Manchester’s Third Club


In Schotland is het duidelijk dat Glasgow dé voetbalstad is. Net zoals Belfast en Dublin dat in de twee Ierlanden zijn. In Engeland ligt het allemaal wat moeilijker. Op het eerste gezicht zou je zeggen dat het Londen moet zijn, met al haar profclub. Toch is dat te makkelijk, want Londen is zo groot dat het logisch is dat ze zoveel clubs hebben. Ook “voelt” de stad niet echt aan als een voetbalstad door de vele toeristen. Een gevoel dat je wel hebt in steden als Sheffield, Newcastle, Manchester en Liverpool. In de jaren 70 en 80 was die laatste stad natuurlijk het kloppende hart van het Engelse voetbal. De laatste twintig jaar is het niet veel meer met beide clubs, maar zelfs toen kon je Liverpool nog zien als dé voetbalstad. Dat gaat veranderen, want als het zo doorgaat gaan beide clubs uit Manchester de komende jaren de dienst uitmaken. Manchester als de hoofdstad van het Engelse voetbal. Ooit waren ze dat ook. Voetbal leefde zo erg in de stad, dat er eind jaren 20 zelfs sprake was van een derde profclub: Manchester Central. Slechts dankzij de tegenwerking van de andere twee clubs uit Manchester is de club nooit tot bloei gekomen.

Het klinkt misschien raar als je de ligging van Old Trafford en het gesloopte Maine Road kent, maar juist het oosten van Manchester is de kraamkamer van het voetbal in de stad. Wie de oude clubnamen van Manchester United en Manchester City kent zal echter een a-ha erlebnis hebben wanneer ze door Oost-Manchester rijden en namen als Ardwick, Gorton en Newton Heath tegenkomen op de naambordjes. Waar Manchester City ooit begon onder de naam AFC Gorton (1884-1887) en via de naam Ardwick FC (1887-1894) uiteindelijk Manchester City ging heten, stond Manchester United ooit bekend als Newton Heath LYR (1878-1892) en Newton Heath (1892-1902). Het zure voor Oost-Manchester is echter dat er van 1923 tot aan 2003 er geen Leagueclub meer speelde. Waar Manchester United in 1910 naar Old Trafford vertrok (ten zuiden van Manchester), was het Manchester City dat in 1923 haar oude stadion Hyde Road verliet om op Maine Road te gaan spelen, een stadion dat veel meer richting het centrum van de stad lag. Pas in 2003 zou Manchester City terugkeren naar het oosten, toen Eastlands in gebruik werd genomen.

Eind jaren twintig lag niet alleen Manchester economisch op zijn gat, maar ook het voetbal had betere dagen gezien. Manchester City was midden jaren twintig nog de club met de meeste toeschouwers van alle Leagueclubs, maar dat was eind jaren twintig een flink stuk gedaald. De club was nog altijd nummer vijf op de lijst van toeschouwersaantallen, maar trok gemiddelde 10.000 mensen minder dan een paar jaar ervoor. Manchester United mocht zich op dat vlak helemaal zorgen gaan maken, want Old Trafford was zelden voor meer dan een kwart gevuld. Toen Manchester United in 1911 kampioen werd zat het stadion nog bomvol. Waar waren al de fans uit begin jaren twintig gebleven? Waren al deze fans ineens niet meer geïnteresseerd in de sport? Dat kon bijna niet zo zijn. De schuld werd gegeven aan het feit dat de resultaten minder waren en daarom de mensen uit het oosten van de stad minder vaak naar hun respectievelijke clubs gingen. Die hadden hen namelijk ook in de steek gelaten door te verhuizen.

In Oost-Manchester broeide er na de verhuizing van beide clubs iets en enkele lokale zakenmannen sprongen daarop in. De belangrijkste twee waren John Henry Iles, eigenaar van een amusementenpark en een stadion voor hondenraces aan Hyde Road, en John Ayrton, een voormalig bestuurslid van Manchester City die in 1927 was opgestapt uit onvrede over de verhuizing naar Maine Road. Samen met de financiële steun van diverse andere zakenmannen uit Oost-Manchester besloten ze een nieuwe voetbalclub op te richten in 1928. Ayrton bleef een Cityhart houden en wilde perse de initialen MCFC in de clubnaam. Na druk overleg werd besloten om de naam Manchester Central Football Club aan te nemen. Eigenlijk een vreemde naam, aangezien de club in het oosten lag en niet in het centrum van de stad. De lichtblauwe shirts met witte broeken kreeg Ayrton er niet doorheen op de vergadering en er werd gekozen voor witte shirts met zwarte broeken, zodat er geen verwarring kon zijn over wie de club nu was. De plannen van de club waren duidelijk: op korte termijn wilden ze een plek in de Football League krijgen en uiteindelijk doorgroeien naar het hoogste niveau om zo de mensen in het oosten van de stad weer topvoetbal te geven.

