Troubles in Dundalk

Komende weekend ga ik niet één-, maar tweemaal Dundalk in actie zien. Een mooi vooruitzicht. Extra positief is dat ik ze ook nog eens ga zien in de voor hen twee belangrijkste wedstrijden. Eerst op vrijdag de Louth derby tegen Drogheda en dan op maandag tegen Shamrock Rovers. Die laatste is de meest succesvolle club van Ierland en daarmee de enige club die meer prijzen won dan Dundalk. Jammer genoeg doen The Lilywhites dit jaar niet mee om de bovenste plaatsen. De gloriejaren liggen alweer een tijdje terug. Dundalk streed in die tijd tegen clubs als Liverpool, Celtic, Rangers, Spurs, Ajax en PSV in Europa. Maar er is één wedstrijd waar ze het in Dundalk nog altijd over hebben en dat is het tweeluik met Linfield in de hoogtijdagen van The Troubles.

In tegenstelling tot Drogheda, heeft Dundalk niet echt een spannende geschiedenis. Oké, de clichématige Noormannen kwamen er roven, moorden en verkrachten, maar wie heeft daar geen last van gehad? Nee, voor Dundalk begon het allemaal pas halverwege de 19de eeuw. De stad ligt erg gunstig; dicht bij zee en precies tussen Dublin en Belfast in. Doordat de stad dicht bij de grens met Noord-Ierland ligt, was het een van de Ierse steden waar The Troubles (het Noord-Ierse conflict) erg voelbaar waren. Veel mensen hadden familieleden in het noorden en waar men kon, hielp men de IRA en Sinn Fein. Gezochte IRA-leden vluchtten ook vaak naar Dundalk, want daar waren ze veilig voor de Noord-Ierse politie en het Britse leger. Dit tot frustratie van de Noord-Ieren, die vonden dat de Ierse overheid daar iets aan moest doen. Uiteraard gebeurde dit niet.

In Dundalk haatte men de protestantse Noord-Ieren. Dat kwam vooral tot uiting in 1979: Dundalk FC lootte Linfield in de Europa Cup I. Linfield, nota bene de meest anti-katholieke club van Noord-Ierland. Dundalk mocht eerst thuis om een week later naar Belfast te gaan. Het waren de hoogtijdagen van The Troubles en zowat dagelijks was er wel ergens een aanslag. De autoriteiten vreesden een veldslag en er werd een enorme politiemacht opgetrommeld. De grootste ooit voor een sportevenement buiten Dublin. Men vreesde een herhaling van elf jaar eerder, toen Dundalk Glasgow Rangers had geloot. Destijds was er ook flink gereld, maar nu waren de politieke spanningen veel intenser. Twee dagen voor de ontmoeting had de IRA Lord Mountbatten en een deel van zijn familie opgeblazen tijdens een boottocht in Ierland. Iets later die middag liepen Britse soldaten in een hinderlaag van de IRA en 18 van hen verloren daarin het leven. Om te zeggen dat er nogal wat spanning in de lucht hing, is een understatement.

 

Het opblazen van Lord Moutbatten en zijn familie zorgde voor veel spanning tussen de Ieren en de Britten

Twee dagen na de aanslagen reden maar liefst zestig bussen tegen de middag vanuit Windsor Park richting Dundalk. Alles en iedereen die maar een beetje van knokken hield, ging mee. Ondanks de hoeveelheid politie, ging het meteen mis. De Linfield-fans kwamen de bus uit en zongen meteen anti-Ierse liederen. Dit werd meteen beantwoord met een stenenregen. Vanaf dat moment bleef het losgaan over en weer. De Linfield-fans sloopten twee pubs dicht bij het stadion, waarna er twaalf arrestaties volgden. Ook in het stadion bleef het onrustig. De Linfield-fans trokken een hek met prikkeldraad naar beneden. Daardoor konden ze het dak van The Shed bereiken en in de lichtmast klimmen. Die lichtmast werd vol gehangen met Union Jacks en vlaggen van Noord-Ierland. Ondertussen werd er op het dak een Ierse vlag in de fik gestoken. Daarna werd er een charge uitgevoerd op de Ierse politie. Een veldslag volgde, met 100 gewonden (waaronder 56 politiemannen). De wedstrijd moest op dat moment nog beginnen.

Door al die gevechten werd de wedstrijd een aantal keer stilgelegd door de Engelse scheidsrechter. Dat de rust werd gehaald was überhaupt een wonder. Na de rust maakte Linfield de 0-1 en die leidde tot een pitch invasion van de Noord-Ieren. De wedstrijd werd wederom stilgelegd. De frustratie bij de Dundalk-fans nam toe en de provocerende back van Linfield – Terry Hayes – kreeg een steen tegen zijn hoofd gegooid. Opnieuw twintig minuten vertraging. Weer onrust in het uitvak. De politie had het daar ondertussen helemaal mee gehad. De wapenstokken werden ingevet en het hele Linfield-vak werd schoongeveegd. Zodoende zagen de uitfans de gelijkmaker van Dundalk niet. Niet dat het resultaat ze veel interesseerde, want buiten gingen ze gewoon verder met vernielen.

