaderfuncties in de mijnwereld (NACODS) besloot, in september pas na veel intern gekrakeel, uiteindelijk af te zien van steun aan de stakers. MacGregor was hier erg opgelucht over, want waren deze mannen ook in staking gegaan dan had hij zijn nederlaag moeten toegeven een compromis moeten bereiken met Scargill.

Een ander voordeel voor MacGregor en Thatcher was dat ze het grootste deel van de pers achter zich hadden. Vooral de tabloids stonden pal achter het beleid van de regering en probeerde er alles aan te doen om de NUM en Scargill persoonlijk zwart te maken. Aanvallen van stakers op niet-stakers, de politie en de pers werden groot uitgemeten en de gift van mijnwerkers uit de Sovjet-Unie werd gezien als een samenzwering van de communisten. Ze probeerden Scargill onwaarheden in de schoenen te schuiven, zoals het achteroverdrukken van geld bestemd voor mijnwerkers en er werden iedere dag gemanipuleerde peilingen in de krant afgedrukt, die erop wezen dat bijna niemand achter de stakingen stond. Uiteindelijk was er slechts een krant (The Morning Star) die achter de stakers stond.

De ultrarechtse Sun deed er alles aan om de stakers slecht af te beelden

Thatcher besloot ondertussen om politie uit andere delen van het land, zoals de Londense Metropolian Police, op de stakers af te sturen. Deze hadden namelijk geen banden met de stakers, zoals de Yorkshire Police die wel had, en kon hard en gewetenloos optreden zonder represailles te verwachten. Het bekendste is The Battle of Orgreave, nabij Rotherham op 18 juni 1984. Daar liep het uit op een geweldadige confrontatie tussen 6000 mijnwerkers en 8000 politieagenten. Bruut politieoptreden zorgde uiteindelijk ervoor dat de staking werd gebroken. Pas in 1991 gaf de regering toe dat er buitenproportioneel geweld was gebruikt en de slachtoffers kregen hoge schadevergoedingen. Typisch is dat de media destijds er amper stelling durfden te nemen. Ze censureerden zichzelf uit angst voor represailles van de regering.

In 1985 werd de eerste mijn gesloten en verschillende mijnwerkers gingen – uitgeput door de staking die al bijna een jaar duurde en als gevolg daarvan ook een jaar geen inkomsten – weer aan het werk. De regering voert ondertussen kolen in vanuit de VS en aangevuld met de kolen uit de mijnen in Nottinghamshire, South-Derbyshire en Leicestershire, was er geen tekort meer. Thatcher en MacGregor haddem gewonnen, hoewel een aantal mijnwerkers het nog tot 3 maart weet vol te houden. Bijna een jaar na het begin van de staking geven ook zij het op. Ondanks de overwinning van de regering is de prijs erg hoog. Onderling zijn de verhoudingen tussen de stakers en de niet-stakers helemaal verziekt en in sommige gemeenschappen is het tot de dag van vandaag merkbaar.

Grof geweld werd niet geschuwd door de politie om de stakingen te breken

De jaren erop worden er veel mijnen gesloten, wat zorgt voor veel werkloosheid in de mijngebieden. Het aantal zelfmoorden loopt flink op, dorpen raken ontvolkt, het alcoholgebruik loopt schrikbarend op, evenals het aantal gevallen van huiselijk geweld. Enkele gebieden waar ooit mijnen waren, worden door de EU aangemerkt als de meest arme in de hele EU. Wanneer uiteindelijk ook het grootste deel van de mijnen in Nottinghamshire en Leicestershire worden gesloten, kunnen de voormalige stakers hun plezier amper onderdrukken. Momenteel zijn er slechts een paar mijnen nog open in Groot-Brittannië. Overigens werd er in 2004 nog iemand vermoord doordat een discussie in een pub tussen twee voormalige leden van de NUM en de UDM helemaal uit de hand liep.

Twee van de gemeenschappen waar de Miner’s Strike nog altijd voelbaar is, zijn die van Chesterfield en Mansfield. Beide steden waren ooit bolwerken van de mijnindustrie en de teloorgang daarvan is er nog altijd voelbaar. Saillant is dat beide steden ieder aan een andere kant stonden tijdens de stakingen. De mijnwerkers uit Chesterfield (North-Derbyshire) waren voor het merendeel stakers, terwijl die uit Mansfield (Nottinghamshire) juist gingen werken. Beide steden liggen zo’n twintig kilometer van elkaar vandaan en in die twintig kilometer lagen volop kolenmijnen. De grens tussen het NUM-gebied en dat van de UDM liep dwars die mijnen heen. Waar ze elkaar voor 1984 zagen als buursteden, sloeg na dat de mijnstakingen om in blinde haat. Uiteraard had dit ook op voetbalgebied zo zijn consequenties. Chesterfield v Mansfield Town werd ineens een van de meeste beladen wedstrijden in Engeland.

2 Reacties op “The Miners’ Strike derby #4: The Reason to Hate

  1. Het zou toch wat zijn als Chesterfield en Metropolitan Police eens voor de FA Cup aan elkaar gekoppeld zouden worden.

  2. Dat zou ook wel een mooi potje kunnen worden. Kunnen ze eens wraak nemen op die mannetjes.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s