Waar Manchester City en United met argusogen naar de nieuwe club keken, waren de mensen in Oost-Manchester erg enthousiast. De club kreeg ook veel steun van diverse ex-spelers van beide clubs, die altijd in het oosten van de stad waren blijven wonen. Charlie Pringle, een goede speler van Manchester City, stapte meteen over, terwijl ook de ex-aanvoerder van United (Charlie Roberts) zich bij Manchester Central voegde. De grootste naam die zich aan de club verbond was echter Billy Meredith, misschien wel de belangrijkste man ooit op voetbalgebied in de stad. Meredith was in 1924 op 49-jarige leeftijd gestopt bij Manchester City en gold als een van de eerste supersterren in het Engelse voetbal. Opvallend was dat Meredith voor zoveel City (waar hij begon en eindigde) als United had gespeeld. Hij had alle prijzen gewonnen die mogelijk waren en ondertussen ook nog veel interlands gespeeld voor Wales. Dat zo’n man zich aan Manchester Central verbond wilde wel wat zeggen en het zette de club meteen op de kaart in de rest van het land. Ayrton was erg tevreden en zijn plannen voor een plaatsje in de Football League kon nu echt serieus starten.

Manchester Central begon in een van de divisies onder de League: de onvolprezen Lancashire Combination. Doordat er geen promotie en degradatie vanuit de League bestond, alleen een verkiezing, was het zaak voor Manchester Central om zich zo goed mogelijk te presenteren in het eerst jaar en te laten zien dat ze daadwerkelijk een toegevoegde waarde waren voor de League. Via John Henry Iles was er in ieder geval al een uitstekend stadion geregeld: het Belle Vue Stadium. Dat stadion was voor die tijd erg modern en plaats bood aan 45.000 toeschouwers. Iles was erg blij dat hij, buiten het hondenrennen en speedwayraces, nu ook voor de zaterdagmiddag een bespeler had in zijn stadion en daarmee verzekerd was van flink wat extra inkomsten. Enige minpuntje voor Manchester Central was dat de competitie al begonnen was en ze flink wat wedstrijden moesten inhalen. Tegenwoordig klagen veel spelers over midweekse wedstrijden, maar Manchester Central speelde soms drie dagen achter elkaar competitiewedstrijden. Dat had natuurlijk zijn weerslag op de resultaten.

Om nog meer exposure te krijgen, besloot Ayrton om al vroeg in het seizoen een belangrijke oefenwedstrijd in te lassen tegen het grote Blackburn Rovers. Die club was niet voor niets gekozen door Ayrton, want Blackburn had het jaar ervoor de FA Cup gewonnen en was destijds een van de topteams van Engeland. Blackburn zou de FA Cup ook meenemen naar Belle Vue en Bob Crompton, een voetballegende in die tijd, mocht de aftrap doen. Belle Vue stroomde vol voor dit spektakel en zowel City als United begonnen door te krijgen dat dit Manchester Central een serieuze bedreiging kon gaan vormen als ze zo door zouden gaan. De dag na de wedstrijd was het belangrijkste sportnieuws in de kranten niet de competitiewedstrijden van City en United, maar de oefenwedstrijd van Manchester Central. De spelers en officials van Blackburn waren na de wedstrijd ook erg te spreken over het stadion en de gastvrijheid van de nieuwe club uit Manchester en vertelde uitgebreid in de kranten dat ze Manchester Central een toevoeging vonden voor de League. Dit alles werd tandenknarsend gelezen door de twee grootmachten, want Manchester Central moest natuurlijk geen echte concurrent worden.

In de competitie draaide Central een rustig jaar en met al die gekke tijden en dagen waarop ze wedstrijden moesten spelen viel de zevende plek in de eindstand eigenlijk nog wel mee. De bestuursleden waren er van overtuigd dat de club op de kaart stond en ze dienden bij de FA een verzoek in om mee te doen aan de verkiezingen voor een plekje in de League. De verkiezingen waren destijds zo geregeld dat de onderste twee clubs van zowel de Third Division North en South mee moesten doen om herverkozen te worden. Alle non-leagueclubs die trek hadden in een avontuur in de League mochten zich beschikbaar stellen. In 1929 deden er in totaal negen clubs mee voor de verkiezingen in de Third Division North, waaronder Manchester Central. Uiteindelijk stemden de meeste clubs op Hartlepools United (dat al in de League speelde) en York City (een ambitieuze club uit een relatief grote stad). Manchester Central werd vijfde en dat viel Ayrton eigenlijk niet eens tegen. Het zorgde voor nog meer enthousiasme bij de club om het jaar erop nog beter te presteren in de verkiezing.