Op weg naar de bussen liepen ze over auto’s, vielen mensen lastig en kotsten alles vol. De lokale gang was daar niet echt blij mee en ging terug naar huis om Molotov-cocktails te maken. Die werden richting de aanhangers van Linfield gegooid. Een bus ging daardoor in vlammen op. Een andere buurtbewoner haalde zijn jachtgeweer tevoorschijn en dreigde iedere Linfield-fan dood te schieten die in de buurt van zijn huis kwam. Nadat de Linfield-fans eindelijk weg waren, keerde de rust weer terug. De dag erop waren de rellen hét nieuws in de kranten aan beide kanten van de grens. Een treffende uitspraak was: “The hate had to been seen to believed” en “Night of Terror”. De schuld werd bij de fans van Linfield neergelegd. Behalve door een anti-Ierse krant uit Belfast. Die gaf de schuld aan Cliftonville-fans die zouden zijn meegereisd om rotzooi te trappen. Ze stonden daarin alleen, want de rest van de Noord-Ierse kranten wees ook de Linfield-fans aan als schuldigen.


De UEFA legde Linfield een flinke straf op. Linfield moest alle schade aan het stadion betalen, mocht de return niet in eigen huis spelen (Haarlem werd de alternatieve locatie) en moest alle kosten van de reis van Dundalk naar Haarlem gaan betalen. Dundalk kreeg een kleine symbolische boete, vanwege de verschillende pitch invasions en de steen op het hoofd van back Hayes. De Ierse politie kreeg alle lof toegezwaaid op de manier hoe ze de rellen hadden opgelost. Vreemd genoeg kregen ze die ook van het gros van de Noord-Ierse pers en het bestuur van Linfield. Datzelfde bestuur van de Noord-Ieren had overigens een erg goede band met dat van Dundalk. Die kenden elkaar goed, vanwege een jaarlijks jeugdtoernooi in Haarlem. Dat jeugdtoernooi was overigens ook de reden waarom het stadion aan de Jan Gijzenkade werd gekozen als alternatief.

De dagen voorafgaand aan de wedstrijd, waren er verschillende dreigementen aan het adres van beide clubs. Er werden verschillende bomaanslagen gemeld, maar uiteindelijk gebeurde er niets. Tussen beide besturen zat het overigens wel snor, want Dundalk had ervoor gekozen om slecht een nacht in Haarlem te blijven in plaats van de gebruikelijk twee á drie. Zodoende zat Linfield niet met hoge kosten. In totaal waren er slechts tweeduizend fans naar Haarlem afgereisd. Ondanks dat Linfield niet in eigen huis mocht spelen, waren ze wel favoriet. Dundalk had namelijk de kampioensvorm van het seizoen nog totaal niet te pakken. Het weekend tussen beide wedstrijden in, waren ze – ondanks dat ze met een nagenoeg compleet elftal speelden – door de amateurclub Dunleary Celtic uitgeschakeld in de Leinster Cup. Dundalk leek even helemaal de weg kwijt. Linfield deed het daarentegen heel behoorlijk in de competitie en was daardoor favoriet.

Ondanks de goede relatie tussen beide besturen, was het tussen de fans haat en nijd. In Haarlem waren ze echter zo goed gescheiden, dat er niets kon gebeuren. De UEFA had ook besloten om de wedstrijd in de middag te plannen, zodat de kans op rellen minimaal was. De wedstrijd zou een klassieker worden. Dundalk kwam snel op 0-1 via spits Cathal Muckian, waarna Linfield een penalty kreeg. Die ging mis. Iets later ging trapte Linfield de bal op de lat en er werd nog een bal van Linfield van de lijn gehaald. In de 87ste minuut maakte Muckian zijn tweede en besliste de wedstrijd. Gekkenhuis in de kleedkamer van Dundalk. Na afloop van de wedstrijd verklaarde Dundalk-manager Jim McLaughlin, die toch wel wat gewend was met zijn club, dat: “This is probably the proudest moment of my life. Everyone was a hero in what must be the greatest day for the club.”


Dundalk zou de ronde erop Hibernians uit Malta loten en die verslaan. De ronde erop was Celtic de tegenstander. In tegenstelling tot Linfield, werden die wel met vreugde begroet. Het werd nog een spannend tweeluik, want in Glasgow werd het slechts 3-2 voor Celtic. In de return had Dundalk dus genoeg aan een 1-0 om door te stoten. Dat lukte niet, want het bleef 0-0. Na de wedstrijd geen vernielingen of meer van dat, maar gezellig samen in de pub drinken. Toen een paar dagen later bekend werd dat voor Celtic Real Madrid uit de koker was gerold, was het wel even slikken geblazen. Dundalk in het Bernabéu, het was er maar doelpunt van verwijderd. Toch blijft deze Europese campagne een van de hoogtepunten in de geschiedenis van Dundalk.

3 Reacties op “Troubles in Dundalk

  1. Dundalk, dat is mijn favoriete Ierse club doordat ze ooit tegen PSV speelde. Ik spaar vaantjes van alle clubs waar PSV ooit Europees tegen speelde (ja, Novosibirsk is een uitdaging ;-)) en die van Dundalk heeft een prominente plaats aan mijn wand.

  2. Nou, hopen dat het er maandag iets rustiger aan toe gaat🙂
    Mooi verhaal!

  3. Dundalk are playing the Linfield SCUM again on the 14th Feburary 2011 and 28th Feburary 2011…. Also there was alot more than 1 linfield bus burned that day at least 20 – 30 burnt out and hundreds of linfield fans running out of dundalk for their lives🙂

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s