Vedette Charlie Pringle besloot weer te gaan spelen voor een Leagueclub en tekende een contract bij Bradford Park Avenue. Om dit kwaliteitsverlies te compenseren werd Billy Meredith ingezet en die slaagde erin om de keeper van Wales, Bert Gray, te overtuigen om voor Manchester Central te komen spelen. Gray had bij zowel Manchester City als Oldham Athletic gespeeld en kon bij diverse Leagueclubs een contract tekenen. Hij liet zich echter overtuigen door de grote plannen (en het salaris) van Manchester Central en als Billy Meredith – zowat een heilige in Wales – je vraagt kun je ook niets anders doen dan “ja” zeggen. Manchester Central kreeg ook toestemming om een reserveteam te laten meedoen in de Chesire County League en dat was in die tijd een hele eer. Er waren namelijk maar twee clubs die dat ook mochten: Manchester City en Manchester United. De dreiging voor die twee begon steeds groter te worden. Manchester Central nam ook voor het eerst deel aan de FA Cup, waarin in de eerste ronde Mansfield Town er met 2-0 aan moest geloven. In de volgende ronde tegen Wrexham werd er maar net verloren met 0-1, maar opnieuw had de club reclame voor zichzelf gemaakt.

In de competitie ging het ook een stuk beter dan het jaar ervoor. Uiteindelijk kwam de club net één puntje tekort voor de titel, maar met goede moed werd er opnieuw een verzoek gedaan om mee te mogen doen in de League. Uiteindelijk deden er vijf clubs mee voor de twee plekken. Halifax Town en Barrow als Leagueclubs en Mansfield Town, Prescot Cables en Manchester Central vanuit de non-league. Al snel was duidelijk dat Halifax herkozen zou worden en Precot Cables geen kans zou maken. Het ging dus tussen de andere drie clubs voor het laatste plekje. Helaas voor Manchester Central werd Barrow herkozen. Dit was een fikse tegenvaller, want bij Manchester Central waren ze er van overtuigd dat ze van de drie overgebleven clubs het meeste te bieden hadden in de League. De frustratie liep hoog op en Manchester City en United werden ervan beschuldigd tegen Manchester Central te hebben gelobbyd. De relatie met de twee grootmachten was definitief verziekt, maar zorgde er wel voor dat Central nog fanatieker dan voorheen ging werken om verkozen te worden om in de League te spelen.

Opnieuw draaide Manchester Central een goed jaar in de competitie, maar in de beker was er minder succes. Met een goed humeur gingen de vertegenwoordigers opnieuw naar de verkiezingen toe. Ze gaven zichzelf namelijk een erg grote kans om verkozen te worden. De twee slechtste ploegen van de Third Division North waren namelijk clubs die veel minder toeschouwers trokken dan zijzelf. Rochdale had dan nog wel iets van een achterban, maar Nelson stelde echt heel weinig voor. Vooraf was eigenlijk al duidelijk dat die niet herkozen zouden worden. De strijd om de tweede plek in de League zou tussen Chester City en Manchester Central gaan. Het werd echter een deceptie voor Ayrton en de club. Rochdale werd zoals verwacht herkozen, maar Manchester Central werd slechts vierde. De club eindigde zelfs nog achter Nelson en Chester City was de nieuwe Leagueclub geworden. Bij Central waren ze er van overtuigd dat ze nooit verkozen zouden worden en de ambities werden meteen bijgesteld naar beneden en veel belangrijke spelers vertrokken.

De Leagueaspiraties van Manchester Central leken over te zijn, totdat in het seizoen erop Wigan Borough ineens failliet ging tijdens het seizoen. Wigan Borough was een club uit de Third Division North en op 26 oktober maakte die club bekend per direct te stoppen met voetballen. Het geld was op. De bestuurders van Manchester Central zagen dit als een kans en boden zich meteen aan als vervanger. Ze waren zelfs bereid om de tot dan toe behaalde resultaten van Wigan Borough over te nemen en daarna gewoon verder te gaan in de competitie. Wigan Borough stond er erg slecht voor, maar dat deerde de mensen bij Manchester Central niet. Ze wilden maar een ding en dat was meedoen in de Football League. Enige probleem was dat Manchester Central tien keer op dezelfde dag en tijdstip zou thuisspelen als Manchester City, de club die relatief dichtbij lag. Dat kon een negatief effect hebben op de toeschouwersaantallen van Manchester Central. Maar de club was bereid ook die opoffering te doen, zolang ze maar werden toegelaten en nog diezelfde avond viel bij de bond een verzoek binnen van Manchester Central om toegelaten te worden tot de League.

Deze actie veroorzaakte veel paniek bij de andere twee clubs van Manchester. Ze dachten eindelijk van dat vervelende clubje uit het oosten van de stad af te zijn en nu was er ineens een grote kans dat ze toch Leagueclub zouden worden. Opvallend genoeg was vooral Manchester United faliekant tegen het toelaten van Manchester Central. De club was het jaar ervoor gedegradeerd en trok weinig toeschouwers. Toch zat er nog een relatief groot aandeel bij van mensen bij die uit het oosten van Manchester kwamen. Daar was toch de roots van de club en daar waren de fans trouw gebleven, ondanks de degradatie. Nu was men echter bang dat deze fans op termijn wel eens over konden stappen naar Manchester Central, een club die veel dichterbij speelde en die een sympathieke uitstraling had. Manchester Central trok op een goede dag al 8.000 man en dit konden er alleen maar meer worden als ze in de League zouden komen en misschien zelfs wel zouden promoveren. Op Old Trafford ontstond paniek en er moest actie worden ondernomen om Central tegen te houden.

Tegenwoordig is het niet meer zo goed voor te stellen, maar destijds gingen de bestuurders van City en United erg goed met elkaar om. Ze kwamen zelfs regelmatig bij elkaar in de stadions naar wedstrijden kijken als de eigen club niet speelde. De vice-voorzitter van City, Albert Alexander, had zelfs een eigen stoel op Old Trafford. De dag nadat Manchester Central zijn voorstel bij de bond had ingediend belegden City en United meteen een vergadering. Er werd meteen afgesproken dat er een lobby moest worden gestart om Central uit de League te houden. De officials van City hadden goede contacten bij de bond en die contacten werden ook meteen ingeschakeld. Er was veel haast bij nodig, want de clubs uit Third Division North hadden al aangegeven erg blij te zijn met Manchester Central als vervanger van Wigan Borough. Die zagen het niet zitten om met 21 clubs verder te gaan en daarmee ook inkomsten te verliezen. Manchester Central was dan ook meer dan welkom.

Ondertussen waren de lokale kranten ook erg enthousiast geworden over de actie van Manchester Central en werd de hoop en verwachting uitgesproken dat de club zou worden toegelaten in de League. Als argumenten werd vaak aangedragen dat het voetbal in Manchester wel een positieve impuls kon gebruiken, mede door de totale ineenstorting van Manchester United. Veel commentaren wezen ook op het feit dat Oost-Manchester wel weer een profclub verdiende. De publieke opinie was dus voor de toelating, iets dat City en United erg slecht uitkwam. Er moest worden gelobbyd als nooit tevoren. Er werd door beide clubs dan ook een officiële klacht ingediend tegen het verzoek van Manchester Central en in vochtige en donkere achterkamertjes werd flink overleg gevoerd met de president van de Football League, John McKenna. Deze McKenna was voorzitter van Liverpool, maar ook een graag geziene gast op Old Trafford. Hij had zelfs de opening van het stadion in 1910 bijgewoond. De rivaliteit tussen Manchester United en Liverpool was destijds een niet-bestaande.

McKenna besloot dan ook in te grijpen en het verzoek van Manchester Central af te wijzen. De Third Division clubs waren het hier helemaal niet mee eens en besloten een eigen vergadering te beleggen, waarbij vertegenwoordigers van City en United werden uitgenodigd om hun standpunten eens uit te leggen. Die hadden hier natuurlijk helemaal geen zin in en maakten melding van deze vergadering bij McKenna. Die gebruikte zijn macht en verbood de clubs om deze vergadering door te laten gaan. United en City hadden gewonnen, want Central mocht definitief niet uitkomen in de League. De bestuurders van Manchester Central waren zo teleurgesteld dat ze besloten het jaar nog af te maken in de eigen competitie en er daarna de brui aan te geven. Manchester Central bestond niet meer en vormde geen bedreiging meer voor Manchester City en United. Op korte termijn had het geen voordelen voor Manchester United. De club zou uiteindelijk bijna degraderen uit de Second Division in 1934, maar kwam uiteindelijk weer bovendrijven. Het blijft de vraag wat er gebeurd was als Manchester Central inderdaad was toegelaten. Was de club uitgegroeid tot een echte topclub of niet? We zullen het helaas nooit weten.

Een Reactie op “Manchester’s Third Club

  1. Mooi verhaal. Weer een reden er bij om een hekel aan United te hebben🙂

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s